Oefenen voor toets Modernisme

Modernisme tot 1950
Expressionisme (Die Brucke, der Blaue Reiter en Fauvisme)
Kubisme / Futurisme
Constructivisme / Suprematisme
De Stijl (1917-1930) & Bauhaus (1918-1950)
Dada
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
TekenenMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Modernisme tot 1950
Expressionisme (Die Brucke, der Blaue Reiter en Fauvisme)
Kubisme / Futurisme
Constructivisme / Suprematisme
De Stijl (1917-1930) & Bauhaus (1918-1950)
Dada

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SOORTEN TOETSVRAGEN
Zorg dat je uitgebreid antwoord geeft.

NOEM (kort)
LEG UIT (lang)
BESCHRIJF (lang)
GEEF AAN (lang)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Bekijk de afbeelding op de vorige slide.
Noem een kleurcontrast
Leg uit wat dit contrast met de dansers doet.

A
Ze bewegen veel heftiger door het koud-warm kleurcontrast.
B
(Warm) oranje – (koud) blauw; dansers komen los van de achtergrond; De oranje dansers lijken op je af te komen.
C
Oranje en groen zijn complementaire kleuren, dus ze versterken elkaar
D
Donker en licht-contrast. Zo zie je het beter.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Aspecten van de voorstelling


Aspecten van de vormgeving
In deze sculptuur zie je de muze van Picasso
Door gebruik te maken van goedkope materialen wordt de primitiviteit van het werk versterkt
Dit sculptuur is een buste en bedoeld als autonoom kunstwerk
Het geheel is minimalistisch in kleur en lijngebruik.

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is het verschil tussen voorstelling en vormgeving?
A
voorstelling is hoe iets wordt weergegeven, vormgeving wat er wordt weergegeven
B
voorstelling is wat er wordt weergegeven, vormgeving is hoe iets wordt weergegeven
C
voorstelling is op toneel, vormgeving is bij beeldende kunst
D
voorstelling vertelt een verhaal, vormgeving 'vertelt' een emotie

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Expressionisme
Begin 20e eeuw
Geen natuurgetrouwe weergave, maar een vereenvoudigde of gedeformeerde werkelijkheid. Sprekende en felle kleuren. Laten zien wat je voelt ipv wat je ziet.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het expressionisme geldt het volgende:
A
subjectiviteit van de waarneming
B
objectiviteit van de waarneming
C
verzelfstandiging van beeldaspect kleur
D
uiting van persoonlijk gevoelens

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fauvisme
Felle kleuren (soms omlijnd)
Geen ruimtesuggestie

"De schilders versieren het vlak als het ware, de uitbeelding hoeft niet natuurgetrouw te zijn."

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Die Brücke
Globale weergave vormen
Hoekige vormgeving 
Subjectieve beleving
sober kleurgebruik 
complementair 


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Der blaue reiter
geometrische vormgeving 
kleurvervreemding 

Eenheid in landschap door kleurvlakken


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom hadden de expressionisten veel belangstelling voor 'niet-westerse' kunstenaars?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kleurfamilie
Primaire kleuren
Grove toets
Licht- en schaduw effecten
Overlapping

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kubisme
Begin 20e eeuw
Voorstelling vereenvoudigd tot geometrische en hoekige vormen. Meerdere aanzichten in één beeld. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KUBISME
Stijlkenmerk?
A
Felle kleuren
B
Korte penseelstreken
C
Geometrische vormen
D
Geen schaduw

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort kubisme?
A
synthetisch kubisme
B
analytisch kubisme
C
geometrisch kubisme
D
biometrisch kubisme

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Waarom hoort dit schilderij bij het Kubisme? Meerdere antwoorden mogelijk
A
Dat komt door de kleuren, fel kleurgebruik.
B
Ik zie geen kubus, het is geen kubisme
C
Er zitten invloeden van Afrikaanse kunst in.
D
Hoekige vormen en meerdere aanzichten in 1 werk gecombineerd

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom hoort dit kunstwerk bij het kubisme? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
Natuurgetrouw
B
Geabstraheerd
C
Kleurrijk
D
Geometrische vormen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

?
A
futurisme
B
kubisme

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Futurisme
Begin 20e eeuw
Verbeelden van de snelheid en dynamiek van de moderne tijd (industriële revolutie). Vastleggen van bewegingsmomenten.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Suprematisme en Constructivisme
Na de Russische revolutie van 1917
Abstracte, geometrische vormen. Pure kleuren plus zwart en wit. Tegen subjectief individualisme. Kunst is autonoom (Suprematisme). Bewondering voor machines, de architect en toegepaste technische constructies (Constructivisme).

