Taalondersteuning
Taalondersteuning
1. babytaal
- actief en passief taalgebruik
- tips: hoge tonen + non-verbaal
- babygebaren..
Oefening babygebaren
- Er komen steeds 4 leerlingen naar voor.
- Deze leerlingen krijgen steeds 1 woord.
- Elke leerling bedenkt zelf een passend babygebaar voor dit woord.
- Op het signaal, beeldt iedereen het babygebaar uit, de klas raadt om welk woord het gaat
Woorden voor babygebaren
- bal, auto, baby, boek, vliegtuig
- eten, drinken, slapen, lopen, fietsen, meegaan
- knuffel, koud, deur
- verdrietig, blij, pijn
- regen, muziek
- waar?
- meegaan
2. Basisregels
- Zet je per 2
- Welke basisregels herken je in onderstaande slides? Noteer ze op een cursusblaadje per 2.
- Draai je blaadje om.
- Probeer nog een keer: welke basisregels herkennen jullie? Noteer opnieuw.
Geef je blaadje af aan de leraar.
Noteer uit je hoofd 12 basisregels voor taalstimulering
3. Inspelen op wat kinderen zeggen
- positief, doorvragen, helpen verwoorden, ...
- !!! modelleren =..... (zie basisregel 9) !!!!!
4. Ezelsbruggetjes eigen taal
volledige zinnen
gevarieerde taal
langzaam, articuleren
kernwoorden benadrukken
visualiseer
kijken
wachten
afwachten
luisteren
volg het kind
aanpassen van taal
toevoegen van taal
Waarvoor staat 'VOGELKE'
Waarvoor staat 'VIS'
Waarvoor staat 'KWAL'
Waarvoor staat 'VAT'
5. Meertaligheid
- !! stille of non-verbale periode
Als je de thuistaal van een kind spreekt als KB, praat je best in de thuistaal tegen het kind / de ouders
waar
niet waar
Kinderen die geen Nederlands kunnen/durven praten, laat je best in de thuistaal praten
waar
niet waar
1. Bekijk het fragment rond 'werken aan taal met kleuters'. (tot aan rijmpje rond dageinde)
--> Noteer alle tips rond wat jij kan doen als begeleider om taal te stimuleren.
2. Kijk nadien verder naar het filmpje en kijk hoe ze met de tips aan de slag ging.
--> Wat deed de juf anders?