Das Telefongespräch
Das Telefongespräch
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je bijvoeglijke naamwoorden in de eerste en vierde naamval gebruiken en begrijp je de basis van modale werkwoorden.
Aan het einde van de les kun je een telefoongesprek in het Duits schriftelijk voorbereiden.
Aan het einde van de les kun je de belangrijkste informatie uit een kort Duits telefoongesprek halen.
Aan het einde van de les kun je een simpel en kort telefoongesprek in het Duits voeren.
Zuerst eine kurze wiederholung:
Vul in het onderstaande schema de juiste uitgangen in van het bezittelijk voornaamwoord:
Kontrolle
Ich habe (haar) Tasche gesehen.
Dein Tasche
Seine Tasche
Ihre Tasche
Mein Tasche
Gib mir bitte (mijn) Stift(m).
Dein Stift
Ihr Stift
Meinen Stift
Sein Stift
Neu: Modalverben
:1: Modale hulpwerkwoorden (modalverben) zijn hulpwerkwoorden die extra betekenis aan het hoofdwerkwoord toevoegen. Voorbeelden van modale hulpwerkwoorden in het Nederlands zijn zullen, kunnen, mogen, moeten, wille
2: Als je bijvoorbeeld zegt: 'Petra kan zwemmen', zeg je eigenlijk dat Petra in staat is om te zwemmen (ze verdrinkt niet in water). Dat heeft natuurlijk een hele andere betekenis dan 'Petra zwemt', een zin zonder modaal hulpwerkwoord.
Neu: Modalverben
Müssen & sollen
Het verschil ligt in de modaliteit!
Ich muss ins Krankenhaus.
Je wil iets zelf, je ziet er ook de noodzaak van in.
Ich soll ins Krankenhaus.
Je krijgt een opdracht of een dringend advies van iemand anders.
Übung
Kunnen ________ Sie ihren Namen buchstabieren?
Weten ________ du die Liefernummer?
Mogen ________ ich Sie um kurze Rückmeldung bitten?
Moeten Du ________ mich unbedingt helfen.
Correcties en Feedback
Können Sie
Weißt
Darf
Musst
Was ist ein Beispiel für ein Modalverb?
müssen
laufen
können
essen
Wie wird 'dürfen' konjugiert?
du darf
ich darf
du darfst
ich darfst
Was drückt 'sollen' aus?
Een wens
Iets dat jou wordt aangeraden
Iets dat je echt moet doen
Een toeval
Das Telefongespräch
Begrüßung
Name & Firma
Genau zuhören
Antworten
Verabschieden
Das Gespräch - Zet de Nederlandse zinnen om naar het Duits
A: Neem de telefoon op. Noem je naam en het bedrijf waar je voor werkt.
B: Begroet en noem jouw naam en het bedrijf waar je voor werkt.
A: Vraag waarmee je kunt helpen, vraag nogmaals naar de naam.
B: Geef jouw naam en vraag naar Mevrouw Mahlstedt.
A: Zeg dat ze niet aanwezig is.
B: Zeg dat je graag de afspraak van morgen om 11 uur wil annuleren.
A: Herhaal wat B heeft gezegd. Vraag het telefoonnummer van B.
B: Bevestig en geef jouw telefoonnummer.
A: Herhaal het nummer en geef aan dat je het doorgeeft.
B: Bedank en neem afscheid.
A: Neem afscheid.
Das Gespräch - Aussprache
Unbekannte Wörter?
Rolle A und Rolle B ausführen.
Das Gespräch - Teil II
Schreibe jetzt ein eigenes Gespräch. Benutze dabei in jedem Satz mindestens ein Modalverb und ein Possesivpronom.
Beispiel:
Darf ich bitte deine Handynummer notieren?
Das Thema darfst du frei wählen, du darfst dazu AI benutzen.
Voraussetzungen:
Rolle A & Rolle B
Mindestens sechs Sätze pro Rolle
Modalverben rot markieren, Possesivpronomen blau markieren.