Bij vrienden
Mening vragen en geven
Praten over 'koetjes en kalfjes'
zullen - belofte
vocalen
Bij vrienden
Mening vragen en geven
Praten over 'koetjes en kalfjes'
zullen - belofte
vocalen
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
verontschuldigen
belachelijk
het verdriet
meekomen
meenemen
volgens mij
de gezondheid
Deze slide heeft geen instructies
indirecte rede / mening geven
Hij zegt dat het regent.
Ik vind dat het moeilijk is.
Het regent.
Regent het?
Waarom regent het?
Hij zegt dat het regent.
Hij vraagt of het regent.
Hij vraagt waarom het regent.
Ik vind dat ...
Volgens mij is ...
Ik vind ...
hoofdzin
Daar heb ik geen mening over.
bijzin
hoofdzin met inversie
daarover
Deze slide heeft geen instructies
Wat weet je nog van de les van maandag?
Deze slide heeft geen instructies
Hoe laat neemt hij de de bus naar zijn werk.
Wie zitten ook in de bus.
Waar praten ze over?
Hoe laat neemt hij de bus naar huis?
Wie zitten er aan het eind van de dag ook weleens in de bus?
Waar praten ze 's middags over in de bus?
Waarom vindt hij het leuk om met de anderen te praten?
Deze slide heeft geen instructies
mening vragen en geven
mening vragen
Wat vind je van ... ?
Hoe vind je ...?
mening geven
Ik vind ...
Volgens mij ...
opdracht 4 en 5
Deze slide heeft geen instructies
Wat vind je van de tuin?
Deze slide heeft geen instructies
Wat vind je van het weer in Nederland?
Deze slide heeft geen instructies
Hoe vind je de service in het zwembad?
Deze slide heeft geen instructies
Hoe vind je de lessen Nederlands?
Deze slide heeft geen instructies
Beschrijf in één minuut je beste vriend(in). Waarom kom je graag bij hem of haar?
minute
second
Deze slide heeft geen instructies
Leuke trui!
Hoe is het met de kinderen?
Heb je het druk op je werk?
Wat waait het hard, hè?
Lang niet gezien!
Deze slide heeft geen instructies
Zij zegt: 'Ik eet morgen thuis'.
Zij zegt dat ze morgen thuis eet.
Directe rede = quote / citaat
Indirecte rede -> dat...
mededeling
Deze slide heeft geen instructies
Ze vraagt of je bij ons komt eten.
Ze vraagt wanneer je bij ons komt eten.
vraag
gesloten vraag -> of...
Kom je bij ons eten?
open vraag
(wie, wat, waarom, wanneer enz.)
Wanneer kom je bij ons eten?
Deze slide heeft geen instructies
Zeggen dat | Vragen of
A tot Zin werkbladen 4.13b en c
Deze slide heeft geen instructies
Video zullen
2.33
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
zullen - voorstel
Zal ik / zullen we
Zullen we een tafeltje voor twee reserveren?
Zal ik het raam even open doen?
Deze slide heeft geen instructies
zullen - belofte
Ik zal de bloemen in een vaas zetten.
We zullen haar de groeten doen.
opdracht 8 en 9
Ik zal / we zullen
Deze slide heeft geen instructies
Reageer met zullen (opdracht 9)
Deze slide heeft geen instructies
associëren
vrienden
laatste woord?
minute
second
opdracht 10
Voorbeeld:
vakantie
1e: zomer
2e: associeert bij zomer: warm
3e: associeert bij warm: koffie
Deze slide heeft geen instructies
extra opdracht
5.27 A tot Zin
opdracht 1 tot en met 3
(bij 3: eerst zinnen opschrijven)
Deze slide heeft geen instructies
extra opdracht
5.27 A tot Zin (zullen)
opdracht 4
Deze slide heeft geen instructies
Luister naar het liedje en kijk naar het filmpje.
Noem minimaal vijf dingen die raar zijn.
Deze slide heeft geen instructies
vuur
zee
ballon
baksteen
lucht
gras
kat
hond
Deze slide heeft geen instructies
'Het feest is voorbij.'
De volgende keer bij mij?
Wat kun jij lekker koken!
Bedankt voor de gezellige avond.
We hebben heerlijk gegeten.
De avond ging te snel voorbij.
opdracht 11
Deze slide heeft geen instructies
Opdracht 13: uitspraak vocalen
De spreker kiest het beginwoord en het eindwoord en bepaalt dus zelf hoe die route loopt.
De luisteraar moet dezelfde route op zijn blad proberen af te leggen als de spreker – de enige informatie die hij daarbij krijgt zijn de klanken die de spreker hem aanreikt.
Geef iedere cursist een exemplaar van beide schema’s van kopieerblad 25 en geef vooraf een korte klassikale instructie.
Wijs in het schema Voor de luisteraar op het woord tekst in vakje A2, en zeg dat de luisteraar zijn potlood op A2 moet zetten. De spreker start ook vanuit vakje A2 op het schema Voor de luisteraar. Hij trekt een lijn naar een vakje dat aan A2 grenst en noemt het woord dat daar staat: bril (vakje A3). Welke klank/klinker hoor je in het woord bril? (i) In welk woord van het luisteraarsschema staat die klank i ook? In ding (vakje A3). Trek een lijn van A2 naar A3. Nu is dezelfde lijn van het sprekersblad ook op het luisteraarsblad gekomen. Variant 1: de docent werkt met blad B voor de spreker. De cursisten werken allemaal met schema A voor de luisteraar. Variant 2: laat de cursisten in tweetallen werken. De een gebruikt blad A voor de luisteraar, de ander werkt met blad B voor de spreker. Na verloop van tijd wisselen ze van rol. Laat 56 van 78 Docentenhandleiding Nederlands in gang cursisten na afloop discussiëren over eventuele verschillen. Wat heeft de een gezegd? Wat heeft de ander gehoord
Deze slide heeft geen instructies