Woordsoorten 3H
Voorbereiding toetsweek 3
Woordsoorten 3H
Voorbereiding toetsweek 3
Inhoud woordsoorten waar jullie extra uitleg over gevraagd hebben:
Wederkerend werkwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Wederkerend voornaamwoord
Wederkerig voornaamwoord
Vragend voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
(On)bepaald hoofdtelwoord
(On)bepaald rangtelwoord
Bijwoord
Voegwoord
persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord
Ik heb de boeken van Madelon geleend. het persoonlijk voornaamwoord is / de persoonlijke voornaamwoorden zijn...
ik
de
Madelon
ik / de
Zij kamt haar haar voor de spiegel. Het persoonlijk voornaamwoord is... / De persoonlijke voornaamwoorden zijn ...
Zij
Zij, haar
Zij, haar, haar
haar
Zij heeft haar fiets gemaakt. Wat is het bez. vnw?
zij
heeft
haar
er is geen bez. vnw
Wederkerig voornaamwoord
ELKAAR
Wat is het wederkerend voornaamwoord? Hij verbrandt zich.
Hij
verbrandt
zich
Het
Wederkerend voornaamwoord Vergis je je nu niet met je antwoord?
je (1e)
je (2e)
je (3)
Er is geen wederkerend vnw
Wat is het wederkerend ww: Ik herinner me plotseling waar ik mijn sleutels heb gelegd.
heb
gelegd
herinner
sleutels
Wat is GEEN koppelwerkwoord?
Lijken
Lopen
zijn
Schijnen
Is "werd" een zelfstandig werkwoord? Er werd wat geglimlacht: van mij naar hem
ja
nee
Ik heb tegen de bal geschopt. Het zelfstandig werkwoord is:
geschopt
tegen
ik
heb
De werkzaamheden zullen moeten worden gestaakt. Wat is het zww.
zullen
moeten
worden
gestaakt
Pieter is op de fiets naar huis gegaan. Benoem de werkwoorden.
Hij schijnt ziek te zijn geworden.
Vragend voornaamwoord
Er zijn 4 vragende voornaamwoorden:
wie, wat, welke, wat voor (een)
Dit zijn GEEN vragend voornaamwoorden!
Een vragend voornaamwoord verwijst naar iets of iemand.
Wat is een aanwijzend voornaamwoord?
Een aanwijzend voornaamwoord (aanw. vnw.) wijst iets aan.
Dit zijn de aanwijzende
voornaamwoorden:
- Die
- Dit
- Dat
- Deze
Wat zullen we dit meisje, dat daar zit gaan geven? Benoem vr. vnw en aanw. vnw.
3. Sleep de woorden naar het juiste vakje.
aanwijzend voornaamwoord
persoonlijk
voornaamwoord
Bezittelijk
voornaamwoord
Heeft
zij
die
posters
gezien
die
in
mijn
kamer
hangen?
Veel leerlingen uit leerjaar twee maken de toets tijdens het derde uur in het laatste lokaal.
Zoek het bijwoord:
Morgen geef ik een feestje.
Morgen
geef
een
feestje
Wat zijn de bijwoorden: Gisteren liep hij heel rustig buiten terwijl hij aandachtig naar de vogels keek.
Wat is het voegwoord: Wij blijven thuis, want ik ben ziek.
wij
want
thuis
ziek
Is het voegwoord uit de vraag hiervoor onderschikkend of nevenschikkend?
Onderschikkend
Nevenschikkend
Answer C
Answer D
Wat is het voegwoord: Hoewel de uitkomst goed was, klopte de berekening niet.
Is het voegwoord uit de vraag hiervoor onderschikkend of nevenschikkend?
Onderschikkend
Nevenschikkend
Answer C
Answer D
Hoe goed snap je grammatica woordsoorten nu?