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Constructivisme
1917 - 1924

Geometrische vormen

Objectieve benadering

Abstrahering

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat wilden kunstenaars met het constructivisme bereiken na de revolutie van 1917?
A
een nieuwe , eerlijke maatschappij
B
het volk opvoeden met kunst
C
individuele kunstzinnige uitingen
D
nieuwe geometrische vormentaal

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Stijl
Begin 20e eeuw
De Stijlgroep streefde naar een nieuwe universele vormgeving in architectuur, toegepaste vormgeving en beeldende kunst. Geen emotie, geen decoratie, geen expressiviteit maar puur vorm.  'Vorm volgt functie.' Abstracte, geometrische vormen.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij Mondriaan is sprake van:
A
stilering
B
nihilisering
C
abstrahering
D
compromisering

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mondriaan beperkte zich tot rechte lijnen en primaire kleuren en niet-kleuren. Waarom?
A
omdat rood zijn lievelingskeur was
B
om een abstract werk te maken zonder emoties
C
om een harmonisch werk te maken, de wereld had behoeft aan evenwicht
D
om zijn emoties in banen te leiden

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

bauhaus
postimpressionisme
kubisme
de stijl

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rietveld Schröderhuis, Nederland

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Afbeelding 1
In 1919 werd Rietveld lid van De Stijl. In 1923 schilderde hij zijn leunstoel in de kenmerkende 'Stijl-kleuren', waaraan de leunstoel de naam roodblauwe stoel te danken heeft. De schilders van De Stijl reduceerden hun kleurenpalet tot de primaire kleuren en de niet-kleuren grijs, zwart en wit.


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf de ideologie van De Stijl en geef aan waarom dit kleurenpalet daarop aansluit.

Slide 31 - Open vraag

Met de primaire kleuren en wit, zwart en grijs kon je volgens De Stijl alles maken. Die kleuren laten rust en harmonie zien.
Het ging om een onderzoekende en analyserende blik op kleur. 
Het Bauhaus
Ook de leden van kunstenaarsgroep Bauhaus hadden idealen om de wereld beter te maken. In 1919 stichtte Walter Gropius in het Duitse Weimar een rijksschool voor architecten, kunstenaars en industrieel ontwerpers, waar moderne, functionele vormgeving werd onderricht. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Stijl
Bauhaus

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De ideologie van het Bauhaus
Er werd met nieuwe productieprocessen geëxperimenteerd, studenten kregen de ruimte om een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. In een tijd dat alleen een elitaire bovenlaag zich (jugendstil) ontwerpen kon permitteren, werkte het Bauhaus vanuit het ideaal om mooi en praktisch design voor iedereen bereikbaar te maken.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bauhaus
1919 - 1933

Samensmelting van kunst, ambacht
&
 techniek 

Zakelijke vormgeving

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bauhaus design
Hoogwaardige technische en esthetische producten 
Accent op de functionaliteit
Betaalbare producten door industriele productieprocessen
Integratie van kunst in het dagelijkse leven

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op afbeelding 6 zie je een van de modellen uit de metaalwerkplaats van Bauhaus: de tafellamp uit 1923/24, ontworpen door Wilhelm Wagenfeld in samenwerking met Karl Jucker. De lamp op afbeelding 6 beantwoordt aan de doelstellingen van het Bauhaus.
Leg dit uit aan de hand van vorm, materiaal en functie.

Slide 39 - Open vraag

Vorm:
Deze bestaat uit een harmonisch geheel van eenvoudige basisvormen (zonder toegevoegde
decoratie).
• Materiaal:
Er zijn nadrukkelijk industriële en functionele materialen gebruikt: glas en metaal.
Functie (één van de volgende):
• De functie is goed licht geven op de tafel; daartoe is een staaf met een geschikte/juiste
lengte en een bol (lampenkap) van opaalwit glas gebruikt, waardoor het meeste licht op het
tafelblad valt en het licht niet te fel in de ogen schijnt.
• De lamp is zuiver functioneel opgebouwd, waarbij de functie zichtbaar blijft ten aanzien
van alle elementen (bijvoorbeeld: het snoer is zichtbaar in de staander van de lamp).

Dadaïsme
Begin 20e eeuw
Opzettelijk irrationele, absurde voorstellingen. Afwijzen van esthetiek en morele waardes in de kunst. Collages, fotomontages, readymades en assemblages.


Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dada en de Eerste wereldoorlog:
Na WO1 ontstaat de strijd tussen linkse (socialisme) en rechtse (nationalisme) bewegingen, in sommige landen leidt dit tot dictaturen (Mussolini, Hitler, etc.).
Veel kunstenaars vluchtten naar Amerika, New York of naar Zürich, Zwitserland (neutraal). --> In deze steden ontstaat Dada.
In Zürich duikt de naam Dada voor het eerst op.
Jonge kunstenaars keren zich ‘vol afschuw af van de slachthuizen van de wereld om ons tot de kunst te wenden’ (Jean Arp).




Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

?
A
kubisme
B
dadaïsme
C
expressionisme
D
futurisme

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Benoem zoveel mogelijk kenmerken en begrippen die passen bij Dada

Slide 43 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf een belangrijke overeenkomst en een belangrijk verschil tussen het Futurisme en het Dadaïsme

Slide 44 - Open vraag

Dada is een kunststroming die de oorlog verafschuwd, in tegenstelling tot de futuristen, die de oorlog zien als een verlossing van de oude cultuur. De dadaïsten maken anti-kunst om duidelijk te maken dat zij op geen enkele manier verbonden willen zijn met de kunst en cultuur uit het verleden, die in hun optiek schuldig is aan de oorlog. De futuristen verheerlijken geweld en machines en lawaai en alles wat met oorlog en vooruitgang te maken heeft. In hun ogen is de oorlog vooruitgang, omdat deze de oude cultuur afschaft. Beide stromingen willen, om geheel andere redenen, de oude cultuur afschaffen.