F3 - 4.2+4.5 - Four forms of the future (uitleg)

4 forms of the future
  • Will
  • To be going to
  • Present continuous
  • Present simple 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

4 forms of the future
  • Will
  • To be going to
  • Present continuous
  • Present simple 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FUTURE Hopefully, I ........ my grammar test.
A
am passing
B
will pass
C
would pass
D
am going to pass

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

FUTURE My bus is delayed.
I ...... too late at the airport.
A
am
B
will be
C
am going to be
D
shall be

Slide 3 - Quizvraag

Vanwege de vertraging van je bus heb je nu aanleiding om aan te nemen dat je te laat gaat komen.
FUTURE What ...... he ..... tonight at 10pm?
A
will do
B
will have done
C
will be doing
D
will be

Slide 4 - Quizvraag

Het is een beslissing die je op dit moment maakt. Daarbij hoort het gebruik van will.
FUTURE:
The Glastonbury festival ....... at 1 o'clock this Friday.
A
will start
B
is starting
C
is going to start
D
starts

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4 forms of the future
  • Will (future simple)
  • To be going to
  • Present continuous
  • Present simple 
Did you get all four correct? Read when to use which future form in the next slides. Then practice some more.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Future tenses
1. I will clean the kitchen. / Shall I clean the kitchen?
aanbod/belofte, aankondiging/besluit, voorspelling geen bewijs
2. She is going to visit her grandparents next week.
van plan zijn om, voorspelling met bewijs, afspraak
3. They are taking the five o’clock train
Afspraken in nabije toekomst, tijd en/of plaats staan al vast.
4. Our English lesson today ends at 11.50.



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Will + infinitive (future simple)

Examples:
- I will bring you home after the party.
- I will go swimming if the sun shines tomorrow.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use future with "will": 
- als iets in de toekomst zal gebeuren.
- een voorspelling 
- een belofte/aanbod op het moment van spreken.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use future with "will": 
-simple - Shall I open a window?
-continuous - He will be cleaning his room at 5 p.m.
-perfect - We'll have finished lunch by then.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To be (am/is/are) going to + hele ww

Examples:
- I am going to visit my grandparents tomorrow.
- Look outside! It is going to rain!

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use future with "to be going to":
- Als je iets van plan bent (er is nog niets vastgelegd!)
- Voorspellingen waar je bewijs voor hebt

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use future with "Present Continuous" (am/is/are + ww + ing):
- er is al een afspraak is gemaakt/iets is vastgelegd.
- iets gaat binnenkort gebeuren.

Behalve voor de toekomst gebruik je de present continuous ook om:
- aan te geven dat iets NU aan de gang is
- aan te geven dat iets IRRITANT is (you are always picking your nose)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use future with "Present Simple": 
(hele ww zonder to/ bij she/he/it +S)
- Dingen die volgens een vaste tijdsplanning verlopen (bijvoorbeeld een dienstregeling of een rooster).
- Na sommige woorden die iets met de toekomst te maken hebben

Je gebruikt de present simple ook:
- om aan te geven dat iets vaker voorkomt (of nooit) of een gewoonte is
- bij werkwoorden die iets te maken hebben met de zintuigen (smell, taste, sound etc)

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Will / Shall + hele ww
  • Nog geen plan
  • Besluit, aanbod, belofte, aankondiging.      
  • Vraag/voorstel: Shall I / we     Will she / he   
I will clean my room this weekend, I promise!
He will go to the dentist (eventually).
Shall I buy you a drink?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. To be going to + hele ww
  • er is een plan, maar nog geen afspraak
  •  voorspelling met bewijs

I am going to visit my uncle next week.
It isn't going to rain. Look at the blue sky!

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Present Continuous 
(to be + hele ww + ing)

  • Het is geregeld of voorbereid.
  • Het gaat zeker gebeuren
  • Afspraak is afspraak!
I am celebrating my birthday tomorrow.
Ron is meeting his sister at 10 o'clock this Saturday.
I am leaving for Paris next month.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Present Simple 
Voor feiten en gewoontes, maar ook voor dingen in de toekomst met een vast rooster.
to arrive, to end, to start, to begin, to close, to depart, to finish, to leave, to open.
  • The train departs at 9 o'clock.
  • The shop closes in 15 minutes.
  • The match finishes at half past four.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Present Simple
  • What time does the museum open?
  • When do classes start?
  • When does the tour end?
  • The museum doesn't open until 9 a.m.
  • Classes don't start on Monday, but on Tuesday.
  • The tour doesn't end for another year.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4 ways to use the Future tense
Present simple
fixed time 
(volgens rooster)
The bus leaves at 6.
Present continuous
dingen gaan zeker gebeuren
I'm leaving for Paris tomorrow.
to be going to
plan gemaakt, afspraak nog niet
We're going to watch 
a film this weekend.
will/shall
nog geen plan
je doet een voorstel
She'll become a lawyer once.
Shall I bring you a drink?
What will they have completed by now?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samengevat
Vier manieren om de toekomende tijd aan te geven:
  1. Present simple: volgens een (tijd)schema/rooster
  2. Present continuous: gaat zeker gebeuren, is geregeld.
  3. To be going to: plan of voorspelling met bewijs
  4. Will: belofte, besluit, aanbod of voorspelling zonder bewijs

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Work on 4.5 grammar focus ex 1 -4 (p142)
  • Finish the weekly task
  • Practice the words and irregular verbs via quizlet and of course your book!
  • Good luck!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies