NT2 meervoud

Meervoud
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Meervoud

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

korte klinkers?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

lange klinkers?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

twee teken klanken?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

medeklinkers?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een korte klank?
A
school
B
oor
C
pop
D
boos

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een lange klank?
A
school
B
bos
C
pijn
D
kast

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een twee teken klank?
A
schaap
B
bal
C
reis
D
kast

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Korte klanken


In sommige woorden hoor je een: a, e, i, o en u.

Dat noemen we een korte klank.


Slide 9 - Tekstslide


Korte klank
'' a, e, i, o en u ''

Hoor je een korte klank aan het eind van een lettergreep?

Ga dan met twee dezelfde medeklinkers door!



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden hebben een korte klank?
bord, kleed, aanrecht, tafel, mes, afwas, brood, eten, vuur

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

boom  -  bomen
tas - tassen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. maan, manen 
  • We hebben de volgende lange klanken:
    aa, oo, uu, ee

  • Als je woorden met een lange klank langer maakt, verdwijnt er een klinker.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

REGEL LANGE KLANK

aa ee uu oo

De apen eten dure noten


Lange klanken hebben pech,

we halen gewoon een letter weg.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. maan, manen 
  • We hebben de volgende lange klanken:
    aa, oo, uu, ee

  • Als je woorden met een lange klank langer maakt, verdwijnt er een klinker.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. MEERVOUD op -en

Soms moet je tegelijk een a, e, o of u weghalen,

want je hoort een lange klank

schaar - a + en = scharen

been - e + en = benen

sloot - o + en = sloten

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat is het meervoud van:
bak
A
baks
B
baken
C
bakken

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
blok
A
bloken
B
blokken
C
bloks

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
traan
A
traans
B
traanen
C
tranen

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
kleed
A
kleden
B
kleeden
C
kledden

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

brief - brieven
doos - dozen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
golf
A
golven
B
golfen
C
golfs

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
laars
A
larsen
B
laarzen
C
laarsen

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
vinger

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
grens

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het meervoud van:
mand

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies