De tijd indelen

Verleden, heden en toekomst
De tijd indelen
                       DE TIJD INDELEN
timer
40:00
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Verleden, heden en toekomst
De tijd indelen
                       DE TIJD INDELEN
timer
40:00

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen:
Lesdoelen 
Aan het eind van deze les kun je:
  • De tien tijdvakken.
  • De vijf historische perioden
  • De vijf soorten samenlevingen
  • Tijdrekenen


Slide 2 - Tekstslide

Chronologie
Wat is eerst gebeurd? Wat daarna? en wat weer daarna? 
Baby Hitler
Tweede wereldoorlog
Bevrijding Nederland

Slide 3 - Tekstslide

 Historische indelingen
  • 5 Perioden
  • 10 Tijdvakken 
  • 5 Soorten samenlevingen 

Slide 4 - Tekstslide

De 5 perioden
  1. prehistorie ( tot 3000 v Chr.)
  2. oudheid ( 3000 v Chr tot 500 )
  3. Middeleeuwen ( 500 tot 1500)
  4. Vroegmoderne tijd (1500 tot 1800)
  5. moderne tijd (1800 tot nu)

Slide 5 - Tekstslide

De tien tijdvakken

Slide 6 - Tekstslide

De tien tijdvakken
  • Bedacht voor het onderwijs

  • Beginnen allemaal met: "De tijd van..."

  • Zijn niet allemaal even lang: sommige zijn meer dan 1000 jaar, andere maar 50 jaar.

  • Er is gekeken naar kenmerken: "Waaraan kun je ze herkennen?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

    Samenleving van jagers en verzamelaars 

Slide 9 - Tekstslide

Landbouwsamenleving

Slide 10 - Tekstslide

Landbouwstedelijke samenleving

Slide 11 - Tekstslide

Industriële samenleving

Slide 12 - Tekstslide

Informatiesamenleving

Slide 13 - Tekstslide

Eeuwen
  • Stukjes van 100 jaar

  • Eerste eeuw begint met het jaar 1 en eindigt met het jaar 100

  • De tweede eeuw begint met het jaar 101 en eindigt met het jaar 200

  • Enz.

  • Daarom leven wij in de 21e eeuw

Slide 14 - Tekstslide

Jaartelling
  • Handig om de tijd     te ordenen.

  • Belangrijke gebeurtenis als   beginpunt.

  • Verschillende jaartellingen.

Slide 15 - Tekstslide

Christelijke jaartelling
  • Begint bij het jaar 1 (let op: het jaar 0 bestaat niet!)  AD:  Anno Domini ( In het jaar des Heren)

  • Geboorte van Christus

  • Meest gebruikte jaartelling

  • Maar...de geschiedenis begint natuurlijk niet pas bij het jaar 1!

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Julius Caesar werd in 44 v. Chr. vermoord.

Hoeveel jaar is dat geleden?
A
2000 jaar geleden
B
2030 jaar geleden
C
2064 jaar geleden
D
2100 jaar geleden

Slide 21 - Quizvraag

Uit welke eeuw is het volgende jaartal?

31
A
1e eeuw v. Chr
B
1e eeuw n. Chr.
C
2e eeuw v. Chr.
D
2 eeuw n. Chr.

Slide 22 - Quizvraag

Uit welke eeuw is het volgende jaartal?

299 v. Chr.
A
2e eeuw v. Chr
B
2e eeuw n. Chr.
C
3e eeuw v. Chr.
D
3 eeuw n. Chr.

Slide 23 - Quizvraag

Uit welke eeuw is het volgende jaartal?

1612
A
16e eeuw v. Chr
B
16e eeuw n. Chr.
C
17e eeuw v. Chr.
D
17e eeuw n. Chr.

Slide 24 - Quizvraag

Bij de vorige vragen heb je gezien hoe tijdbalken eruit zien.

Wat is er niet goed aan deze tijdbalk?
A
Een tijdbalk moet altijd beginnen bij het jaar 1
B
Een tijdbalk heeft altijd perioden van 100 jaar
C
Een tijdbalk heeft altijd de perioden in gelijke stukken verdeeld
D
Een tijdbalk heeft altijd als laatste jaartal, het huidige jaar

Slide 25 - Quizvraag

Uit welke eeuw is het volgende jaartal?

31
A
1e eeuw v. Chr
B
1e eeuw n. Chr.
C
2e eeuw v. Chr.
D
2 eeuw n. Chr.

Slide 26 - Quizvraag

Uit welke eeuw is het volgende jaartal?

299 v. Chr.
A
2e eeuw v. Chr
B
2e eeuw n. Chr.
C
3e eeuw v. Chr.
D
3 eeuw n. Chr.

Slide 27 - Quizvraag

Uit welke eeuw is het volgende jaartal?

1612
A
16e eeuw v. Chr
B
16e eeuw n. Chr.
C
17e eeuw v. Chr.
D
17e eeuw n. Chr.

Slide 28 - Quizvraag

Bij de vorige vragen heb je gezien hoe tijdbalken eruit zien.

Wat is er niet goed aan deze tijdbalk?
A
Een tijdbalk moet altijd beginnen bij het jaar 1
B
Een tijdbalk heeft altijd perioden van 100 jaar
C
Een tijdbalk heeft altijd de perioden in gelijke stukken verdeeld
D
Een tijdbalk heeft altijd als laatste jaartal, het huidige jaar

Slide 29 - Quizvraag

Over welk onderwerp zal dit tijdvak gaan?
A
De Middeleeuwen
B
De Wereldoorlogen
C
De steentijd
D
De Romeinen

Slide 30 - Quizvraag

Over welke periode zal dit tijdvak gaan?
A
1600-1700
B
1800-1900
C
1900-1950
D
1950-nu

Slide 31 - Quizvraag


A
Tijd van jagers en verzamelaars
B
Tijd van Grieken en Romeinen
C
Tijd van ridders en monniken

Slide 32 - Quizvraag


A
Tijd van jagers en verzamelaars
B
Tijd van Grieken en Romeinen
C
Tijd van ridders en monniken

Slide 33 - Quizvraag


A
Tijd van jagers en verzamelaars
B
Tijd van Grieken en Romeinen
C
Tijd van ridders en monniken

Slide 34 - Quizvraag

Pictogrammen van
de Tien Tijdvakken

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Begrippen uit deze les:

  • Chronologie
  • Tijdvakken
  • Kenmerkende aspecten

Slide 45 - Tekstslide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd hebt:
  1.  
  2.  
  3.  

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen.


Slide 46 - Tekstslide

Aan de slag:


Huiswerk voor de volgende les:
  

Maken: Uit het werkboek opdracht 7, 8 en 9 op blz. 8 en 9

Lezen paragraaf 1.2


timer
15:00

Slide 47 - Tekstslide