Rennen in Rondjes - GO

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorKunstKunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 1,2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Instructies

Voorbereiding
Neem de woordenlijst door en verzamel alle benodigde materialen.

Benodigde materialen voor de voorbereidende les
- 1 rond of vierkant (vouw)blaadje per leerling (door school)
- 1 handje mozaïekvormpjes per leerling (door KIDD)
- Lijm (door school)

Instructies

Werkbladen

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

Introduceer het thema van de les:

achtervolgen. Vertel in het kort wat de leerlingen kunnen verwachten van de voorbereidende les.


Brecht

Voorstellen


Deze les wordt gegeven door Brecht. Zij is danser en zal met jullie tijdens de masterclass aan de slag gaan met verschillende manieren van achtervolgen. Tijdens deze les bereiden jullie je alvast voor op de komst van Brecht.

Cirkel

Sluipen

Bewegen

Omkeren

Achtervolging

De woorden


Dit zijn de woorden die in dit lesblok aan bod komen. Bespreek ze alvast met de leerlingen. Later in de les komen alle woorden uitgebreid terug.

Nieuw woord:

Achtervolging

Kijk samen met de leerlingen naar de afbeeldingen en stel vragen: 

Wat is een achtervolging? 

Waarom zou je iemand achter na kunnen zitten?

Zit jij zelf weleens achter iemand aan? 

Waarom is dat dan?

Nieuw woord: achtervolging. Bespreek dit woord. 

Achtervolgen dieren ook? 

Kijk samen met de leerlingen naar de afbeeldingen en stel vragen:

Zitten dieren ook weleens achter elkaar aan? 

Waarom dan? 

Wat moet je doen als je iemand ongezien achter na wil zitten?

Nieuw woord:

Omkeren

Vraag de leerlingen: 

Wat zie je?

Wie achtervolgt wie?

Tom en Jerry zijn bekende figuren. Zit de muis altijd achter de kat aan of kan de kat ook achter de muis zitten? Denk na over hoe de rollen soms omkeren in de avonturen van Tom en Jerry. Bespreek met de leerlingen hoe het concept van 'omkeren' van toepassing kan zijn op verschillende situaties, zowel in verhalen als in het echte leven.


Nieuw woord: omkeren. Bespreek dit woord.

Kleine opdracht


Kijk samen met de leerlingen naar 3 korte video's waarin achtervolgingen een belangrijke rol spelen. Het betreft fragmenten van achtervolgingsscènes uit verschillende voorstellingen van Theatergezelschap BonteHond.


Zet het geluid aan en start de video "Pak'm" van BonteHond, waarbij achtervolging centraal staat.


Wie?

Vraag de leerlingen:

Wie achtervolgde wie?

Waarom zou dat zo zijn? 

Welke kant renden ze uit?

Start de video "Aaipet" van BonteHond, waarbij achtervolging centraal staat.

Waarom?

Vraag de leerlingen:

Waarom rennen ze in rondjes? 

Wie achtervolgde wie?

Waarom zou dat zo zijn?

Welke kant renden ze uit?

Start de video "Foei" van BonteHond, waarbij achtervolging centraal staat.

Nieuw woord:

Bewegen

Hebben de leerlingen goed in de gaten wat achtervolgen is? Je kunt ze dan ook vragen om te letten op de manier waarop de personages in de video’s bewegen.


Vraag de leerlingen:

Wie achtervolgt wie?

Hoe bewegen ze? 

Nieuw woord: bewegen. Bespreek dit woord.

Sluipen

Nieuw woord:

Sssttt.. sluipen! 

Nadat alle video’s klassikaal zijn bekeken en besproken, introduceer je de term sluipen. Wie weet wat dat is?


Vertel dat de leerlingen het misschien
wel gezien hebben in een van de video’s. Sluipen is eigenlijk een stille,

rustige manier van achtervolgen, waarbij je hoopt dat niemand je ziet

of hoort. Sluipen de leerlingen weleens? Waarom doen ze dat?


Nieuw woord: sluipen. Bespreek dit woord.

Nieuw woord:

Cirkel

We rennen in rondjes!

Maak een koppeling met de titel van dit lesblok: Rennen in rondjes. Hoe beweeg je als je iemand achtervolgt? Leg uit dat als je heel hard achter elkaar aan rent, je in rondjes kan gaan rennen. Verwijs naar de voorbeelden uit de video’s. 


Nieuw woord: cirkel. Bespreek dit woord.


Opdracht

Laat de leerlingen met hun vinger een cirkel in de lucht tekenen.

Welke vormen ken jij?

Grote opdracht


Welke vormen kennen de leerlingen – naast rondjes – nog meer?


Vraag: Welke vormen ken jij?

Vormen om je heen 

Vraag de leerlingen: welke vormen zie je om je heen? Kijk goed in het klaslokaal. 


Kijk samen met de leerlingen naar andere, herkenbare vormen in het klaslokaal: rondjes, vierkanten, driehoeken, rechthoeken. 

Nieuwe vormen 

De leerlingen gaan aan de slag met de opdracht: van allemaal bestaande vormen maken ze zelf een nieuwe vorm.


Voor iedere leerlingen is er een (vouw)blaadje, en een handje losse mozaïek vormpjes. Door deze op te plakken ontstaat er een nieuwe vorm. Ze mogen zelf verzinnen welke nieuwe vorm ze willen maken en krijgen de vrijheid buiten de vormen om te denken.


Ze mogen ook een nieuwe naam/woord bedenken voor hun vorm.

Cirkel

Sluipen

Bewegen

Omkeren

Achtervolging

Afsluiting


Sluit de les af door de leerlingen te vragen wat ze tijdens deze les hebben geleerd en herhaal de nieuwe woorden: omkeren, achtervolging, bewegen, sluipen en cirkel.


Blik vooruit op de masterclass: met een theaterdocent gaan leerlingen zelf achtervolgen, rennen in rondjes op muziek!


Wat kunnen ze verwachten van de masterclass:

- Introductie van de kunstenaar

- Terugkoppeling naar de voorbereidende les

- Uitleg van de kunstenaar wat ze gaan doen

- Aan de slag met de kunstenaar

- Afsluiten masterclass


Wat wordt er van de docent verwacht:

- De docent moet te alle tijden bij de masterclass aanwezig blijven.

- De docent assisteert de kunstenaar waar nodig. De kunstenaar zal dit aan het begin van de les afstemmen met de docent.

- De docent zorgt dat materialen die op school zijn geleverd of die van de school worden gebruikt klaar liggen.