Les 7 | 1e indruk - vooroordelen

Les 7 | VOOROORDELEN
Welke van deze twee mannen zou jij sneller de weg vragen in het openbaar?
Welke reacties roepen meneer 1 bij jouw op?
Welke reacties roepen meneer 2 bij jou op?
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
LOBMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les 7 | VOOROORDELEN
Welke van deze twee mannen zou jij sneller de weg vragen in het openbaar?
Welke reacties roepen meneer 1 bij jouw op?
Welke reacties roepen meneer 2 bij jou op?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Aan het einde van deze les weet ik 

- wat vooroordelen zijn

- wat ik belangrijk vind in de omgang met elkaar

- hoe een eerste indruk wordt gevormd


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
- herhaling lesstof vorige lessen
- uitleg huiswerkopdracht (Teams)
- vooroordelen
- eerste indruk
- raadsel...
- zelf aan de slag!

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesstof vorige lessen
- referentiekader -> wat wordt daarmee bedoeld?

- feedback -> hoe geven we het beste feedback?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerkopdracht
1. Eerste indruk -> leg eens uit, wat bedoelen we hiermee? Heb je een voorbeeld, waaruit blijkt dat je zelf wel eens een 'goede' of een minder 'goede' eerste indruk hebt gemaakt?
2. Hoe vormen we onze eerste indruk?
3. Vooroordelen wat bedoelen we daar nou precies mee? Vertel in je eigen woorden.


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerkopdracht
4. Ga eens bij jezelf na of je een ander wel eens ‘verkeerd’ hebt ingeschat.
- was  het een gevoel?
- had je iets gezien of ervaren waardoor je die keuze maakt?
- hoe ben jij aan je vooroordeel gekomen?  

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerkpdracht 

5. Welke vooroordelen hebben anderen over jou?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie ik!

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is je opgevallen?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

In hoeveel tijd vorm je eerste indruk?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je vormt een eerste indruk op basis van:
  • het uiterlijk 
  • het gedrag
  • hoe iemand beweegt 
  • hoe iemand praat
  • de gekozen kleding

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Negatieve indruk
- laat zich moeilijk uitwissen. - - Onderzoek heeft aangetoond dat je 8 positieve reacties achter elkaar nodig hebt óm een negatieve indruk weg te nemen. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat bedoelen we met 
VOOROORDELEN?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vooroordelen
  • een mening die niet op feiten is gebasseerd
  • je oordeelt zonder dat je er van te voren veel van weet
  • vooroordelen kunnen leiden naar discriminatie

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is instinct?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is instinct?
''Een aangeboren gevoel dat je iets wil of moet doen''

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom hebben we vooroordelen?


Vooroordelen hebben we allemaal.


Dat is niet erg. Als je je dat maar beseft.


Blijf open voor anderen en wees je bewust:

Je kan het ook fout hebben.




Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RAADSEL

Een man en zijn zoon zijn betrokken bij een ernstig auto-ongeluk. De vader overlijdt ter plaatse, de zoon is ernstig gewond en wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Een topchirurg staat klaar om hem te opereren. De chirurg ziet de jongen op de operatietafel liggen en zegt: ik kan deze jongen niet opereren. Dit is mijn zoon! 

Slide 25 - Tekstslide

Grote kans dat je antwoord was dat de jongen twee
vaders heeft, geadopteerd is of een stiefvader heeft. Zo
denken de meeste mensen namelijk bij het horen van dit
raadsel. Er zijn maar weinig mensen die direct denken
dat de chirurg de moeder is van de jongen. Grote kans
ook dat je nu denkt, oh ja, stom… We vinden het namelijk
helemaal niet raar dat een vrouw chirurg is, wel is ons
eerste beeld van een chirurg ‘een man in een witte jas’.
Zo werken dus jouw onbewuste vooroordelen. 


Aan de slag met je opdracht in Teams!

Slide 26 - Tekstslide

Grote kans dat je antwoord was dat de jongen twee
vaders heeft, geadopteerd is of een stiefvader heeft. Zo
denken de meeste mensen namelijk bij het horen van dit
raadsel. Er zijn maar weinig mensen die direct denken
dat de chirurg de moeder is van de jongen. Grote kans
ook dat je nu denkt, oh ja, stom… We vinden het namelijk
helemaal niet raar dat een vrouw chirurg is, wel is ons
eerste beeld van een chirurg ‘een man in een witte jas’.
Zo werken dus jouw onbewuste vooroordelen.