Veroudering

Veroudering
Veroudering
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Veroudering
Veroudering

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Normale veroudering, wat zijn de gevolgen? Vul dit in!
Afname van spierweefsel:
Langzamere celdeling: ​
Afname botweefsel: 
Minder nierfunctie: 
Minder dorstgevoel:
Minder smaak en reuk: 
Verminderde functie van het hart: 
Stijvere borstkas en ribben: 

Slide 3 - Tekstslide

Normale veroudering
Afname van spierweefsel: minder kracht en stabiliteit.​

Langzamere celdeling: langzamer herstel van wonden (operaties, breuken, dagelijkse wonden)​
Afname botweefsel: zwakkere botten en sneller vallen​
Minder nierfunctie: slechtere afvoer van afvalstoffen.​
Minder dorstgevoel: groter risico op uitdroging​
Minder smaak en reuk: eten kan minder goed op schadelijkheid getest kan worden. ​
Verminderde functie van het hart: conditie achteruitgang (dagelijkse activiteiten kosten meer inspanning). ​
Stijvere borstkas en ribben: diep ademhalen wordt moeilijker  






Slide 4 - Tekstslide

Verwerkingsopdracht
Teken een mensfiguur op de rol en ga samen invullen welke onderdelen van het lichaam ouder worden ( zowel binnen- als buitenkant) en wat het gevolg zou kunnen zijn. ( we komen hier later nog op terug)
Probeer dit te koppelen aan je bewoners!

Slide 5 - Tekstslide

Veranderingen in het lichaam

Slide 6 - Tekstslide

Ouderen zijn kwetsbaar
Lichamelijk: Door normale veroudering en ziekte.​

Geestelijk: Door normale veroudering of dementie. Er treedt sneller een delier op. ​

Sociaal: Eenzaamheid, steeds verdere isolatie.  



Slide 7 - Tekstslide

Kwetsbaarheid ouderen lichamelijk
Afname van spierweefsel, waardoor verhoogd risico om te vallen.​

Langzame celdeling, waardoor langzamer herstel van wonden​
Afname botweefsel, waardoor zwakkere botten en sneller breuken.​
Minder nierfunctie, waardoor intoxicatierisico (‘afval’ wordt niet snel genoeg verwijderd)​
Minder dorstgevoel, waardoor groter risico op dehydratie​









Slide 8 - Tekstslide

Kwetsbaarheid ouderen lichamelijk 2
Minder smaak en reuk, waardoor ongemerkt hogere zoutinname (in combinatie met nierfunctieverlies-->  hypertensie). Ook verminderde waarschuwingsfunctie van smaak en reuk.
Verminderde functie van het hart, waardoor mogelijk zuurstoftekort en/ of stuwing in de aders.​

Stijvere borstkas en ribben waardoor ademen moeilijker wordt en het gevaar van longontsteking groter.  ​

Slide 9 - Tekstslide

Kwetsbaarheid ouderen psychisch
  • Fysiologische afname geestelijke functies​, geheugen functioneert minder​ 
  • Verwerking prikkels/signalen gaat trager​,verminderd concentratievermogen​
  • Somberheidsgevoelens/ depressie​
  • Moeite met ouder worden (achtergang lichamelijke en geestelijk functies)​
  • Verlieservaringen (leeftijdsgenoten die overlijden)​
  • Vereenzaming (door verlies van mobiliteit of wegvallen van naasten (door de dood of door vermindering van contact)​
  • Eindigheidbesef/ angst voor de dood​
  • Onverwerkte frustraties/ trauma’s 









Slide 10 - Tekstslide

Kwetsbaarheid ouderen sociaal
Minder sociale contacten door:​

Wegvallen naasten (partner) door overlijden​
Verminderde mobiliteit door ouderdom en/ of ziekte​
Mogelijk verminderd contact met (klein)kinderen​

Minder/ geen mantelzorg wanneer dit wel gewenst is.




Slide 11 - Tekstslide

Wat is draagkracht bij de mens en wat draaglast?

Slide 12 - Open vraag

Kleine aanleiding, groot gevolg
Mw. de Jong drinkt weinig, haar dorstprikkel is verminderd en ze vergeet af en toe te drinken. Ze krijgt een blaasontsteking.
Beredeneer in tweetallen: Wat voor gevolgen zou dit voor mw. kunnen hebben en wat betekent dit voor je zorgdoelen en acties bijv.?

Slide 13 - Tekstslide

Aanleiding en gevolg
Mw. Aalst is 92 en 3 maanden geleden is haar jongere zus van 88 overleden. Ze mist haar verschrikkelijk. Hoewel mw. nog goed ter been is, blijft ze de laatste tijd veel op bed liggen of in de stoel zitten. Ook heeft ze weinig eetlust terwijl ze wel van eten houdt. De televisie die ze anders veel aan heeft blijft uit.
Beredeneer in tweetallen: Wat is hier aan de hand? Wat voor gevolgen zou dit voor mw. kunnen hebben en wat betekent dit voor je zorgdoelen en acties bijv.?

Slide 14 - Tekstslide

Korte reflectie met de vijf vinger methode

Slide 15 - Tekstslide