Stellingenspel vooroordelen en discriminatie

Stellingenspel vooroordelen en discriminatie

Learning objective

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappelijke vormingSecundair onderwijs

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Stellingenspel vooroordelen en discriminatie

Learning objective

“Op sociale media worden mensen sneller beoordeeld op hun uiterlijk dan in het echte leven.”

A

waar

B

Niet waar

“Memes en grapjes online kunnen eigenlijk ook een vorm van discriminatie zijn.”

A

waar

B

niet waar

“Een leerling die niet mee doet met populaire trends, wordt sneller uitgesloten.”

A

Waar

B

Niet waar

“Leerlingen met een migratieachtergrond krijgen sneller het advies om een ‘lagere’ richting te volgen.”

A

Waar

B

Niet waar

"Online haatreacties zijn een vorm van discriminatie die jongeren vaak onderschatten.”

A

waar

B

niet waar

“Discriminatie gebeurt niet alleen tussen volwassenen, maar ook dagelijks tussen jongeren.”

A

Waar

B

Niet waar

“Wie een beperking heeft, wordt vaak eerst gezien om wat hij/zij niet kan, in plaats van wat wél lukt.”

A

Waar

B

Niet waar

“Wie zich online uitspreekt tegen racisme of seksisme krijgt sneller negatieve reacties.”

A

Waar

B

Niet waar

"Een jongen die gevoelig of emotioneel is, wordt sneller uitgelachen dan een meisje.”

A

Waar

B

Niet waar

“Jongeren met een hoofddoek krijgen moeilijker een studentenjob.”

A

Waar

B

Niet waar

“Een jongen die babysit wordt sneller vreemd bekeken dan een meisje.”

A

Waar

B

Niet waar

“Wie uit een armere buurt komt, krijgt minder kansen bij sollicitaties.”

A

Waar

B

Niet waar

“LGBTQ+-jongeren voelen zich niet altijd veilig om zichzelf te zijn op school.”

A

Waar

B

Niet waar