Wat is LessonUp
Lesbibliotheek
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Start gratis
‹
Terug naar zoeken
Woordenboekles mavo 3
Heute
Hoe werkt een woordenboek?
1 / 39
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Duits
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
In deze les zitten
39 slides
, met
interactieve quizzen
,
tekstslides
en
1 video
.
Lesduur is:
25 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Heute
Hoe werkt een woordenboek?
Slide 1 - Tekstslide
Lernziel
Ik kan het woordenboek D-N efficiënt gebruiken om de juiste vertaling te vinden.
Slide 2 - Tekstslide
Wat is belangrijk bij het gebruik van een woordenboek?
Slide 3 - Woordweb
Slide 4 - Video
1. Welk van de onderstaande woorden vind ik WEL in het woordenboek?
A
afkortingen
B
verkleinwoord
C
zelfstandig naamwoord - enkelvoud
D
zelfstandig naamwoord - meervoud
Slide 5 - Quizvraag
2. In de video wordt 'infinitief' van een werkwoord genoemd Wat is een infinitief eigenlijk?
A
vervoeging
B
de stam van een werkwoord
C
de ik-vorm
D
het hele werkwoord
Slide 6 - Quizvraag
3. Er wordt steeds gesproken over de context. Wat is de context? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.
A
betekenis
B
samenhang
C
verband
D
achtergrond
Slide 7 - Quizvraag
Signaalwoorden
Een signaalwoord is een verbindingswoord.
Slide 8 - Tekstslide
Wat is de vertaling van de volgende signaalwoorden?
Slide 9 - Tekstslide
trotzdem
A
daarentegen
B
desondanks
C
bovendien
D
toch
Slide 10 - Quizvraag
also
A
dus
B
want
C
daarom
D
of
Slide 11 - Quizvraag
außerdem
A
omdat
B
desalniettemin
C
bovendien
D
en
Slide 12 - Quizvraag
zum Beispiel
Slide 13 - Open vraag
aber
Slide 14 - Open vraag
weil
Slide 15 - Open vraag
Woordenboekgebruik - Het alfabet of wat staat waar?
Slide 16 - Tekstslide
Hoe snel ben je?
Zet in de goede alfabetische volgorde!
S - W - F - U - D - X
stopwatch
00:00
Slide 17 - Open vraag
Zet in de goede alfabetische volgorde!
stopwatch
00:00
1
2
3
4
5
6
Freispruch
freundlich
Frechheit
fressen
freisprechen
freuen
Slide 18 - Sleepvraag
Zet in de goede alfabetische volgorde!
stopwatch
00:00
1
2
3
4
5
6
Sonderpreis
soweit
sonstig
Sonnenstich
Soße
sondern
Slide 19 - Sleepvraag
Pak het woordenboek en zoek deze woorden op!
1. Gegenstand
2. scheußlich
3. schwül
4. unbedeutend
5. ausschlüpfen
6. Miesmacher
Slide 20 - Tekstslide
1. Gegenstand -- voorwerp
2. scheußlich -- afschuwelijk
3. schwül -- vochtig
4. unbedeutend -- onbelangrijk
5. ausschlüpfen -- uit het ei komen
6. Miesmacher -- Negatieveling
Slide 21 - Tekstslide
Welke woorden in deze zinnen staan niet zó in het woordenboek? Hoe staan ze er wel in?
1. Wie heißt du?
2. Ein Teller heiße Suppe.
3. Ich darf noch ein Stündchen schlafen.
4. Der kleine Finger.
5. Pferde sind größer als Schweine.
Slide 22 - Tekstslide
1. Wie
heißt
du? -- heißen
2. Ein Teller
heiße
Suppe. -- heiß
3. Ich
darf
noch ein
Stündchen
schlafen. -- dürfen/Stunde
4. Der
kleine
Finger. -- klein
5.
Pferde
sind
größer
als
Schweine
. -- Pferd/sein/groß/Schwein
Slide 23 - Tekstslide
Hoe staan de onderstaande woorden in het woordenboek?
1. geschrieben
2. bäckt
3. glitt
4. fünfte
5. schärfer
6. manche
7. geschah
Slide 24 - Tekstslide
Hoe staan de onderstaande woorden in het woordenboek?
1. geschrieben -- schreiben
2. bäckt -- backen
3. glitt -- gleiten
4. fünfte -- fünf
5. schärfer -- scharf
6. manche -- manch...
7. geschah -- geschehen
Slide 25 - Tekstslide
1. arm -- bijvoeglijk naamwoord
2. Arm -- zelfstandig naamwoord
3. zwei -- telwoord
4. Musik -- zelfstandig naamwoord
5. der -- lidwoord
6. Depp -- zelfstandig naamwoord
7. Grauen -- zelfstandig naamwoord
Slide 26 - Tekstslide
Meerdere betekenissen
Als een trefwoord duidelijk verschillende betekenissen heeft, worden de vertalingen genummerd met 1, 2
of
I, II, III.
Kies de vertaling die het beste in de context past.
Slide 27 - Tekstslide
Welke betekenis heeft der Band? Zoek in het woordenboek op!
Slide 28 - Open vraag
Welke betekenis heeft die Decke? Zoek in het woordenboek op!
Slide 29 - Open vraag
Parkschein
Welk lidwoord hoort erbij?
Slide 30 - Open vraag
Absatz
Wat is de betekenis van dit woord als het gaat over het thema leesvaardigheid?
Slide 31 - Open vraag
bestätigt
Schrijf de betekenis op van het hele werkwoord.
Slide 32 - Open vraag
Samengesteld zelfstandig naamwoord
Berufswechsel
Dit is een zelfstandig naamwoord dat eigenlijk uit twee woorden bestaat: Beruf + Wechsel.
Deze woorden staan niet als één woord in het woordenboek, maar apart van elkaar.
Slide 33 - Tekstslide
Uit welke twee woorden bestaan de volgende samengestelde zelfstandig naamwoorden?
Slide 34 - Tekstslide
Polizeipraktikum
Slide 35 - Open vraag
Kaffeetassenhersteller
Slide 36 - Open vraag
Reifendruckmeßgerät
Slide 37 - Open vraag
Habt ihr noch Fragen?
Slide 38 - Tekstslide
Exitticket
Noem één tip over woordenboekgebruik die je vandaag geleerd hebt en die je volgende les(sen) gaat toepassen.
Slide 39 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Woordenboek schrijfvaardigheid
July 2025
-
28 slides
Duits
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3
woordenboek
April 2025
-
49 slides
Engels
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1,2
woordenboek
January 2026
-
49 slides
Engels
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1,2
3TL periode 1 les 25 Woordenboek
July 2025
-
17 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
3TL periode 3 les 15
July 2025
-
17 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1
2TL periode 3 les 13
July 2025
-
29 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1
2TL periode 1 les 13
July 2025
-
18 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
Essen
July 2025
-
11 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t
Leerjaar 1