Vraagwoorden

In IJsland is Svartsengi, het vulkaan-gebied opnieuw een gevaar. Dit gebied scheurde opnieuw open. Dat zorgde voor een groot spektakel van licht en vuur. Maar dat is niet zonder gevaar. Scheuren in de aarde maakten grote schade aan wegen. En lava rolde het dorp Grindavik binnen. Daar brandden huizen af. De inwoners waren gevlucht. Dat gebeurde ook al in december. Toen liep de lava het dorp voorbij.
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

In IJsland is Svartsengi, het vulkaan-gebied opnieuw een gevaar. Dit gebied scheurde opnieuw open. Dat zorgde voor een groot spektakel van licht en vuur. Maar dat is niet zonder gevaar. Scheuren in de aarde maakten grote schade aan wegen. En lava rolde het dorp Grindavik binnen. Daar brandden huizen af. De inwoners waren gevlucht. Dat gebeurde ook al in december. Toen liep de lava het dorp voorbij.

Slide 1 - Tekstslide

Doel: 

Doel
- Ik kan de belangrijkste informatie uit een tekst halen door vragen te stellen via de vraagwoorden wie/wat/waar/wanneer.
- Ik kan de begrippen wie/wat/waar/wanneer herkennen

Slide 2 - Tekstslide

Vraagwoorden: wie, wat, waar en wanneer
Vraagwoorden zijn woorden die gebruikt worden om een open vraag te stellen. Dit zijn vragen waarop niet met ja of nee geantwoord kan worden. 

Bv. 
- Over wie gaat de tekst? 
- Wat is er aan de hand? 
- Waar gebeurt het? 
- Wanneer gebeurt het? 


Slide 3 - Tekstslide

Over wie gaat de tekst? 

Wat is er aan de hand? 

Waar gebeurt het? 

Wanneer gebeurt het? 
In IJsland is sinds midden januari  Svartsengi, het vulkaan-gebied opnieuw een gevaar. Dit gebied scheurde opnieuw open. Dat zorgde voor een groot spektakel van licht en vuur. Maar dat is niet zonder gevaar. Scheuren in de aarde maakten grote schade aan wegen. En lava rolde het dorp Grindavik binnen. Daar brandden huizen af. De inwoners waren gevlucht. Dat gebeurde ook al in december. Toen liep de lava het dorp voorbij.

Slide 4 - Tekstslide

Vraagwoorden: wie, wat, waar en wanneer

Wie, wat, waar en wanneer zijn belangrijke vraagwoorden in het Nederlands. 

Vraagwoorden zijn belangrijk voor het begrijpen van een tekst omdat ze helpen om informatie uit de tekst te halen

Door vragen te stellen over de tekst, kun je de inhoud beter begrijpen en onthouden

Slide 5 - Tekstslide

Werkbundel: 
Wie? Wat? Waar? Wanneer?
Neem je werkbundel en ga aan de slag!

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Samenvatting!
Een tekst kun je verkennen door er vaste vragen over te stellen

- Over wie gaat de tekst? 
- Wat is er aan de hand? 
- Waar gebeurt het? 
- Wanneer gebeurt het? 


Slide 15 - Tekstslide

Evaluatie
Vertel iets over je weekend. 
Probeer rekening te houden met de vaste vragen. 
Wat kom je te weten door deze vragen te stellen. 

- Over wie gaat de tekst? 
- Wat is er aan de hand? 
- Waar gebeurt het? 
- Wanneer gebeurt het? 


Slide 16 - Tekstslide