cross

1 KGT Theme 5 House and home

House and home
28-05-2019
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

House and home
28-05-2019

Slide 1 - Tekstslide

Hoe zeg je dat
- Je in een groot huis woont.
- Jouw huis 3 slaapkamers heeft.
- Je in een rijtjeshuis woont.
- De woonkamer klein is.

Slide 2 - Tekstslide

Badkamer
Woonkamer
Slaapkamer
Keuken
Zolder
Kelder
Living room
Attic
Basement
Kitchen
Bathroom
Bedroom

Slide 3 - Sleepvraag

house.
We
a small
have got

Slide 4 - Sleepvraag

has got
garden.
My house
a big

Slide 5 - Sleepvraag

room
very messy.
Sarah's
is

Slide 6 - Sleepvraag

Detached house
Semi detached house
Terraced house

Slide 7 - Sleepvraag

Pak je boek
TB blz 77, E grammar

Slide 8 - Tekstslide

to have (got)
- Have you got a big house?
- We have got a small house.
- I have got my own room.
- I haven't got a bunk bed.

Slide 9 - Tekstslide

Vragen met to have (got)
- Liz has got a bunk bed.
   - Has Liz got a bunk bed?
- You have got a nice house.
   - Have you got a nice house?

Wat valt je op?

Slide 10 - Tekstslide

Vraagzinnen met have got maak je door have of has vooraan in de zin te zetten. Het woordje got  verandert niet van plaats.

Bij I, you, we en they gebruik je have got.
Bij he, she en it gebruik je has got.

shit-regel

Slide 11 - Tekstslide

- They have got a nice house.
   - Have they got a nice house?
- She has got a big room.
   - Has she got a big room?

Slide 12 - Tekstslide

Je kunt ook vragen maken met alleen have of has, dus zonder got. Je gebruikt dan een vorm van to do.

Bij I, you, we en they begin je met do.
Bij he, she en it begin je met does.

Weer de shit-regel

Slide 13 - Tekstslide

- She has her own bathroom.
   - Does she have her own bathroom.
- We have a big kitchen.
   - Do we have a big kitchen.

Slide 14 - Tekstslide

Welke zin is goed geschreven?
A
Has they got a big house?
B
Have they got a big house?
C
Do they have a big house?
D
Does they have a big house?

Slide 15 - Quizvraag

Welke zin is goed geschreven?
A
Does Sarah have a nice room?
B
Do Sarah have a nice room?
C
Do Sarah has a nice room?
D
Does Sarah has a nice room?

Slide 16 - Quizvraag