Oranje Vooraf B - H10 Meten Les 2

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.

Slide 1 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
Doel van de les:
Je kunt centimeters en millimeters opmeten, aflezen, omrekenen.


Slide 2 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Je kunt een liniaal gebruiken om te meten hoeveel centimeter iets is.
De lange streepjes op een liniaal geven de centimeters aan.
 
Hoe lang is de telefoon?

Slide 3 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Je kunt een liniaal ook gebruiken om te meten hoeveel millimeter iets is.
De streepjes tussen de centimeters geven de millimeters aan.

 
Hoe breed is de ring?

Slide 4 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Je ziet op een liniaal dat een centimeter is verdeeld in 10 stukken van 1 millimeter.
 
               1 centimeter is dus 10 millimeter.
 
 

Slide 5 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Hoe lang is de sleutel? 
 
De sleutel is 6 cm lang.
1 cm = 10 mm, dus 6 cm = 60 mm
De sleutel is 60 mm lang.

Slide 6 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Een centimeter bestaat uit 10 stukken van 1 millimeter.
1 millimeter = 0,1 centimeter.



les 2

Slide 7 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Hoe dik is de spijker?


les 2
De spijker is 2 mm dik.
1 mm = 0,1 cm, dus 2 mm = 0,2 cm.
De spijker is 0,2 cm dik.

Slide 8 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
Je kunt een afmeting in centimeter en millimeter ook schrijven als kommagetal in centimeter.

les 2
Hoe breed is de tape?

Slide 9 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
les 2
Hoe breed is de tape?

De tape is 2 cm en 5 mm breed.
5 mm = 0,5 cm.
2 cm + 0,5 cm = 2,5 cm.
 

De tape is 2,5 cm breed.
2 cm en 5 mm is dus hetzelfde als 2,5 cm.

Slide 10 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
les 2
Je kunt een afmeting in centimeter en millimeter ook schrijven in millimeter.

Hoe breed is de riem in millimeter?

 

De riem is 3 cm en 8 mm breed.
3 cm = 30 mm.
30 mm + 8 mm = 38 mm.


De riem is 38 mm breed.

Slide 11 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
les 2
Je kunt een afmeting in millimeter ook schrijven als een kommagetal in centimeter. 

Wat is de lengte van het visje in centimeter?

 

Slide 12 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
10.2 - Centimeter en millimeter - les 2
les 2
Wat is de lengte van het visje in centimeter?

 

De lengte van het visje is 39 mm.
30 mm = 3 cm.
9 mm = 0,9 cm.
3 cm + 0,9 cm = 3,9 cm.

Slide 13 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
maken
les 1
opdracht 12 blz. 108 tot en met 
opdracht 32 blz. 123


WAT?
KLAAR?

Slide 14 - Tekstslide