Lección : Leesvaardigheidstraining 2 October

1 / 43
volgende
Slide 1: Slide
newEditorSpaansMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

We starten in 5 minuten met de les.

Deze slide heeft geen instructies

Registro de asistencia

Deze slide heeft geen instructies

         Los objetivos: Compresión Lectura

Después de la clase: 

R: Kan je veelvoorkomende Spaanse woorden en zinsstructuren in een tekst herkennen.

R: Kan je  de betekenis van standaardvragen begrijpen (zoals ¿Qué se cuenta en el párrafo...? of ¿Cuál de las afirmaciones es verdad?).

R: Weet wat hoofd- en bijgedachte betekenen.


T1: Kan je antwoorden vinden die letterlijk in de tekst staan.

T1: Kan je  bekende woorden of uitdrukkingen in context gebruiken om de betekenis te begrijpen


T2: Kan je afleiden wat de schrijver bedoelt, ook als het niet letterlijk wordt gezegd.

T2: Kan de betekenis van onbekende woorden raden uit de context.


I: Kan je de opbouw en intentie van een tekst uitleggen

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

         Los objetivos: Expresión oral.

Después de la clase: 

R: Herken en gebruik je basiswoordenschat over zichzelf, familie, vrienden en school.

R: Ken je de betekenis en het gebruik van ser, tener en llevar.

R: Ken je  woorden voor kleuren, vormen, materialen en functies van voorwerpen en plaatsaanduidingen (a la derecha, al lado de, delante de, detrás de, encima de, entre).


T1: Spreek je in eenvoudige maar samenhangende zinnen over zichzelf, familie, vrienden en school.

T1: Gebruik je ser, tener en llevar in eenvoudige contexten.

T1: Gebruikt plaatsaanduidingen zoals a la derecha, al lado de, delante de, detrás de, entre, encima de om te vertellen waar mensen of objecten zich bevinden.

T1: Beschrijf je bekende personen of objecten met correcte basiszinnen.



3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

         Los objetivos: Compresión oral

Después de la clase: 


T2: Beschrijf je personen en objecten met ser, tener en llevar, en woorden voor vorm, kleur, materiaal en gebruik.

T2: Gebruik je verbindingswoorden (además, porque, sin embargo) om samenhang te creëren.


I: Kies je bewust de juiste structuur en toon (formeel/informeel).

I: Reflecteer je op eigen leerproces en voortgang.

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Los deberes

Los deberes para la próxima clase:


Vocabulario:

Aprender: Vocabulario B y C, págs. 52–53 (NED–ESP)

Apoyo: Quizlet






📝

Deze slide heeft geen instructies

No lo entiendo, ¿puede repetirlo por favor?

A

Kunt u langzamer praten?

B

Ik ken het Spaanse woord niet.

C

Wat betekent...?

D

Ik begrijp het niet, kunt u het herhalen alstublieft?

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué significa...?

A

A. Kunt u langzamer praten?

B

Ik ken het Spaanse woord niet.

C

Wat betekent...?

Deze slide heeft geen instructies

No conozco la palabra en español.

A

A. Kunt u langzamer praten?

B

Ik ken het Spaanse woord niet.

C

Wat betekent...?

Deze slide heeft geen instructies

 Examentraining

Deze slide heeft geen instructies

Tips voor leesvaardigheidtoets

Deze slide heeft geen instructies

Let op!: Het goede antwoord

Het goede antwoord is meestal een stukje uit de tekst in andere woorden.


Schakel je eigen mening over het onderwerp uit. Als er in een antwoord b.v. staat dat Hitler een onmens was, is dit toch fout als het niet in de tekst staat. 

Deze slide heeft geen instructies

Let op!

Het kan voorkomen dat er naar iets gevraagd wordt dat NIET in de tekst staat. Soms moet je gewoon 'nee' of 'geen' op durven schrijven. 


(Let op: altijd in het Nederlands tenzij het anders gevraagd wordt !!!)

Deze slide heeft geen instructies

Let op!: Onbekende woorden

Onbekende woorden in de tekst.

• Vergelijk met het Engels: historia lijkt op "history" en profundo op "profound

• Herken delen van het woord:  coraje - corage

• Gebruik de context: Kijk naar de andere woorden of zinnen rondom het onbekende woord. Bijvoorbeeld, stel dat je het woord el propietario niet kent. Uit de zin "Manolo es el propietario del restaurante 'Comidas Manolo', un muy buen restaurante", kun je misschien afleiden dat el propietario iets betekent als "de eigenaar".


