Woordenschat oefenen A2-B1
Woordenschat oefenen A2-B1
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoel
Ik kan 40 woorden voor de toets uit mijn geheugen ophalen en correct invullen in een zin.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden vind jij vaak moeilijk om zelf op te halen?
Gebruik de reacties als korte activering: laat cursisten benoemen waarom sommige woorden moeilijker blijven hangen dan andere.
Ik moet mijn uren en reiskosten nog doorgeven aan de ________.
Deze slide heeft geen instructies
Sara heeft een contract bij dit bedrijf. Ze is daar nu ________.
Deze slide heeft geen instructies
De journalist stelde de zanger veel vragen tijdens een ________.
Deze slide heeft geen instructies
Mijn ________ helpt mij om beter te worden en geeft mij tips.
Deze slide heeft geen instructies
Geld kan een belangrijke ________ bij de keuze voor een baan.
Deze slide heeft geen instructies
Na lang nadenken heeft zij de ________ genomen om van baan te veranderen.
Deze slide heeft geen instructies
Morgen geeft Amir een presentatie voor een grote groep mensen. Hij vindt het spannend om_____________te spreken.
Deze slide heeft geen instructies
Door de oorlog zijn veel mensen uit hun land ________.
Deze slide heeft geen instructies
In de ________ werken mensen bijvoorbeeld op boerderijen, met planten en dieren.
Deze slide heeft geen instructies
Overzicht: werk en organisatie
de administratie - afdeling voor papieren, geld en gegevens
in dienst - werkend voor een bedrijf of organisatie
het interview - gesprek met veel vragen
de coach - iemand die je helpt beter te worden
een rol spelen - belangrijk zijn of invloed hebben
de beslissing - een keuze die je maakt
in het openbaar - waar andere mensen bij zijn
vluchten - snel weggaan omdat een plaats niet veilig is
de landbouw - werk met planten, dieren en boerderijen
Deze slide heeft geen instructies
We hebben lang gezocht naar een oplossing. ________ is het toch gelukt.
Deze slide heeft geen instructies
De mannen willen hun paspoort niet laten zien. Ze ________ dit te doen.
Deze slide heeft geen instructies
De gasten komen over een uur. Ik ga het eten ________.
Deze slide heeft geen instructies
Mijn tas ligt nog in de auto. Ik loop even terug naar de auto om hem te ________.
Deze slide heeft geen instructies
Ik maak nog veel fouten, maar ik wil mijn Nederlands graag ________.
Deze slide heeft geen instructies
Vorig jaar ging ik iedere week zwemmen. Dit jaar wil ik dat ________ gaan doen.
Deze slide heeft geen instructies
De jongen zegt alles wat hij denkt. Hij is heel ________.
Deze slide heeft geen instructies
Mensen wonen al heel lang op aarde. Hoe is de aarde eigenlijk ________?
Deze slide heeft geen instructies
Ik ben in Rotterdam geboren en heb daar mijn hele jeugd gewoond. Daar ben ik
Deze slide heeft geen instructies
Overzicht: handelen en ontwikkeling
uiteindelijk - na lange tijd of na veel moeite
weigeren - zeggen dat je iets niet doet
klaarmaken - zorgen dat iets klaar is
halen - iets ergens gaan pakken
verbeteren - beter maken
weer - opnieuw
direct - iemand zegt wat hij denkt
ontstaan - beginnen te bestaan
opgroeien - je jeugd ergens doorbrengen
Deze slide heeft geen instructies
De medewerker bleef vriendelijk en ________, ook toen de klant boos werd.
Deze slide heeft geen instructies
Hij voelde zich maandenlang erg somber en had nergens zin in. Hij was ______
Deze slide heeft geen instructies
Anna heeft heel veel zin in haar nieuwe baan. Ze is erg ________.
Deze slide heeft geen instructies
Een baan dichtbij huis, met leuke collega’s en goed werk: dat is voor mij ___
Deze slide heeft geen instructies
Onze buren zijn heel ________: als we langskomen, krijgen we altijd koffie en iets te eten.
Deze slide heeft geen instructies
Zijn vrienden zijn verhuisd. Hij voelt zich vaak ________.
Deze slide heeft geen instructies
Ze woont nu al twee jaar in Nederland, maar ze mist haar land en familie heel erg. Ze heeft veel
Deze slide heeft geen instructies
Ze woont alleen, verdient haar eigen geld en doet alles zelf. Ze is ________.
Deze slide heeft geen instructies
Ik drink iedere ochtend na het opstaan koffie. Dat is mijn vaste ________.
Deze slide heeft geen instructies
Van alle sporten is tennis mijn ________.
Deze slide heeft geen instructies
Overzicht: gevoelens en eigenschappen
beleefd - netjes en vriendelijk
depressief - heel somber voor langere tijd
enthousiast - met veel zin en energie, je bent heel blij, je vindt iets heel leuk
ideaal - precies goed, perfect
gastvrij - vriendelijk voor gasten
eenzaam - alleen en verdrietig door weinig contact
heimwee - verdriet omdat je je land, huis of familie mist
onafhankelijk - zonder hulp van anderen kunnen leven
de gewoonte - iets wat je vaak op dezelfde manier doet
lievelings- - wat je het leukst vindt
Deze slide heeft geen instructies
Ieder kind heeft ________ op onderwijs.
Deze slide heeft geen instructies
Sommige mensen geloven in ________ en andere mensen niet.
Deze slide heeft geen instructies
Mijn oma kan niet meer alleen wonen. Ze woont nu in een ________.
Deze slide heeft geen instructies
Hij heeft iets gedaan dat volgens de wet niet mag. Daarom moet hij twee jaar de ________ in.
Deze slide heeft geen instructies
Een pistool is een ________.
Deze slide heeft geen instructies
Overzicht: samenleving en regels
het recht - iets wat je volgens regels of wetten mag hebben of doen
God - volgens sommige mensen degene die de wereld heeft gemaakt
het verzorgingshuis - woonplek met zorg voor ouderen
de gevangenis - plek waar iemand als straf vastzit
het wapen - iets waarmee je kunt schieten
Deze slide heeft geen instructies
Vanuit de trein zag ik een prachtig ________ met bergen, bomen en water.
Deze slide heeft geen instructies
IJzer en aluminium zijn soorten ________.
Deze slide heeft geen instructies
Dit kleine stukje is één ________ van de motor.
Deze slide heeft geen instructies
We hebben thuis geen ________ voor een grote eettafel.
Deze slide heeft geen instructies
In Egypte zijn plekken met veel zand waar bijna geen planten groeien. Zo’n plek noem je een _________
Deze slide heeft geen instructies
Overzicht: plaatsen en dingen
het landschap - wat je buiten ziet in een gebied
het metaal - materiaal zoals ijzer en aluminium
het onderdeel - een stuk dat bij een groter geheel hoort
de ruimte - plaats waar iets kan staan of zijn
de woestijn - een heel droog gebied met veel zand en waar weinig planten groeien
Deze slide heeft geen instructies
________ de regen gingen we toch naar buiten.
Deze slide heeft geen instructies
Welk woord uit deze les wil je nog extra oefenen?
Vrije reflectie op het leerproces.
Welke manier hielp jou het best om woorden te onthouden?
Vrije reflectie op het leerproces.