en dat zij ogenblikkelijk weer naar hun eigen kampmoesten varen,
bekranst en roepend
datKallikratidasde overwinnaar was in de zeeslag
en datde schepen van de Athenersallemaalverloren waren gegaan.
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Open vraag
Slide 18 - Open vraag
Slide 19 - Open vraag
Slide 20 - Open vraag
Slide 21 - Open vraag
Slide 22 - Open vraag
Slide 23 - Open vraag
Slide 24 - Open vraag
Slide 25 - Open vraag
Slide 26 - Open vraag
Grammaticavragen
r. 4 καταδεδυκυίας ptc. perf. act. acc. mv vrl. bijv. gebruikt :
de gezonken schepen
r. 9 ἐξήγγειλε 3 ev ind. aor. act.:
hij berichtte
r. 10 ἐνοῦσι ptc. dat. mv mnl. zelfst. gebruikt
de opvarenden
Slide 27 - Tekstslide
Grammaticavragen
r. 12 ἐστεφανωμένους ptc. perf. med. acc. mv mnl. predicatief:
bekranst
r. 13 νενίκηκε 3 ev ind. perf. act.
hij heeft de overwinning behaald
r. 14 ἀπολώλασιν 3 mv ind. perf. act.
zij zijn verloren (gegaan)
Slide 28 - Tekstslide
A Naamwoorden 2
ναῦς νῆες
νεώς νεῶν
νηί ναυσί(ν)
ναῦν ναῦς
Slide 29 - Tekstslide
Συμβουλή 1-2
1 Er werd blijkbaar niet op de schepen overnacht; de bemanning ging ’s nachts aan land.
2 Hij wil dat het bodeschip eerst weer wegvaart zonder de waarheid te zeggen (namelijk dat Kallikratidas verslagen is). Het bodeschip moet dan omkranst weer terugkomen en de opvarenden moeten roepen dat Kallikratidas gewonnen heeft. Dit doet hij om te voorkomen dat zijn mannen in paniek raken; zo zorgt hij ervoor dat ze in rust kunnen wegvaren en zichzelf in veiligheid kunnen brengen.
Slide 30 - Tekstslide
Slide 31 - Tekstslide
Opdracht bij de tekst
Kleur in elke zin:
De persoonsvorm.
Andere werkwoordsvormen in een andere kleur.
Alle Nominativi in een andere kleur.
Alle directe en indirecte objecten ieder in een andere kleur.
(Dus: lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp).
Slide 32 - Tekstslide
Aan het werk.
Leer de woordjes en grammatica t/m 11C
Kleur 11D, t/m 19.
Vertaal 11D, t/m 13.
Dit is ook huiswerk.
Slide 33 - Tekstslide
Wat heb je vandaag geleerd?
Slide 34 - Open vraag
Wat is nog onduidelijk? Waar wil je meer over weten?