Oefenen met 'want' en 'omdat' in zinnen
Oefenen met 'want' en 'omdat' in zinnen
Hoe gaat het met je?
Want / omdat
Hoe werkt het?
Geef een voorbeeld
Leerdoel
je kan de theorie uitleggen
je kan want/omdat juist gebruiken
je kan goede zinnen maken met want / omdat
Waarom gebruiken we 'want' en 'omdat'?
We gebruiken deze woorden om uitleg te geven. Ze verbinden twee zinnen die reden of oorzaak aangeven.
We gebruiken het bij: Waarom? Of bij een dilemma: strand of bergen?
Voorbeeld: 'want'
Ik blijf thuis, want ik ben moe.
Ik blijf thuis omdat ik moe ben.
Let op de grammatica!
Bij 'omdat' verandert de volgorde van de woordvolgorde in de tweede zin.
We gaan vandaag niet zwemmen, ... het slecht weer is
Want
Omdat
Answer C
Answer D
We blijven thuis, ... we hebben een virus.
Want
Omdat
Answer C
Answer D
Ze gaan elke dag winkelen, ... ze vakantie hebben.
want
omdat
Answer C
Answer D
Ik doe een cursus, ... ik Nederlands wil leren.
want
omdat
Answer C
Answer D
We dragen fluo kleding, ... het veiliger is in het verkeer.
Want
Omdat
Answer C
Answer D
Anna koopt de trui omdat ...
ze vindt hem mooi.
ze hem mooi vindt.
Answer C
Answer D
Ik ben blij, want...
mijn broer komt op bezoek.
mijn broer op bezoek komt.
Answer C
Answer D
Hij moet naar het ziekenhuis gaan, omdat ...
hij is heel ziek.
hij heel ziek is.
Answer C
Answer D
Ik eet geen vlees, want...
Ik vind dat niet lekker.
ik dat niet lekker vind.
Answer C
Answer D
Ik ga naar de supermarkt, omdat
ik nog brood moet kopen.
ik moet nog brood kopen.
Answer C
Answer D
De vader gaat aangifte doen van de geboorte, omdat...
de moeder nog in het ziekenhuis is.
de moeder is nog in het ziekenhuis.
Answer C
Answer D
Bij de buren in de tuin staat een bord, omdat...
hun zoon is vorige week geboren.
hun zoon vorige week geboren is.
Answer C
Answer D
Ik kan niet komen, want ...
mijn dochter koorts heeft.
mijn dochter heeft koorts.
Answer C
Answer D
We gaan oefenen op het zelf goed maken van zinnen.
Ik ben te laat
want
de auto
is
kapot
Mo eet een broodje
want
hij
heeft
honger
Ik ga vandaar vroeg naar bed,
want
ik
sliep
erg slecht vannacht
Ik neem een medicijn, ...
omdat
ik
veel hoofdpijn
heb
Mijn collega gaat naar de dokter,...
want
hij
heeft
veel rugpijn
Oefen samen
Maak in tweetallen zinnen met 'want' en 'omdat'. Verbeter elkaar waar nodig.
'roos' begint.
wit = leerkracht en heeft het antwoord
We gaan samen oefenen op praten
Hoe goed kan je deze les?