Thema 10 les 5

Thema 10 les 5 - Beroemd
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 10 les 5 - Beroemd

Slide 1 - Tekstslide

Opdracht 73.
Ga naar www.grootstenederlanders.nl

1. Wat zie je op deze website?
2. Van welke sociale media zie je de icoontjes?
3. Ken je deze mensen?
4. Volg jij een of meer van deze mensen? Zo ja, wie?
5. Ken je nog meer bekende Nederlanders? Van vroeger of nu?

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 74.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
A
B
C
D
E
G
H
I
J
K
L

Slide 3 - Sleepvraag

Nieuwe woorden
De auteur                                                                de ruimte
beroemd                                                                 stemmen
de bouwkundige                                                 de stip
(zich) verbergen                                                  de verkiezingen

de minister                                                            de wetenschap
de minister-president
de polder

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht 75.
1. Elke vier jaar zijn er .... voor de Tweede Kamer.
A
minister
B
verkiezingen

Slide 5 - Quizvraag

Opdracht 75.
2. Ik las op een nieuwswebsite dat Nederland misschien een aparte ... krijgt voor milieu.
A
bouwkundige
B
minister

Slide 6 - Quizvraag

Opdracht 75.
3. De ... heeft een nieuw medicijn tegen die ernstige ziekte ontdekt.
A
ruimte
B
wetenschap

Slide 7 - Quizvraag

Opdracht 75.
4. De gemeente wil weten of het mogelijk is om op deze plek een brug aan te leggen. Daarom laat ze een aantal ... eerst een advies schrijven.
A
bouwkundigen
B
verkiezingen

Slide 8 - Quizvraag

Opdracht 75.
5. De ... is de belangrijkste politicus in ons land.
A
auteur
B
minister-president

Slide 9 - Quizvraag

Opdracht 75.
6. Aron schaamt zich, daarom ... hij zijn gezicht achter zijn handen.
A
stemt
B
verbergt

Slide 10 - Quizvraag

Opdracht 76.
1.

Slide 11 - Open vraag

Opdracht 76.
2.

Slide 12 - Open vraag

Opdracht 76.
3.

Slide 13 - Open vraag

Opdracht 76.
4.

Slide 14 - Open vraag

Opdracht 76.
5.

Slide 15 - Open vraag

Opdracht 76.
6.

Slide 16 - Open vraag

Opdracht 77.
1. Dit jaar worden de dijken bij de rivier verhoogd, zodat de ... beter beschermd is tegen het water.

Slide 17 - Open vraag

Opdracht 77.
2.

Slide 18 - Open vraag

Opdracht 77.
3.

Slide 19 - Open vraag

Opdracht 77.
4.

Slide 20 - Open vraag

Opdracht 77.
5.

Slide 21 - Open vraag

Opdracht 77.
6.

Slide 22 - Open vraag

Opdracht 77.
7.

Slide 23 - Open vraag

Opdracht 77.
8.

Slide 24 - Open vraag

Grammatica uitleg
Vraagwoord                                                           Voorzetsel + wie/welk/hoeveel
Wie is er vandaag jarig?                                   Voor wie heb je dat cadeau gekocht?
Welke artiesten spelen op dit festival?    Met welke artiest heb je opgetreden?
Hoeveel landen ken jij uit je hoofd?          In hoeveel landen heeft hij gewoond?

In hoeveel landen heeft hij gewoond?       In vier landen. 
Met wie overlegt zij?                                          Met haar collega's. 
Bij welke afdeling werkt hij?                           Bij de afdeling transport.

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht 79.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
A
B
C
D
E
G
H

Slide 26 - Sleepvraag

Opdracht 80.
1.... wie heb je het geld gegeven?
2. ... hoeveel radioprogramma's luister jij?
3. ... wie heeft hij hulp gekregen?
4. ... welke hobby besteed jij de meeste tijd?
5. ... hoeveel prijzen maak je deze week kans?
6. ... welk gerecht drink je deze wijn? 
7. ... welke cursus is zij enthousiast?
aan
bij
op
over
naar 
van

Slide 27 - Sleepvraag