Leesvaardigheid
Leesvaardigheid
Vandaag
Herhaling belangrijkste begrippen/theorie leesvaardigheid
Lesdoelen
Je kent de belangrijkste leesbegrippen en je kunt hiervan een samenvatting maken.
Leesstrategieën/leesmanieren
Je begrijpt teksten beter als je bewust nadenkt over de manier waarop je leest.
De leesmanier hangt af van het doel dat je hebt.
Leesstrategieën/leesmanieren
Lees de onderstaande theorie
Voor je begint met het echte lezen van een tekst, ‘lees’ je eerst verkennend. Je bekijkt wat voor soort tekst het is, voorspelt het onderwerp en bepaalt waarom je de tekst leest.
Een tekst die je helemaal wilt begrijpen, lees je vervolgens grondig. Je hebt een actieve leeshouding: je stelt vragen, denkt aan wat je al weet, ziet voor je wat je leest en lost dingen op die je niet begrijpt.
Een tekst waarin je bepaalde informatie opzoekt, lees je zoekend. Je leest niet de hele tekst, maar zoekt gericht naar de informatie die je nodig hebt.
Noem 3 leesstrategieën
Noem 4 tekstdoelen!
Amuserende tekst
Amuseren:
de lezer vermaken met
een grappige tekst.
Wat wil de schrijver met het tekstdoel 'amuseren'?
Wat is het doel van het recept op de vorige slide?
Informeren
Mening geven
Amuseren
Instrueren
De schrijver wil dat je iets wel of niet gaat doen. DOEL?
overhalen/aansporen
amuseren
overtuigen
informeren
De schrijver wil zijn mening geven. DOEL?
instrueren
overtuigen
informeren
activeren
Wat is het doel van de meeste krantenartikelen?
Informeren
amuseren
Uitleg geven
Overtuigen
Tekstopbouw
- Een tekst is altijd opgebouwd uit drie onderdelen: Inleiding, kern en slot
- In de alinea’s van het middenstuk behandelt de schrijver het onderwerp van de tekst, waarbij elke alinea gaat over een nieuw deelonderwerp.
- Vaak maken tussenkopjes duidelijk wat het deelonderwerp is in een of meer alinea’s.
Tekstopbouw
Onderwerp: Waar de tekst over gaat in een paar woorden
Deelonderwerp: Het onderwerp van een alinea
Kernzinnen: de belangrijkste zin uit een alinea
Hoofdgedachte: Waar de hele tekst over gaat in een zin (geen vraagzin!)
Bekijk de tekst.
Hoeveel alinea's heeft de tekst op de vorige slide?
2
3
4
5
Het onderwerp van de tekst noteer je in:
Een paar woorden.
Een hele zin.
In twee of meer zinnen.
In welke drie onderdelen is een tekst verdeeld?
Wat is een deelonderwerp?
Wat zou een deelonderwerp kunnen zijn in een tekst over school?
De dierenwinkel
De geschiedenis van voetbal
Pauzes in de aula
Zakgeld
Wat zou een deelonderwerp kunnen zijn in een tekst over politiek?
Gezelschapsspellen
Verkiezingen
Vakantiereizen
De woestijn
Hoe noemen we ook alweer de belangrijkste zin uit een alinea? Meestal de 1e, 2e of laatste zin.
Inleiding
Lees de theorie
- het onderwerp van de tekst noemen;
- een belangrijke vraag over het onderwerp stellen;
- een probleem noemen;
- een grappig of herkenbaar verhaaltje vertellen;
- iemands persoonlijke ervaring vertellen;
- de aanleiding noemen waardoor de tekst geschreven is – er gebeurde iets, waardoor het logisch was om nu deze tekst te schrijven. Voorbeelden: er is een onderzoek gedaan, er is een boek verschenen, iets is in het nieuws of het is een bepaalde datum, periode of seizoen.
Noem 1 manier hoe de schrijver een tekst kan inleiden
Slot
- een samenvatting geven;
- een conclusie trekken;
- antwoord geven op een belangrijke vraag;
- de oplossing voor een probleem geven;
- een advies geven of een oproep doen.
Noem 1 manier hoe de schrijver een tekst kan afsluiten
Hoofd- en bijzaken
Om een tekst samen te vatten, ga je op zoek naar de belangrijkste informatie, oftewel de hoofdzaken van de tekst. Deze vind je in de kernzinnen.
De rest van de alinea’s bestaat uit uitleg of voorbeelden bij de kernzin. Dat zijn de bijzaken van de tekst. Deze neem je niet op in een samenvatting.
Uitzondering hierop zijn schoolboekteksten, want daarin heb je de uitleg en de voorbeelden vaak nodig om de stof goed te kunnen begrijpen.
Tekstverbanden!!!
Noem de tekstverbanden die je kent
Youri ging naar school, maar was eigenlijk verkouden.
Tegenstelling
Opsomming
Reden
Voorbeeld
Welke 2 signaalwoorden horen bij een 'opsommend' verband?
Dus, echter
Vervolgens, ook
Als, voordat
Verder, samengevat
Noem twee signaalwoorden bij een tegenstelling
Hoe gaat leesvaardigheid?
Huiswerk voor de volgende les
Boek A
1.2 informatieve tekst
opdracht 2, 3,5, 6 en 9
blz. 12 t/m 17