Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Les 21 voornaamwoorden
vwo 1 - 12-03-2026
Voornaamwoorden
Grammatica: vervolg voornaamwoorden met uitleg
Aan de slag!
1 / 12
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
In deze les zitten
12 slides
, met
tekstslides
.
Lesduur is:
50 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
vwo 1 - 12-03-2026
Voornaamwoorden
Grammatica: vervolg voornaamwoorden met uitleg
Aan de slag!
Slide 1 - Tekstslide
Deze les ga je leren...
Slide 2 - Tekstslide
Voornaamwoorden
- persoonlijk voornaamwoord
- bezittelijk voornaamwoord
- aanwijzend voornaamwoord
- betrekkelijk voornaamwoord
- wederkerend voornaamwoord
- wederkerig voornaamwoord
- vragend voornaamwoord
- onbepaald voornaamwoord
- telwoord
Slide 3 - Tekstslide
Wederkerende voornaamwoorden
Wederkerende en wederkerige voornaamwoorden
Slide 4 - Tekstslide
Wassen
Wederkerend of niet?
Slide 5 - Tekstslide
Wassen
Wederkerend of niet?
Niet wederkerend -->
Ik was
me
.
Ik was
de hond.
Slide 6 - Tekstslide
Wederkerig voornaamwoord
Dit zijn alle wederkerig voornaamwoorden:
elkaar(s), elkander(s), mekaar(s)
Voorbeeld:
De wereldleiders gaven
elkaar
de hand.
Slide 7 - Tekstslide
Wederkerende voornaamwoorden
Persoonlijk
Wederkerend
ik
me/mij
jij/je
je
hij/zij/het
zich
wij
ons
jullie
je/jullie
zij
zich
Wederkerende voornaamwoorden
Slide 8 - Tekstslide
Vragend voornaamwoord
Er zijn 4 vragende voornaamwoorden:
wie, wat, welke, wat voor (een)
Vervangt een persoon of ding & staan vaak vooraan
Slide 9 - Tekstslide
Onbepaald voornaamwoord
Onbepaalde voornaamwoorden zijn: iets, niets, iemand, niemand, alles, men, wat elk, ieder(een).
Een onbepaald voornaamwoord
verwijst
naar iets
vaags
. Dat kunnen
personen of dingen zijn.
Slide 10 - Tekstslide
Aan de slag!
Lees blz. 86
Maak opdr. 1, 2 (blz 86)
Oefentoets maken (thuis)
Slide 11 - Tekstslide
Toets alle woordsoorten
Woordsoorten:
zn = zelfstandig naamwoord
olw / blw = lidwoorden
(aangeven bepaald of onbepaald)
bn = bijvoeglijk naamwoord
bw = bijwoord
vz = voorzetsel
pvnw = persoonlijk voornaamwoord
bez. vnw = bezittelijk voornaamwoord
tw= telwoorden
(niet specifiek benoemen)
avnw = aanwijzend voornaamwoord
vvnw = vragend voornaamwoord
onb. vnw = onbepaald voornaamwoord
bet. vnw = betrekkelijk voornaamwoord
bet. vnw met ingesloten antecedent =
betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent
ww = werkwoorden
(niet specifiek benoemen gewoon ww)
w.kerend vnw = wederkerend voornaamwoord
w.kerig vnw = wederkerig voornaamwoord
Slide 12 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Toets woordsoorten 1v
March 2020
-
46 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
persoonlijk voornaamwoorden + o/lv/mv naamvallen M3
July 2025
-
18 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t, vwo
Leerjaar 3
Interrogative Pronouns
June 2022
-
17 slides
Engels
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
3TL periode 3 les 13 und 14
July 2025
-
17 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1
The Underground 2
February 2019
-
20 slides
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Dé Schoolreisgids
1KB periode 1 les 5
July 2025
-
19 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
Present simple/ vragende voornaamwoorden/persoonlijke voornaamwoorden
September 2025
-
47 slides
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
Les 1 - Persoonlijke hygiëne - Handen wassen
November 2025
-
12 slides
Voortgezet speciaal onderwijs
Praktijkonderwijs
WerkVerkenner voor PRO en VSO