Gebruik een woordenboek• Woordenboek als laatste optie: Als je er na deze stappen nog niet uitkomt, zoek het onbekende woord dan op in een woordenboek. Meer tips over efficiënt gebruik van het woordenboek volgen later


Deze slide heeft geen instructies

Let op!: Woordenboek?

  • Gebruik woordenboek pas als je het woord echt niet weet en daardoor een vraag niet kunt beantwoorden

  • Neem niet meteen het eerste woord dat je als vertaling tegenkomt in het woordenboek. 

  • Let op woordsoort

  • Kijk eventueel naar voorbeeldzinnen, de combinaties met voorzetsels., enz

Deze slide heeft geen instructies

Let op!: Voorvoegsels

Voorvoegsels: Voorvoegsels zijn kleine woorddelen die voor een ander woord worden geplaatst en zo een nieuw woord vormen

Hier zijn enkele veelvoorkomende voorvoegsels en hun betekenissen:

• des- (desagradable – onaangenaam): geeft vaak een tegenstelling of ontkenning aan.

• re- (reaparecer – weer tevoorschijn komen): betekent 'opnieuw', 'weer' of 'her-'.

• im- (imposible – onmogelijk): duidt het tegenovergestelde aan, zoals 'on-' of 'niet-'.

• in- (insensible – ongevoelig): eveneens een voorvoegsel voor het tegenovergestelde, zoals 'on-' of 'niet-'.

• pre- (prehistórico – prehistorisch): betekent 'voor' of 'al eerder'.

• anti- (antiautoritario – anti-autoritair): duidt op een tegenstand of oppositie, zoals 'tegen-'.


Deze slide heeft geen instructies

Let op!: Altijd een antwoord geven.

Altijd een antwoord geven

Als je echt niet weet wat het juiste antwoord is, moet je altijd iets invullen. Een blanco antwoord is altijd fout!


Deze slide heeft geen instructies

Vamos a leer un texto

We gaan een citotekst lezen met verschillende soorten vragen.

Eerst bekijken we de strategieën per vraag.

Je mag losse woorden opzoeken, maar geen hele zinnen. 

Deze slide heeft geen instructies

Geef de betekenis ...

¿A qué pregunta responde el párrafo 3?

Deze slide heeft geen instructies

Geef de betekenis ¿Qué frase ...?

Deze slide heeft geen instructies

Geef de betekenis ¿Por qué...?

Deze slide heeft geen instructies

Geef de betekenis ¿Cuál de las afirmaciones es verdad?

Deze slide heeft geen instructies

Geef de betekenis ¿De qué habla... en el párrafo X?

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen

Gatenteksten

Beweringen

MC-vragen

Open vragen

Relevante informatie

Hoofdgedachte

Betekenis tekstelementen

Tekstverbanden

Intenties, opvattingen en gevoelens

Deze slide heeft geen instructies

Tekst 2: Tres franceses, uno paralímpico, nadará el lago Titicaca.

Deze slide heeft geen instructies

1. Eerst de titel + eerste zin lezen

Laat leerlingen vóór ze de hele tekst lezen eerst kijken naar:

Barcelona, ciudad de mariposas

Daarna alleen de eerste zin van alinea 1:

Deze slide heeft geen instructies

¿De qué trata probablemente el texto?

Waar gaat de tekst waarschijnlijk over?


Deze slide heeft geen instructies

Pregunta 1:

En grupo, mucho mejor 

Deze slide heeft geen instructies

2. Lees eerst de vraag, daarna de tekst.

Deze slide heeft geen instructies

Textvraag → zoek sleutelwoorden → lees de zin eromheen → antwoord.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

SIGNAL WOORDEN.

Deze slide heeft geen instructies

 Relevante informatie  

  • Staat niet in de tekst of in de verkeerde alinea

  • Geeft geen antwoord op de vraag

  • Is het tegenovergestelde van wat er in de tekst staat (let op ontkenningen!)

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van deze les?

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je van 

deze les geleerd?

Deze slide heeft geen instructies

¡Nos vemos la próxima clase!

Deze slide heeft geen instructies