TKO-klinisch redeneren week 4

             TKO klinisch redeneren






De geriatrische patiënt in het AZH - lesweek 4
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

             TKO klinisch redeneren






De geriatrische patiënt in het AZH - lesweek 4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma komende weken
Thema geriatrische patiënt in het AZH

Herhaling vorige periode, maar nu vooral toepassen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling; neem de stappen nog even goed door....
Hoe handel je per stap?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is klinisch redeneren?

Slide 4 - Open vraag

methodisch proces van oriënteren, analyseren en de juiste acties (verpleegkundig beleid vast stellen, het beleid te monitoren en te evalueren) inzetten in een zorgsituatie

(risico's inschatten, potentiele en actuele problemen benoemen)

je denkt na over je professioneel handelen in de praktijk

Het nadenken over je eigen professioneel handelen
Wat is het doel van klinisch redeneren
A
onderbouwd tot een beslissing komen welke zorg voor een zorgvrager nodig is
B
de zorgvrager observeren en uitslagen doorgeven aan de arts
C
de vitale functies van de zorgvrager controleren voor de juiste zorg
D
bij niet-pluis gevoel de arts raadplegen, zodat zorgvrager de juist zorg krijgt

Slide 5 - Quizvraag

antwoord:
A
Zet de stappen van klinisch redeneren in de juiste volgorde
1
2
3
4
5
6
verpleegkundig beleid vaststellen
Reflectie
oriënteren op de situatie
het verloop monitoren
mogelijke problemen in kaart brengen
Aanvullende observaties en onderzoek

Slide 6 - Sleepvraag

1c, 2e,3f, 4a, 5d, 6b
Een cyclisch proces

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar staan de letters van SBAR voor
A
situatie, behandeling, anatomie, respons
B
situatie, behandeling, analyse, respons
C
situatie, bedreiging, analyse, respons
D
situatie, bedreiging, anatomie, reactie

Slide 8 - Quizvraag

situatie, behandeling, analyse, respons
antwoord B
Wat is waar over redeneerhulpen?
A
Er is geen kennis voor nodig
B
Ze vervangen kennis en ervaring nooit
C
Alleen voor onervaren medewerkers
D
Zijn alleen voor artsen bedoeld

Slide 9 - Quizvraag

antwoord B
Lees de casus en pas de stappen toe van het klinisch redeneren.
Lees de casus...............................................................................................

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijkend naar de casus, wat doe je allemaal in stap 1?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Pas stap 1 van klinisch redeneren toe.
Met andere woorden welk beeld heb je van haar?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een hypothese?
A
een uitspraak over een (gezondheids)probleem wat op juistheid is getoetst
B
is een interventie op een (gezondheids) probleem
C
een smart geformuleerde doelstelling
D
een uitspraak over een (gezondheids)probleem wat nog niet op juistheid is getoetst

Slide 13 - Quizvraag

antwoord D
Een ander redeneerhulpmiddel om gegevens in stap 2 te ordenen is
A
MEWS
B
de vier levensdomeinen
C
SBAR
D
PES

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

stap 1
stap 2
stap 3
stap 4
stap 5
stap 6
In welke stap maak je gebruik van de volgende redeneerhulpen
SOAP
PES
MEWS
Gordon
VAS
STARRT

Slide 15 - Sleepvraag

1 mews
2 gordon
3 VAS
4 PES
5 SOAP
6 STARRT
Noem voorbeelden van aanvullende
onderzoeken / observaties
om je hypothesen te toetsen

Slide 16 - Woordweb

goed observeren: zien, horen, voelen, ruiken
observatielijsten: bijv. VAS, GARS, DOS
Bloedonderzoek
Urineonderzoek
rontgenonderzoek
etc
Is deze doelstelling SMART geformuleerd, uitgaande van een gezonde vrouw/man?

Over 2 weken kan ik 2x per week 5 km wandelen
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quizvraag

Vraag waarom.
Het is specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden
Een redeneerhulpmiddel voor het communiceren met andere zorgverleners over de situatie van de zorgvrager is...
A
MEWS
B
SBAR(R)
C
EWS
D
SPAR(R)

Slide 18 - Quizvraag

De 2e R staat voor repeteer: herhaal de afspraken die gemaakt zijn

Welke redeneerhulpen kun je o.a. gebruiken bij stap 4 van klinisch redeneren?
A
PES, RUMBA & SMART
B
MEWS en SBAR
C
GORDON en levensdomeinen
D
VAS en GARS

Slide 19 - Quizvraag

mews en SBAR in stap 1
Gordon en levensdomeinen in stap 2
VAS en Gars in stap 3

Antwoord A
PES en smart in stap 4 (verpleegplan opstellen met daarbij de verpleegkundige interventies) 
Een redeneerhulpmiddel bij het inschatten van de risico's bij de zorgvrager is
A
SBAR
B
SMART
C
MEWS
D
STARR

Slide 20 - Quizvraag

(M)EWS = (Modified) Early Warning Score

Antwoord c
Wat beoordeel je met het redeneermiddel MEWS
A
om te bepalen of je arts moet waarschuwen als de waarden van de ademhaling, saturatie afwijken
B
om te bepalen of je arts moet waarschuwen; hoever de zorgvrager buiten bewustzijn is
C
om te bepalen of je arts moet waarschuwen als de waarden van de urineproductie afwijken
D
om te bepalen of je arts moet waarschuwen als de waarden van de vitale functies afwijken

Slide 21 - Quizvraag

MEWS: Modified Early Warning Score

antwoord: D
Met de PES
A
formuleer je het verpleegdoel
B
omschrijf je het verpleegprobleem/VPK diagnose
C
omschrijf je de interventies
D
toets je je hypothese

Slide 22 - Quizvraag

antwoord B

Het verpleegdoel omschrijf je met SMART (of RUMBA)
Gegevens in stap 2 kun je ordenen m.b.v.
A
PES
B
SMART
C
GORDON
D
MEWS

Slide 23 - Quizvraag

de 11 gezondheidspatronen van Gordon
antwoord c

Classificatiesystemen  zijn redeneerhulpmiddelen
De stappen uit stap 2 zijn
A
Gegevens ordenen, formuleren van hypothesen, verbanden leggen tussen de problemen
B
Gegevens ordenen, formuleren van hypothesen, verpleegkundige interventies formuleren
C
Gegevens ordenen, doelstellingen formuleren, verpleegkundige interventies formuleren
D
Gegevens ordenen, doelstellingen formuleren, verbanden leggen tussen de problemen

Slide 24 - Quizvraag

antwoord A