Theorieles blok 3.2 - les 3

Theorieles Specifiek
Blok 3.2 - Les 3
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
tandartsassistentMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Theorieles Specifiek
Blok 3.2 - Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
  • Leerdoelen
  • Voorkennis
  • Theorie
  • Vragen
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen les 3
Aan het eind van deze les:
  • Kun je uitleggen wat parodontologie inhoudt en welke behandelingen daarbij horen
  • Kun je uitleggen waar PPS voor staat (zie les 2)


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parodontium
Steunweefsels van de elementen

Functie: 
  • Gebit bevestigen in de kaken 
  • Beschermen tegen invloeden van buitenaf

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parodontium (ophangapparaat)
Bestaat uit vier onderdelen:
  • Gingiva
  • Processus alveolaris (kaakbot)
  • Wortelvlies (parodontaal ligament)
  • Wortelcement


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gingiva
  • Vrije (marginale) gingiva: 
  • Vaste (aangehechte) gingiva: 
  • Interdentale papil
  • Alveolaire mucosa:




Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Processus alveolaris
Het deel van de kaak waar de tandkassen zitten

Opbouw:
  • Twee corticale botplaten (compact bot) (buccaal en linguaal/palatinaal)
Daartussen: 
  • Spongieus bot (botbalkjes, beenmerg)
  • Lamina cribrosa rondom de alveole (verdikte laag geperforeerd vezelbeen) Hierin de uiteinden van vezels van Sharpey (hechting element aan bot)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

a) gingiva
b) corticale botplaten
c) spongieus bot
d) lamina cribrosa
e) cement 
f) dentine 
g) vezels van Sharpey

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wortelvlies
Parodontaal ligament, ligamentum parodontale
Houdt tand in de tandkas (alveole)

Functies (i.c.m. wortelcement en processus alveolaris):
  • Fysisch
  • Vormend (cementoblasten, osteoblasten (aanmaak bot), osteoclasten (afbraak bot))
  • Voedend
  • Sensorisch

Slide 10 - Tekstslide

Fysisch: krachten opvangen, bevestiging aan bot, beschermen bloedvaten en zenuwen
Vormend: cementoblasten (vormen cement), osteoblasten(vormen bot) en osteoclasten (afbreken bot)
Voedend: bloedvaten voorzien cement, bot, gingiva van voedingsstoffen
sensorisch: regelen en registreren van kauwdruk (gevoel)
Wortelcement
  • Gecalcificeerd weefsel 
  • Bedekt wortel
  • Hierin zitten vezels van het wortelvlies bevestigd

  • Cellulair cement: met cementoblasen 
  • Acellulair cement: zonder cementoblasten

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parodontale afwijkingen: Lokale of exogene factoren 
Van buiten het lichaam afkomstig

  • Tandplaque
  • Tandsteen
  • Micro-organismen
  • Gewoonten


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parodontale afwijkingen: endogene / systeemfactoren
Factoren in het lichaam 
Kunnen parodontale aandoeningen verergeren

Bijv. 
  • Slechte algemene lichamelijke conditie
  • Veranderde hormonale toestand 
  • Specifieke ziekten (diabetes, leukemie, aids, hart- en vaatziekten)
  • Medicijngebruik

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem de vijf algemene ontstekingsverschijnselen en wat het betekent

Slide 14 - Open vraag

  • rubor; roodheid
  • tumor; zwelling 
  • calor; verhoogde temperatuur van het ontstekingsgebied
  • dolor; pijn 
  • functio laesa; functieverlies
Als er geen botverlies is maar wel een (schijn)pocket is, noem je dat:
A
Supra-alveolaire pocket
B
Infra-alveolaire pocket
C
Pseudopocket
D
Parodontitis

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je hier?
A
Gingivitis
B
Parodontitis
C
Recessie
D
Necrotiserende ulcerende gingivitis

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem drie kenmerken van necrotiserende ulcerende gingivitis (NUG)

Slide 17 - Open vraag

  • Door ulceratie en necrose is er een geelwit beslag op de gingiva te zien. 
  • De interdentale papil wordt aangetast en er kan kratervorming optreden, pijnlijk, bloedend
  • Sterke foetor ex ore (zeer slechte adem). Verhoogde temperatuur, lokale lymfeklieren (hoofd-hals)  gezwollen 
Onderzoek parodontale aandoeningen
  • Plaque-index
  • Bloedingsindex
  • Röntgenonderzoek
  • PPS
  • Parodontiumstatus

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je bij de PPS?
A
Je onderzoekt het gebit op gaatjes
B
Je onderzoekt de conditie van het tandvlees
C
Je onderzoekt de mate van mondhygiëne
D
Je onderzoekt het gebit

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

PPS score 1
  • Pockets tot en met 3mm 
  • Tandvlees voldoende gezond

Behandeling: evt. instructie, tandsteen verwijderen, enz. 


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PPS score 2
  • Pockets t/m 5mm 
  • Gezondheid tandvlees matig
  • Vaak al botafbraak

Behandeling: extra gebitsreinigingen, instructie, paroddontiumstatus of intensief (paro-)traject



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PPS score 3
  • Pockets van 6mm of dieper
  • Botafbraak rondom één of meerdere elementen

Behandeling: uitgebreid onderzoek, intensieve parodontale behandeling (paro-traject)



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Therapie n.a.v. paroproblemen
  1. Initiële behandeling
  2. Evaluatie
  3. Evt. chirurgie (gingivectomie, flap)



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie leerdoelen
Je kunt nu uitleggen: 
  • Wat parodontologie inhoudt en welke behandelingen daarbij horen
  • Waar PPS voor staat

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slot
Maak de volgende opdracht:
Opdrachtenkaart 3.2, theorieles 3

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies