pitch coaches

 
cognitieve en metacognitieve strategieën

hfdst 3
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

 
cognitieve en metacognitieve strategieën

hfdst 3

Slide 1 - Tekstslide


Cognitieve strategieën: de concrete manieren van leren die je kunt inzetten om het leren zo goed mogelijk te laten verlopen. (Dijkstra, 2015) 

Voorbeelden  > herhalen (opnieuw lezen)
                           > verdiepen (bedenken voorbeelden)
                           > structureren (schema, mindmap, samenvatting)

Niet alle strategieën werken. Is afhankelijk van de taak.
                     

Slide 2 - Tekstslide

Opdrachtje
We kijken met elkaar naar een fragment van het boodschappenspel
van Max.
opdrachtje: onthoud de acht boodschappen die je voorbij ziet komen. Aan het eind van de pitch vraag ik jullie zo veel mogelijk boodschappen te noemen.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video


Metacognitieve strategieën: helpen om het denken en leren in goede banen te leiden.

Onderdelen van dit proces:

1. vooruitkijken (plannen in tijd/taken, doelen en prioriteiten stellen)
2. bijhouden (lig je nog op schema? Zonodig bijsturen)
3. terugkijken (reflecteren op eigen leerproces en checken of het klopt wat je hebt gedaan)

Slide 5 - Tekstslide




40% van de leerprestatie wordt bepaald door metacognitieve strategieën. (Dijkstra, 2015) Deze vaardigheid is volgens hem belangrijker dan intelligentie, motivatie of sociaaleconomische achtergrond.

Het aanleren (de ontwikkeling van) metacognitieve vaardigheden moet aan een aantal voorwaarden voldoen:

1.  train deze vaardigheden geïntergreerd in de les
2. leg het nut van deze vaardigheden expliciet uit aan leerlingen
3. structureel toepassen in de les door middel van vragen en feedback.

Slide 6 - Tekstslide

rol coach
Vragen stellen en feedback geven tijdens het leerproces op de metacognitieve strategieën die leerlingen hanteren.
Voorafgaand, tijdens en na de taak > cyclisch
vragen van categorie 2 en 3 zijn bevorderlijk voor metacognitie en modusregulatie van de leerling

Slide 7 - Tekstslide

Noem de 8 boodschappen die je nog hebt onthouden van het boodschappenspel

Slide 8 - Open vraag

welke strategie heb je gebruikt?

Slide 9 - Tekstslide



Deze cognitieve strategieën werken soms wel, soms niet:
  
ezelsbruggetjes > niet te veel maken/niet te ingewikkeld;
samenvatten> alleen als je goed hoofd- en bijzaken kunt scheiden


Deze strategieën werken meestal niet:

herlezen > helpt soms bij onthouden en begrijpen, maar niet bij toepassen
highlighten /onderstrepen > wordt vaak te veel gedaan, lijkt op samenvatten >       gaat om denkproces


Slide 10 - Tekstslide



Niet elke strategie is dus geschikt voor elke taak. Wat is wel effectief?

Verdiepen, zoals:  
aantekeningen maken, voorbeelden bedenken, oefentoets maken, zelf uitleg geven aan een ander, in eigen woorden een samenvatting maken, bevragen, verbanden leggen tussen wat je eerder heb geleerd en de nieuwe stof.

Structureren, zoals:
een samenvatting maken van de stof, de rode draad vertellen, een tekening of mindmap maken, een PPT-presentatie maken, grafiek tabel maken over de stof,
schema maken.

Slide 11 - Tekstslide