8.1: Rivieren en de waterkringloop

Welkom!
Telefoon in de (telefoon)tas :)

1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Telefoon in de (telefoon)tas :)

Slide 1 - Tekstslide

Planning van de les

  • Lesdoelen
  • Introductie hoofdstuk 8 

  • Lezen 8.1
  • Uitleg 8.1 'Rivieren en de waterkringloop'

  • Aan de slag!
  • Lesdoelen

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen 
'Welke problemen met water spelen er in China en welke oplossingen hebben de Chinezen daarvoor '

- Aan het einde van de les kan je stroomgebieden en waterscheidingen herkennen op een kaart.

- Aan het einde van de les kan je de waterkringloop beschrijven met de begrippen: verdamping, condensatie, afstroming, grondwater en rivier.

- Aan het einde van de les kan je uitleggen hoe regenwater door infiltratie het grondwater aanvult.

- Aan het einde van de les kan je de kenmerken noemen van een bovenloop, middenloop en benedenloop van een rivier.

- Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen een gletsjerrivier, regenrivier en gemengde rivier. 

Slide 3 - Tekstslide

Rivieren in de waterkringloop 
Het gebied waar de rivier zijn water uit verzamelt = stroomgebied
- Grens tussen twee stroomgebieden = waterscheiding

  • Rivieren spelen een belangrijke rol in de waterkringloop.
- Verdampen: vloeibaar naar gas
- Condenseren: gas naar vloeibaar

Slide 4 - Tekstslide

Rivieren in de waterkringloop 
De wind kan wolken met neerslag landinwaarts verplaatsen.

Wat gebeurt er met de neerslag?

  • Een groot deel van het regenwater zakt in de bodem = infiltratie 
- Grondwater
- Bovenkant grondwater = grondwaterpeil
- Het grondwater stroomt heel langzaam naar de rivieren/zee

Slide 5 - Tekstslide

Rivieren in de waterkringloop 
Sneeuw wordt opgestapeld in berggebieden en vormen gletsjers.
- Bewegen heel langzaam
- Afsmelten in het dal: het smeltwater stroomt naar de rivier 

Regenwater stroomt over het aardoppervlak af naar zee = afstromen
- Het valt rechtstreeks in een meer of rivier
- Het valt op hard, ondoordringbaar land 

Slide 6 - Tekstslide

Soorten rivieren 
Er zijn grote en kleine rivieren.
- Beek = kleine rivier
- Zijrivier = een kleinere rivier die uitkomt in een grotere rivier

Bovenloop = het eerste stuk van de rivier, bij de bron. 
-->Hoogste stroomsnelheid 

- Middenloop = Middelste stuk van een rivier

- Benedenloop = Het laatste stuk van de rivier, bij de monding 

Slide 7 - Tekstslide

Soorten rivieren 
  • Indeling rivieren:
- Regenrivier = voert alleen regenwater af
- Gletsjerrivier = voert vooral smeltwater af
- Gemengde rivier = voert zowel smeltwater als regenwater af/

  • Debiet= de hoeveelheid water die een bepaald punt langs de rivier passeert in m3 per seconde. 

--> Hangt af van grootte rivier en de stroomsnelheid 

Slide 8 - Tekstslide

Soorten rivieren 
Het debiet/ de waterafvoer is niet altijd gelijk.
- Gletsjerrivier voert:
  • In de winter weinig tot geen water af.
  • In de zomer veel (smelt)water af.


-Piekafvoer = Extreem hoge waterafvoer in de rivier.
-Regiem = De waterafvoer in een jaar

- Regelmatig
- Onregelmatig 

  • Wat in de toekomst?

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag!
8.1:
Opdrachten: 1 t/m 5 

Eerste vijf minuten in stilte
timer
2:00

Slide 10 - Tekstslide

Lesdoelen 
'Welke problemen met water spelen er in China en welke oplossingen hebben de Chinezen daarvoor '

- Aan het einde van de les kan je stroomgebieden en waterscheidingen herkennen op een kaart.

- Aan het einde van de les kan je de waterkringloop beschrijven met de begrippen: verdamping, condensatie, afstroming, grondwater en rivier.

- Aan het einde van de les kan je uitleggen hoe regenwater door infiltratie het grondwater aanvult.

- Aan het einde van de les kan je de kenmerken noemen van een bovenloop, middenloop en benedenloop van een rivier.

- Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen een gletsjerrivier, regenrivier en gemengde rivier. 

Slide 11 - Tekstslide