Les 2 - V4 - escribir parrafo 1

Hola V4
Los objetivos de la clase son:
practicar con el indefinido y 
escibir el primer párrafo de tu carta
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Hola V4
Los objetivos de la clase son:
practicar con el indefinido y 
escibir el primer párrafo de tu carta

Slide 1 - Tekstslide

La clase anterior
¿Qué exámenes tienes en periodo 2?
¿Sobre qué tienes que escribir una carta a la profe?
Nombra 3 países centroamericanos.
¿Cómo vais a trabajar en clase?
¿Qué es muy importante para escribir una buena carta en español?

Slide 2 - Tekstslide

Repasar el vocabulario

Slide 3 - Tekstslide

El indefinido
1) estar, yo 2)viajar, nosotros 3) llegar, vosotros
4) ir, tú
timer
1:00

Slide 4 - Open vraag

Una canción con el indefinido
Escribe los verbos en el indefinido 
y después escucha la canción de Bad Bunny y Rosalía 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen dat je vorige zomer naar Chile op vakantie bent geweest.
A
Waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen wat je achtereenvolgens tijdens je reis naar Latijnsamerika hebt gedaan en meegemaakt.
A
Waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen wat voor het weer tijdens je vakantie was.
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen dat je met het vliegtuig om 8.00 uur 's ochtends bent vertrokken.
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen hoe laat je aankwam op het vliegveld van Lima.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen dat de vlucht 7 uur duurde
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen dat je vertraging had.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

El uso del indefinido
Voor gebeurtenissen of handelingen op een bepaald moment in het verleden. 
De handeling of gebeurtenis is afgerond.
Het begin en einde is bekend.
Signaalwoorden: jaartallen, data, el mes pasado, ayer, anteayer, anoche
Tip: gebruik signaalwoorden in je zinnen. 

Slide 14 - Tekstslide

A escribir ...
La profesora anda por la clase a ver si habéis hecho los deberes

Slide 15 - Tekstslide

Alinea 1 - inleiding in NL
Schrijf een inleidende zin waarin je vertelt naar welk land je bent gereisd.
Vertel waarom je dat land hebt bezocht.
Vertel waar het land ligt (ten opzichte van andere landen)
Vertel wat de hoofdstad is
Vertel hoe de nationale vlag is en wat de nationale munteenheid is
Vertel hoeveel inwoners er zijn.
Welke talen spreken ze in dat land?
Wat zijn de 2 belangrijkste bezienswaardigheden? 
Vertel hoeveel dagen/weken/maanden je daar bent geweest.

timer
15:00
Tip
Schrijf de alinea eerst in het Nederlands.<div>Gebruik korte zinnen.</div><div>Alleen korte zinnen kan je makkelijk vertalen naar het Spaans.</div><div>Doe alsof je het aan een klein kind vertelt.</div>

Slide 16 - Tekstslide

Vocabulario
Beste mevrouw De Zwart = Querida señora / profesora De Zwart
Een bezienswaardigheid = un lugar de interés turístico

Slide 17 - Tekstslide

Párrafo 1 - introducción en ESP
Vertaal je eerste alinea naar het Spaans.
Bedenk waar gebruik je de verleden tijd (indefinido) en waar de tegenwoordige tijd. 
Hulpmiddelen: reader, woordenboeken, geen internet

Sla steeds een witregel over, dan kan je daar later verbeteringen opschrijven.
timer
20:00

Slide 18 - Tekstslide

Alinea 2 - De heenreis naar ....
Vertel over de heenreis in 100 woorden. 
Op welke datum vertrokken jullie?
Met welk transportmiddel hebben jullie gereisd?
Hoe was de reis? (onrustig, vermoeiend, prettig, comfortabel etc)
Was er vertraging, turbulentie, vervelende medepassagiers etc?
Hoe waren de stewardessen (aardig, vervelend, knap etc)
Hoe lang duurde de heenreis?
Wanneer/hoe laat kwamen jullie aan en waar?
In welk transportmiddel gingen jullie naar jullie accommodatie?
Waar verbleven jullie (hotel, huis, appartement etc).
Hoe was de accommodatie (eenvoudig, luxe, comfortabel etc)



Tip
Schrijf de alinea eerst in het Nederlands.<div>Gebruik korte zinnen.</div><div>Alleen korte zinnen kan je makkelijk vertalen naar het Spaans.</div><div>Doe alsof je het aan een klein kind vertelt.</div>

Slide 19 - Tekstslide

Párrafo 2 - El viaje de ida a ....
Vertaal je eerste alinea naar het Spaans.
Bedenk goed waar je de indefinido en waar je de imperfecto gebruikt.
Hulpmiddelen: reader, woordenboeken, geen internet

Sla steeds een witregel over, dan kan je daar later verbeteringen opschrijven.

Slide 20 - Tekstslide

Levanto la mano si . . . 
1. . . . sabes las terminaciones del indefinido
2. . . . conoces los verbos irregulares del indefinido
3. . . . has terminado el primer párrafo hoy

Slide 21 - Tekstslide

Los deberes
Leren
indefinido (regelmatig en onregelmatig)
gebruiksregels van de indefinido + signaalwoorden 
imperfecto (regelmatig en onregelmatig)
gebruiksregels van de imperfecto + signaalwoorden
alles in de reader op p. 21 t/m 26
vocabulario: verbos S-N en N-S (reader p. 34 + 35)

Slide 22 - Tekstslide