H14 Waarnemen


H14 Waarnemen
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 36 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


H14 Waarnemen

Slide 1 - Tekstslide

14.1 Zintuigcellen
In zintuigen liggen zintuigcellen

Deze liggen aangesloten op de zenuwen

Zintuigcellen maken elektrische signalen: de impulsen

Slide 2 - Tekstslide

Receptoren (zintuigcellen)
Verschillende soorten receptoren (bron 4, blz. 200-201)
  • Mechanische receptoren (bv. tast en druk)
  • Thermoreceptoren (temperatuurverandering)
  • Chemische receptoren (bv. reuk, smaak)
  • Lichtreceptoren (staafjes en kegeltjes)
  • Pijnreceptoren (zenuwceluiteinden)

Slide 3 - Tekstslide

adequate prikkel

Slide 4 - Tekstslide

Gewenning / adaptatie
Ontstaat bij dagelijkse blootstelling aan een prikkel.
bijv. kleding dragen.
De zintuigcellen geven de prikkel nog wel door maar worden steeds minder gevoelig voor de prikkel, de impulsfrequentie neemt af.
Ook de hersenen reageren niet meer altijd op de impulsen.
Bij pijnzintuigen treedt geen adaptatie op!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

14.2 Het gehoorzintuig

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

14.3 Het gezichtszintuig

Slide 21 - Tekstslide

Binas weet raad...
Met behulp van binas 87C kun je de onderdelen benoemen en je kunt de functies beschrijven en toepassen van:

- oogspieren, hoornvlies, iris en pupil,
- lens, lensbandjes en straalvormig lichaam
- netvlies, gele vlek en blinde vlek, staafjes en kegeltjes
- oog zenuw, chiasma opticum en beeldverwerking

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

                           iris en pupil
De spieren in de iris regelen de grootte van de pupil

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Lens

accomoderen


zorgt ervoor dat er een scherp beeld op het netvlies valt

Slide 26 - Tekstslide

kringspier
aangespannen
geen trekkracht meer aan de lensbandjes -> lens wordt bol

kringspier ontspannen

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

zenuwen en
hersenen

Slide 30 - Tekstslide

14.4 Het netvlies en de hersenen

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

netvlies: licht wordt omgezet in een impuls
staafjes en kegeltjes
zintuigcellen, schakelcellen oogzenuw
staafjes
- lage drempelwaarde (schemer)
- zwart/wit
-onscherp beeld

kegeltjes
- hoge drempelwaarde
- kleur zien
- scherp beeld
- gele vlek

Slide 34 - Tekstslide

verdeling
staafjes en kegeltjes
over het netvlies

Slide 35 - Tekstslide

Let op!
Staafjes en kegeltjes geven impulsen af als er GEEN licht op valt.
Door licht treedt hyperpolarisatie op.

Slide 36 - Tekstslide