P10 spelling volt dw

Welkom! Pak je spullen, leg ze op tafel en ga lezen in je leesboek.
timer
6:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom! Pak je spullen, leg ze op tafel en ga lezen in je leesboek.
timer
6:00

Slide 1 - Tekstslide

Lesplan
Lezen in je leesboek
Stukje herhaling
Uitleg
Aan de slag






Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
  • Aan het eind van de les ben je in staat om de pvtt op de juiste manier te spellen
  • Aan het eind van de les weet je wat een voltooiddeelwoord is en weet je hoe je deze moet schrijven. 

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je nog over de persoonsvorm tegenwoordige tijd?

Slide 4 - Open vraag

1. Als 'jij' achter de pv staat, schrijf je de ik-vorm.

Persoonsvorm
tegenwoordige
tijd

Persoonsvorm
verleden
tijd

2. Bij deze tijd mag je 'T eX KoFSCHiP gebruiken.
3. Als het onderwerp enkelvoud is, schrijf je ik-vorm + te/de.
4. Je schrijft ik-vorm + t als het onderwerp 'hij' is.

Slide 5 - Sleepvraag

Tegenwoordige tijd of verleden tijd?
1. Zoek naar een aanwijzing in de zin of je de TT of VT moet gebruiken. Kan het allebei? Dan TT!

2. Zoek het onderwerp van de zin en bepaal welke vorm je moet gebruiken.

3. Spel de persoonsvorm volgens de regels!


Slide 6 - Tekstslide

Spel het werkwoord:
Vorig jaar (verbazen) wij ons over de drukte op de Franse camping.

Slide 7 - Open vraag

Spel het werkwoord:
(verbeelden) Dat ... jij je maar.

Slide 8 - Open vraag

Spel het werkwoord:
(betalen) Die man ... alles contant.

Slide 9 - Open vraag

Wat weet je nog?
De vorige les heb je gewerkt met 't kofschip. Hoe gebruik je het kofschip? Wanneer gebruik je het kofschip? 

Slide 10 - Tekstslide

't Sexy Fokschaap
ook wel 't x kofschip


Slide 11 - Tekstslide

het  KoFSCHiP
  • Het KoFSCHiP gebruik je om te bepalen of een werkwoord eindigt met een -d of -t. 
  • Je gebruikt het KoFSCHiP bij de persoonsvorm verleden tijd en het voltooid deelwoord.
  • voor het KoFSCHiP heb je de stam nodig.
  • De o en i in het KoFSCHiP doen niet mee! 
  • Zit de laatste letter van de stam in het KoFSCHiP, dan eindigt het werkwoord met een -t

Slide 12 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
  • Een handeling is (vaak) afgerond = voltooid
  • Er staat een vorm van hebben/zijn/worden in de zin
  • begint vaak met ge-, be- of, ver-

Sterke werkwoorden eindigen op -en
De trein is op het perron aangekomen.

Zwakke werkwoorden eindigen op een -t of -d
Op school worden er verschillende activiteiten georganiseerd.
  • verlengproef
  • 't eX KoFSCHIP

Slide 13 - Tekstslide

onvoltooid deelwoord

  • Je schrijft een onvoltooid deelwoord altijd hetzelfde:
  • hele werkwoord  + d:
  • fluitend
  • lopend
  • wachtend

Slide 14 - Tekstslide

Onvoltooid deelwoord
  • Het onvoltooid deelwoord geeft aan dat een handeling op dit moment plaatsvindt. 
  • We spellen het onvoltooid deelwoord door -d of -de achter het hele werkwoord te zetten. 

Slide 15 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
geen voltooid deelwoord
gelopen
geslapen
slapen
gedaan
doen
schrijven

Slide 16 - Sleepvraag

Wat is de juiste vorm van het voltooid deelwoord?

BELONEN
A
Beloond
B
beloont
C
Gebelonen

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van het voltooid deelwoord?

DUWEN
A
Geduwt
B
Geduwd
C
Geduwen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van het voltooid deelwoord?

RAKEN
A
Geraakd
B
Geraakt
C
Geraken

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van het voltooid deelwoord?

ETEN
A
Gegeet
B
Gegeed
C
Gegeten

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van het voltooid deelwoord?

VREZEN
A
Gevreest
B
Gevreesd
C
Gevrezen

Slide 21 - Quizvraag

Geef aan in hoeverre het jou lukt om de persoonsvorm tegenwoordige tijd, persoonsvorm verleden tijd en het voltooid deelwoord juist te spellen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll

Huiswerk voor woensdag
Maken online Spelling H10
Je maakt tot maximaal opdracht 7.

Morgen een volle iPad meenemen!

Slide 23 - Tekstslide

Wat heb je in deze les geleerd en waardoor heb je dat geleerd?
timer
1:00

Slide 24 - Open vraag

Blijf zitten tot de bel gaat en schuif je stoel aan!!

Slide 25 - Tekstslide