20-21 / H2 en H3 Criminaliteit en derving en calamiteiten

VACCM
Klas 1hvsc
Opleiding Verkoopspecialist
Schooljaar 2020-2021
Docent mevrouw Jansen
1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
RetailMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 54 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

VACCM
Klas 1hvsc
Opleiding Verkoopspecialist
Schooljaar 2020-2021
Docent mevrouw Jansen

Slide 1 - Tekstslide

Examen VACCM
  • Dinsdag 22 juni a.s. om 08:30 uur
  • Examentermen in Teams in kanaal VACCM onder bestanden
  • Leer het hele boek VACCM en de examentermen!

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud les
  • Uitleg H2 - Criminaliteit en derving
  • Uitleg H3 - Calamiteiten
  • Afgewisseld met interactieve vragen
  • Huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
Na deze les:
  • heb je kennis van het beveiligingsplan (H2)
  • bezit je kennis van het dervingsplan (H2)
  • kan je de wet- en regelgeving m.n.t. het
      aanhouden van een winkeldiefstal
      hanteren (H2)
  • bezit je kennis van brandpreventieve
      maatregelen (H3)


Slide 4 - Tekstslide

VACCM

  • VEILIGHEID
  • ARBOWET
  • CRIMINALITEIT
  • CALAMITEITEN 
  • MILIEU

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

DERVING
WAARDEVERMINDERING VAN JE VOORRAAD 

PRODUCTEN KUN JE NIET MEER VERKOPEN OMDAT ZE GESTOLEN, BESCHADIGD, VERNIELD  ZIJN, ZOEKGERAAKT OF OVER DE DATUM ZIJN 

Slide 7 - Tekstslide

Wat is een voorbeeld van derving?
A
Artikelen die zijn uitverkocht
B
Artikelen die worden teruggevonden
C
Artikelen die er zouden moeten zijn, blijken er niet te zijn
D
Artikelen die verkocht zouden worden, zijn niet geleverd

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Vraag
Noem een oorzaak van niet-criminele derving 
bij goederenontvangst

Let op: je moet oorzaken van criminele en 
niet-criminele derving kennen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Gevolgen criminele en niet-criminele derving
Voor de ondernemer: 
  • maakt minder winst
Voor de klant
  • nee-verkoop doordat een artikel toch niet meer op voorraad blijkt te zijn --> klant ontevreden
  • kosten door winkeldiefstal wordt doorberekend in de prijzen --> klant moet dus meer betalen
Voor het personeel:
  • met name criminele derving grote gevolgen (zoals een trauma door een overval = emotionele schade)

Slide 13 - Tekstslide

Maatregelen bij constateren derving
Voorbeelden:
  • Beschadiging aan artikelen melden
  • Defecte artikelen terugsturen aan de fabrikant
  • Voedsel op de houdbaarheidsdatum afprijzen zodat klanten het nog
      kunnen kopen

Slide 14 - Tekstslide

Dervingpreventieplan
Hierin staan de maatregelen die een winkel neemt om derving te voorkomen.

Bijvoorbeeld:
  • dat jij als verkoper klanten moet begroeten om daarmee derving te voorkomen
  • of dat er elke dag op houdbaarheid van producten gecontroleerd moet worden

Slide 15 - Tekstslide

Vormen van criminaliteit in de retail
  • Diefstal door klanten
  • Diefstal door medewerkers
  • Diefstal door anderen (vertegenwoordigers, chauffeurs, onderhoudsmensen)
  • Overval
  • Zakkenrollen
  • Skimming
  • Cybercrime

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Wat zijn de vier belangrijkste middelen om winkeldiefstal zoveel mogelijk te beperken?
A
Kijken, groeten, camera's ophangen, winkelinrichting
B
Kijken, groeten, camera's en kassabeveiliging
C
Kijken, groeten, beveiliging van producten en winkelinrichting
D
Kijken, groeten, beveiliging van producten en kassabeveiliging

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Welke richtlijnen moet je volgen als je iemand aanhoudt voor winkeldiefstal?


A
Kalm blijven en de politie bellen
B
Gestolen producten terugpakken
C
De verdachte meteen staande houden

Slide 22 - Quizvraag

Aanhouden bij diefstal 
  • blijf kalm 
  • schakel de hulp in van een collega
  • spreek de verdachte beleefd toe
  • zeg: " ik houd u aan op verdenking van diefstal"
  • neem de verdachte mee naar een ruimte
  • laat de verdachte nooit alleen
  • neem geen producten in beslag
  • bel politie 
  • voorkom geweld 

Slide 23 - Tekstslide

Maatregelen om te voorkomen dat personeel steelt 

  • duidelijke regels voor het kopen  van producten in de winkel
  • regels over visitatie
  • personeel nooit laten afreken met familie of bekende
  • korting voor medewerker laten goedkeuren door
     leidinggevende

Slide 24 - Tekstslide

Visitatie bij personeel

Het controleren van  tassen en jassen van het personeel bij vertrek

Slide 25 - Tekstslide

Visitatie bij klanten 
Het controleren van tassen
en jassen

Dit mag alleen als dit in de
huisregels staat en deze
bekend zijn gemaakt aan de
klant

Slide 26 - Tekstslide

Fouilleren
Mag alleen door de politie

Slide 27 - Tekstslide

Diefstal door anderen 
  • chauffeurs
  • monteurs 
  • schoonmakers
  • glazenwasser
  • vertegenwoordiger

Slide 28 - Tekstslide

Wat is een veelpleger?
A
Iemand die vaak steelt, maar nooit gepakt wordt
B
Iemand tegen wie meer dan vijf keer proces-verbaal is opgemaakt
C
Iemand tegen wie meer dan tien keer proces-verbaal is opgemaakt

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Handelen na een overval 
  • observeer welke richting de overvallers op vluchten
  • bel 112
  • sluit winkelpand direct
  • stel klanten gerust en laat ze wachten totdat de politie er is
  • raak niets aan
  • wacht op de politie 
  • geef alle informatie door aan de politie 

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Als er schade is aan personen dan noem je dat...
A
materiële schade
B
immateriële schade

Slide 35 - Quizvraag

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Skimmen is...
A
het verstoppen van producten in kleding
B
een ander woord voor zakkenrollen
C
het kopiëren van een bankpas
D
het observeren van een winkel met als doel een overval te plegen

Slide 38 - Quizvraag

Cybercrime
Criminaliteit met ict-middelen:
  • Phishing
  • Identiteitsfraude 
  • Hacken
  • Malafide webshop

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

VACCM

  • VEILIGHEID
  • ARBOWET
  • CRIMINALITEIT
  • CALAMITEITEN 
  • MILIEU

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Uit welke drie onderdelen bestaat de branddriehoek
A
Brandbare stof, stikstof en licht
B
Brandbare stof, stikstof en ontbrandingstemperatuur
C
Brandbare stof, zuurstof en licht
D
Brandbare stof, zuurstof en ontbrandingstemperatuur

Slide 43 - Quizvraag

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Brandblusser
Brandslang

Slide 50 - Tekstslide

Sprinkler

Slide 51 - Tekstslide

Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Tekstslide

Huiswerk
  • Maken H2 - vraag 1 t/m 19 op pag. 55 en 56 in je boek
  • Maken H3 - vraag 1 t/m 15 op pag. 75 t/m 77 in je boek
  • Inleveropdracht in Teams 
  • Inleveren di. 08.06.2021
  • Na inlevering huiswerk in Teams ontvang je de antwoorden op je Deltion mail

Slide 54 - Tekstslide