Woordsoorten 3 H - voorbereiding tw 3

Woordsoorten 3H

Voorbereiding toetsweek 3

1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Woordsoorten 3H

Voorbereiding toetsweek 3

Inhoud woordsoorten waar jullie extra uitleg over gevraagd hebben:




Wederkerend werkwoord

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord

Aanwijzend voornaamwoord

(On)bepaald hoofdtelwoord

(On)bepaald rangtelwoord

Bijwoord

Voegwoord

persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord

Persoonlijk voornaamwoord                Bezittelijk voornaamwoord

Ik heb de boeken van Madelon geleend. het persoonlijk voornaamwoord is / de persoonlijke voornaamwoorden zijn...

A

ik

B

de

C

Madelon

D

ik / de

Zij kamt haar haar voor de spiegel. Het persoonlijk voornaamwoord is... / De persoonlijke voornaamwoorden zijn ...

A

Zij

B

Zij, haar

C

Zij, haar, haar

D

haar

Zij heeft haar fiets gemaakt. Wat is het bez. vnw?

A

zij

B

heeft

C

haar

D

er is geen bez. vnw

Wederkerig voornaamwoord

ELKAAR

Wat is het wederkerend voornaamwoord? Hij verbrandt zich.

A

Hij

B

verbrandt

C

zich

D

Het

Wederkerend voornaamwoord Vergis je je nu niet met je antwoord?

A

je (1e)

B

je (2e)

C

je (3)

D

Er is geen wederkerend vnw

Wat is het wederkerend ww: Ik herinner me plotseling waar ik mijn sleutels heb gelegd.

A

heb

B

gelegd

C

herinner

D

sleutels

Wat is GEEN koppelwerkwoord?

A

Lijken

B

Lopen

C

zijn

D

Schijnen

Is "werd" een zelfstandig werkwoord? Er werd wat geglimlacht: van mij naar hem

A

ja

B

nee

C


D


Ik heb tegen de bal geschopt. Het zelfstandig werkwoord is:

A

geschopt

B

tegen

C

ik

D

heb

De werkzaamheden zullen moeten worden gestaakt. Wat is het zww.

A

zullen

B

moeten

C

worden

D

gestaakt

Pieter is op de fiets naar huis gegaan. Benoem de werkwoorden.

Hij schijnt ziek te zijn geworden.

Vragend voornaamwoord

Er zijn 4 vragende voornaamwoorden: 

wie, wat, welke, wat voor (een)


Dit zijn GEEN vragend voornaamwoorden!

Een vragend voornaamwoord verwijst naar iets of iemand.

Wat is een aanwijzend voornaamwoord?

Een aanwijzend voornaamwoord (aanw. vnw.) wijst iets aan.

Dit zijn de aanwijzende
voornaamwoorden:
- Die
- Dit
- Dat
- Deze 

Wat zullen we dit meisje, dat daar zit gaan geven? Benoem vr. vnw en aanw. vnw.

3. Sleep de woorden naar het juiste vakje.

aanwijzend voornaamwoord

persoonlijk 

voornaamwoord

Bezittelijk 

voornaamwoord

Heeft

zij

die

posters

gezien

die

in

mijn

kamer

hangen?

Veel leerlingen uit leerjaar twee maken de toets tijdens het derde uur in het laatste lokaal.

Zoek het bijwoord:


Morgen geef ik een feestje.

A

Morgen

B

geef

C

een

D

feestje

Wat zijn de bijwoorden: Gisteren liep hij heel rustig buiten terwijl hij aandachtig naar de vogels keek.

Wat is het voegwoord: Wij blijven thuis, want ik ben ziek.

A

wij

B

want

C

thuis

D

ziek

Is het voegwoord uit de vraag hiervoor onderschikkend of nevenschikkend?

A

Onderschikkend

B

Nevenschikkend

C

Answer C

D

Answer D

Wat is het voegwoord: Hoewel de uitkomst goed was, klopte de berekening niet.

Is het voegwoord uit de vraag hiervoor onderschikkend of nevenschikkend?

A

Onderschikkend

B

Nevenschikkend

C

Answer C

D

Answer D

Hoe goed snap je grammatica woordsoorten nu?