2.4 Reactievergelijkingen

Reactievergelijkingen
  • In een reactievergelijking staan de formules van de beginstoffen en de reactieproducten.
  • Het aantal atomen van elke soort vóór de reactie moet hetzelfde zijn als na de reactie. We zeggen dan dat de reactievergelijking kloppend is.

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Reactievergelijkingen
  • In een reactievergelijking staan de formules van de beginstoffen en de reactieproducten.
  • Het aantal atomen van elke soort vóór de reactie moet hetzelfde zijn als na de reactie. We zeggen dan dat de reactievergelijking kloppend is.

Slide 1 - Tekstslide

Bij een onvolledige verbranding van koolwaterstoffen ontstaan:
A
zuurstof en roet
B
koolstof en koolstofdioxide
C
koolstof, koolstofdioxide en waterdamp
D
roet, koolstofmonoxide en waterdamp

Slide 2 - Quizvraag

Molecuulformules
  1.  Leren (water, glucose etc..)
  2. Uit de naam 'vertalen' (verbindingen tussen 2 niet-metalen)
  3. Later: verbindingen tussen metaal en niet-metaal

Slide 3 - Tekstslide

LEREN!!

Slide 4 - Tekstslide

Van naam naar formule
  1. noteer de naam
  2. zet daaronder de  symbolen
  3. vertaal de Griekse telwoorden naar de index 
  4. als er geen telwoord bij het eerste element staat dan betekent dat dat er 1 van is                        

Slide 5 - Tekstslide

difosforpentaoxide
  1.         P   O
  2.         P2O5

Slide 6 - Tekstslide

Van formule naar naam
  1. Noteer de formule
  2. Noteer de namen van de elementen
  3. Vertaal de indexen naar de Griekse telwoorden         (de telwoorden komen vóór de namen)
  4. Is er van het eerste element maar 1 exemplaar dan laten we 'mono' weg


Slide 7 - Tekstslide

distikstofmono-oxide
  1.      N    O
  2.      N2O1 
  3.      Maar de 1 schrijven we nooit, dus N2O

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Slide 10 - Link

Kijk naar de reactievergelijking van de ontleding van waterstofperoxide:
H2O2 --> H2 + O2
Welke coëfficiënt moet voor zuurstof staan?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Link

Slide 13 - Link