Lesweek 36 - les 7

Studiewijzer 3M - Geschiedenis
Nodig:
- Ipad
- Oortjes

Les 7
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Studiewijzer 3M - Geschiedenis
Nodig:
- Ipad
- Oortjes

Les 7

Slide 1 - Tekstslide

Deze les:
  • Herhaling vorige les
  • NIEUW: Nederland en Europa
  • Check les 

Slide 2 - Tekstslide

Herhalingsvragen vorige les

Slide 3 - Tekstslide

Wat wordt bedoeld met Klassieke Grondrechten?
A
Rechten die al vanaf de tijd van de Romeinen in de wet staan.
B
Vrijheidsrechten die in de grondwet sinds 1848 zijn vastgelegd.
C
Alle rechten die in de grondwet van 1848 stonden.
D
Het recht op huisvesting , onderwijs en medische zorg.

Slide 4 - Quizvraag

WAAR
NIET WAAR
Parlement is een ander woord voor volksvertegenwoordiging.
In Nederland bestaat het parlement uit de Staten-Generaal en het kabinet.
De ministers hebben zitting in de Tweede kamer.
De koning is het hoofd van de Nederlandse Regering.
Een van de taken van de Eerste en Tweede Kamer is het controleren van de regering.
De Staten-Generaal is de officiële naam voor het Nederlandse parlement.

Slide 5 - Sleepvraag

Eerste Feministische Golf
NIEUW!
"Nederland en Europa"

Slide 6 - Tekstslide

Europese Unie?
De Europese Unie (EU) is een economische en politieke samenwerking van 28 Europese landen (lidstaten).
Deze landen hebben de EU bevoegdheden gegeven om gemeenschappelijk Europees beleid te voeren.

Slide 7 - Tekstslide

VIDEO
HISTOCLIPS: De Europese Unie

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

EGKS
1951
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
  • Samenwerking na WOII om nieuwe oorlog te voorkomen.
  • Gemeenschappelijk bestuur kolen- en staalindustrie.  
  • Controle wapenindustrie.
  • Bevorderen economische voordelen in voordeel Wederopbouw EU. 
  1. Nederland
  2. België
  3. Luxemburg
  4. Frankrijk
  5. West-Duitsland
  6. Italië

Slide 10 - Tekstslide

Sleep de namen van de zes lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) naar de linker kolom. Sleep de namen van de overige landen naar de rechter kolom:
Lid van de EGKS:
Niet lid van de EGKS:
België
Nederland
West-Duitsland
Italië
Frankrijk
Spanje
Groot-Brittannië
Luxemburg

Slide 11 - Sleepvraag

EEG
1958
Europese Economische Gemeenschap
  • Uitbreiding economische samenwerking EGKS.
  • Oprichting in Verdrag van Rome. 
  • Binnen de EEG kwam er een gemeenschappelijke markt.
  • Vrije handel onderling
  • Samenwerking landbouw, handel en transport.

Slide 12 - Tekstslide

De EG
1967
Europese Gemeenschap
  • Samenvoeging van de EGKS en de EEG
  • Bijvoorbeeld volledige vrije handel, geen invoerbelasting.
  • Steeds meer Europese landen sluiten zich aan. 

Slide 13 - Tekstslide

De Europese Unie
1993
  • De landen van de Europese Gemeenschap willen eind jaren '80 nog meer gaan samenwerken.
  • Bijvoorbeeld op het gebied van: milieu, criminaliteit en de verkeersveiligheid.

Slide 14 - Tekstslide

Zet het begrip bij de juiste betekenis.
EG

EEG
EGKS

EU
Europese Genootschap voor Kolen en Staal
Europese Unie
Europees Economisch Genootschap
Europees Genootschap

Slide 15 - Sleepvraag

Sleep de 4 gebeurtenissen in de juiste volgorde.
1
2
3
4
Oprichting EEG
Oprichting EU
Oprichting EG
Oprichting EGKS

Slide 16 - Sleepvraag

Het bestuur van Europa

  • De Europese Commissie
  • Het Europees Parlement
  • De Raad van Ministers
  • Europese Raad

Slide 17 - Tekstslide

VIDEO
CLIPHANGER: Wie is de baas van de EU?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Europese Commissie

  • Dagelijks bestuur van de EU.
  • De Europese Commissie bestaat uit 28 eurocommissarissen. Elk land heeft één commissaris. Een Europese voorzitter. 
  • De Commissie stelt nieuwe wetten voor en zorgt dat wetten worden uitgevoerd.
  • De Europese Commissie kan alleen allemaal tegelijk ontslagen worden. 

Slide 20 - Tekstslide

Europees Parlement

  • Het Europees Parlement bestaat uit 751 leden. Ze worden iedere vijf jaar door de burgers van de lidstaten gekozen. Hoe meer inwoners. hoe meer zetels.  
  • Europese wetsvoorstellen moeten door het parlement worden goed gekeurd. Ook mag het parlement wetsvoorstellen wijzigen. (recht van amendement) 

Slide 21 - Tekstslide

Raad van Ministers
  • De Raad van Ministers bestaat uit alle ministers van alle lidstaten. Eigenlijk is de samenstelling elke keer anders, want als het over het milieu gaat dan komen alleen de ministers van Milieu.  
  • De Raad van Ministers moet, net als het Europees Parlement, elk nieuw wetsvoorstel goedkeuren of afkeuren.

Slide 22 - Tekstslide

Europese Raad
  • De regeringsleiders van de 28 landen van de EU.
  • Zij bepalen het beleid van de EU. 

Slide 23 - Tekstslide

Sleep de drie Europese instellingen naar de juiste plek in de tabel:
Europese Commissie
Europees Parlement
Raad van Ministers

Slide 24 - Sleepvraag

Oefenvragen deze les

Slide 25 - Tekstslide

Leg uit waarom de Europese landen na de Tweede Wereldoorlog gingen samenwerken.

Slide 26 - Open vraag


Gebruik de bron. Als je er op klikt vergroot de afbeelding. 

In de bron is een mening te herkennen over de uitbreiding van de Europese Unie (EU). Welke mening over deze ontwikkeling is te herkennen in de bron?
 
A
De uitbreiding is goed voor de EU, want lidstaten laten andere landen toe die kunnen bijdragen aan de EU.
B
De uitbreiding is goed voor de EU, want er zijn veel rijke landen lid geworden.
C
De uitbreiding is niet goed voor de EU, want lidstaten verzetten zich tegen de komst van nieuwe landen.
D
De uitbreiding is niet goed voor de EU, want want er willen te veel landen lid worden van de EU.

Slide 27 - Quizvraag

Europese Commissie
Europees Parlement
Raad van Ministers
Bestaat uit 751 leden
Bestaat uit alle ministers van alle lidstaten
EU-regering van 28 commissarissen
Taak is voorstellen en uitvoeren van nieuwe wetten
Beslist over wetsvoorstellen
Komen alleen bij elkaar als dat nodig is. Kunnen wetten goed- of afkeuren
751 leden

Slide 28 - Sleepvraag

Schrijf 3 dingen op die je
deze les hebt geleerd.

Slide 29 - Open vraag

Stel 1 vraag over iets dat je deze les
nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 30 - Open vraag