Opgebouwd uit cellen

Opgebouwd uit cellen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Opgebouwd uit cellen

Slide 1 - Tekstslide

Deze les leer je... 
  • Wat cellen, weefsels, organen, orgaanstelsels en organismen zijn (organisatieniveaus);
  • Uit welke delen een dierlijke cel bestaat en wat de kenmerken en functies zijn van deze delen;
  • Uit welke delen een plantaardige cel bestaat en wat de kenmerken en functies zijn van deze delen.


Slide 2 - Tekstslide

Van cel tot organisme

Slide 3 - Tekstslide

Organisme
=> een levend wezen.

  • Wanneer is iets levend?

  • Een organisme is weer opgebouwd uit orgaanstelsels.

Slide 4 - Tekstslide

Orgaanstelsels
=> groep van samenwerkende organen die samen een functie uitvoeren.

  • Ademhalingsstelsel
  • Spierstelsel
  • Bloedvatenstelsel

Slide 5 - Tekstslide

Organen
  • Deel van een organisme dat een bepaalde taak uitvoert.
  • Voorbeelden van organen?

  • Een orgaan is weer opgebouwd uit weefsels

Slide 6 - Tekstslide

Organen die samenwerken noem je een:
A
Weefsel
B
Organenstelsel
C
Orgaan
D
Organisme

Slide 7 - Quizvraag

Weefsel
=> Groep cellen met dezelfde vorm en functie.
  • Soorten weefsels

  • In veel weefsels  zit tussencelstof

Slide 8 - Tekstslide

Cellen
  • Kleinste levende eenheden in het lichaam
  • Bouwstenen van elk organisme

  • Alleen zichtbaar onder microscoop

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Organisatie niveaus van klein naar groot
Cellen
Weefsels
Organen
Orgaanstelsels
Oganisme

Slide 11 - Sleepvraag

Dierlijke cellen
  • Celmembraan: dun vliesje dat inhoud cel scheidt van omgeving
  • Cytoplasma: water met opgeloste stoffen, waarin organellen zweven
  • Celkern: organel, regelcentrum van cel, bevat DNA
  • Kernmembraan: vliesje dat kernplasma in celkern houdt

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Plantaardige cel
  • Vacuole: blaasje gevuld met vocht. Zorgt voor stevigheid.
  • Bladgroenkorrels: voor fotosynthese
  • Celwand: stevig laagje buiten het celmembraan. 

Slide 14 - Tekstslide

Wat voor cellen zijn dit, plantaardige cellen of dierlijke? Leg uit

Slide 15 - Tekstslide

Plantaardige of Dierlijke cel?

Slide 16 - Tekstslide

Welke onderdelen heeft een plantencel wel en een dierlijke cel niet?
A
Celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
B
Bladgroenkorrels, celmembraan, vacuole
C
Bladgroenkorrels, celwand, vacuole
D
Bladgroenkorrels, vacuole, celkern

Slide 17 - Quizvraag

Welke cellen hebben een celwand?
A
Dierlijke cellen
B
Plantaardige cellen

Slide 18 - Quizvraag

Celkern
Vacuole
Bladgroenkorrel
Cytoplasma
Celmembraan
Celwand

Slide 19 - Sleepvraag

Als je een microscoop wilt tillen, waar pak je de microscoop?
A
Bij de tubus
B
Bij het statief
C
Bij de tafel
D
Bij de revolver

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de functie van het 'diafragma' van de microscoop?
A
het preparaat vergroten
B
hoeveelheid licht regelen
C
microscoop aan vastpakken
D
microscoop aan/uit zetten

Slide 21 - Quizvraag

Het oculair van een microscoop vergroot 10×. Het objectief van deze microscoop vergroot 10×. Wat is de totale vergroting van deze microscoop?
A
10x
B
100x
C
20x
D
40x

Slide 22 - Quizvraag

microscoop
verrekijker
fototoestel
vergrootglas
leesbril
telescoop

Slide 23 - Sleepvraag

Sleep het juiste woord naar de plek op de microscoop
Statief
grote schroef
diafragma
tafel
objectief
tubus

Slide 24 - Sleepvraag

Slide 25 - Link

Huiswerk

leren en lezen 1.0 tm 1.5 
van 1.5
  • maken keuzecluster A,B of C
  • vervlogcluster I,II of III

Slide 26 - Tekstslide