Getallen NL

Getallen
Gemaakt door: Anouk en Ruth
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Getallen
Gemaakt door: Anouk en Ruth

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer schrijf je een getal in letters?

Slide 2 - Woordweb

Letters


- Hele getallen van één tot en met twintig: vier, dertien en zevende.
- Tientallen tot honderd: zestig, tachtig en veertigste.
- Honderdtallen tot duizend: zevenhonderd en tweehonderdste.
- Duizendtallen tot twaalfduizend: vijfduizend en elfduizendste.
- Getallen als miljoen, miljard, biljoen enz. bijv: negen miljoen, elf biljoenste.

Slide 3 - Tekstslide

Bij de getallen miljoen, miljard, biljoen enz. 
schrijf je de hoeveelheid miljoenen, miljarden of biljoenen los van elkaar.

- Bijv. negen miljoen, zes miljard en twee biljoen.

Slide 4 - Tekstslide

Welke is juist geschreven in een zin?
A
2 biljoen
B
tweebiljoen
C
twee biljoen
D
2biljoen

Slide 5 - Quizvraag

Welke is juist geschreven in een zin?
A
6
B
zes

Slide 6 - Quizvraag

Cijfers

- Getallen boven de twintig: 33e of 33ste theater show, 83 uitzendingen (uitgezonderd: tientallen en honderdtallen)
- Exacte waarden, zoals: tempraturen, maten, telefoonnummers, exacte tijdstippen, jaartallen enz. 
bijv. 26 graden, 19 meter, 12 maart 2013.

Slide 7 - Tekstslide

Vul in
Van de 22 apen werden er ... (negen) ziek, de zeven verzorgers hadden nergens last van.

Slide 8 - Open vraag

welke maat is juist?
A
26 kilo
B
zesentwintig kilo
C
26kilo
D
zes en twintig kilo

Slide 9 - Quizvraag

Let op!
- Bij grote getallen kun je cijfers en woorden combineren: 78 duizend, 64 miljoen, 128 biljoen.
- Schrijf breuken los: drie vijfde: 3/5
Behalve in een samenstelling: driekwartsmaat, tweederdemeerderheid.
- Als in een zin grote aantallen van iets in cijfers staan, gebruik je in die zin ook cijfers voor kleine aantallen van datzelfde iets: Van de 88 mensen kwamen er maar 9, maar mijn twee vrienden kwamen wel.

Slide 10 - Tekstslide



Nu komen er gemixte vragen!

Slide 11 - Tekstslide

welke datum is juist?
A
één juni 2001
B
één juni twee duizend en één
C
1 juni twee duizend en één
D
1 juni 2001

Slide 12 - Quizvraag

Welk percentage is juist geschreven?
A
13%
B
dertien procent
C
13 procent
D
dertien %

Slide 13 - Quizvraag

2 mensen kwamen naar mijn voorstelling kijken.
Is deze zin goed?
A
ja
B
nee

Slide 14 - Quizvraag

vierendertigmiljoen
Is dit goed?
A
nee
B
ja

Slide 15 - Quizvraag

Hoe moet het dan wel geschreven worden?
(In vorige vraag vierendertigmiljoen)
A
34 miljoen
B
vierendertig miljoen
C
34.000.000

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide