Steden en staten (Geschiedenis vwo), les 3: Terugblik quiz

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Quiz

Terugblik: Steden en staten

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz op vwo-niveau over steden, burgerij, Investituurstrijd, kruistochten en de Bourgondische staatsvorming.

Onderdelen in deze les

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Quiz

Terugblik: Steden en staten

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jean Colombe / Wikimedia Commons, publiek domein

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Guldensporenslag

2

Filips de Stoute graaf van Vlaanderen

3

Filips de Goede krijgt Brabant

4

Filips de Goede krijgt Holland

1302, 1384, 1430, 1433.

Welke bewering over Canossa klopt?

A

Hendrik IV zocht de paus op na zijn excommunicatie

B

Gregorius VII boette bij de keizer

C

Hier sloten paus en keizer het Concordaat van Worms

D

Hendrik IV won hier de Investituurstrijd

  1. Verwachte fout: Canossa als einde van de strijd zien.

Vul in

Paus Urbanus II riep in 1095 op het Concilie van Clermont op tot een gewapende tocht naar het Heilige Land.

Urbanus II
1095
Clermont
Gregorius VII
1077

Urbanus II, 1095, Clermont.

Hoe kregen rijke kooplieden het stadsbestuur in handen?

A

Door benoeming door de paus

B

Door erfelijke adellijke titels

C

Via koopliedengilden en leningen aan edelen

D

Door het financieren van kruistochten

Syllabus: organisatie in koopliedengilden en leningen aan edellieden. Verwachte fout: adellijke titels.

Wat veranderde in West-Europa tussen tijdvak 3 en tijdvak 4?

A

Van agrarisch-urbaan naar zelfvoorzienend agrarisch

B

Van zelfvoorzienend agrarisch naar agrarisch-urbaan

C

Van geldeconomie naar hofstelsel en horigheid

D

Van stad en handel naar feodale verhoudingen

KA 11 naar KA 13. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Wat hadden kruistochten en Investituurstrijd gemeen?

Goed: beide gaan over de macht van de paus en de kerk ten opzichte van wereldlijke heersers. Verwachte fout: zeggen dat beide strijd om Jeruzalem waren.

Waarom was Filips de Goede belangrijk voor de staatsvorming?

A

Hij schafte de stadsrechten af

B

Hij bevrijdde Jeruzalem van de Seltsjoeken

C

Hij benoemde bisschoppen zonder de paus

D

Hij voegde gewesten samen met centrale instellingen

KA 17. Verwachte fout: denken dat hij de steden afschafte.

Welk soort oorzaak was het streven van hertogen naar centralisatie?

A

Sociaaleconomisch

B

Cultureel-mentaal

C

Aanleiding

D

Politiek-bestuurlijk

Gezag en bestuur: politiek-bestuurlijk. Verwachte fout: sociaaleconomisch.

Waar vonden kruistochten ook plaats naast de Levant?

A

Alleen in Syrië en Palestina

B

In Spanje en rond de Oostzee

C

In Engeland en Ierland

D

Op Italië en Sicilië

Reconquista en Noordelijke Kruistochten. Verwachte fout: denken dat alle tochten naar Jeruzalem gingen.

Vul in

Brugge kreeg via de Noordzee aansluiting op de handel met de Hanze en nam zo tegen 1300 de leiding over van Atrecht.

Noordzee
Hanze
Atrecht
Oostzee
Gent

Noordzee, Hanze, Atrecht.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Goed gedaan!

Je kent nu de kenmerkende aspecten van tijdvak 4: steden en burgers, strijd tussen paus en keizer, kruistochten en het begin van staatsvorming.

Deze slide heeft geen instructies