C.2: Tornado's

Er wordt gesproken over een orkaan bij:
A
Windkracht 10 en hoger
B
Windkracht 12 en hoger
C
wind vanaf 110 km per uur
D
elke tropische storm is een orkaan
1 / 18
volgende
Slide 1: Quizvraag
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Er wordt gesproken over een orkaan bij:
A
Windkracht 10 en hoger
B
Windkracht 12 en hoger
C
wind vanaf 110 km per uur
D
elke tropische storm is een orkaan

Slide 1 - Quizvraag

Wat is geen gevolg van een orkaan?
A
lavastromen
B
regen
C
wind
D
vloedgolven

Slide 2 - Quizvraag

Een orkaan zwakt af als...
A
De luchttemperatuur om laag gaat
B
Het boven land komt
C
Het boven zee komt
D
Een orkaan zwakt altijd af na twee dagen

Slide 3 - Quizvraag

Wat is geen kenmerk van een orkaan?
A
Een wolkeloos midden; het oog.
B
Wordt gemeten op de schaal van Beaufort.
C
Er valt veel neerslag
D
Het kan aardverschuivingen veroorzaken.

Slide 4 - Quizvraag

Het orkaan seizoen is
A
in het voorjaar
B
in het najaar

Slide 5 - Quizvraag

wat is geen orkaan?
A
Hurricane
B
Typhoon
C
Tornado
D
cycloon

Slide 6 - Quizvraag

Zet de volgende zinnen in de goede volgorde.
1

2

3

4
Doordat de aarde draait, begint ook de vochtige lucht te draaien.
Orkanen ontstaan rond de evenaar. Het zeewater moet minstens 26°C zijn.
Water verdampt. De lucht koelt af. Waterdamp condenseert, er ontstaan zware buien.
Zolang de orkaan boven zee is blijft deze groeien. Eenmaal aan land neemt de kracht af.

Slide 7 - Sleepvraag

Sleep de uitspraken naar de juiste kolom:
Deze uitspraken zijn juist.
Deze uitspraken zijn onjuist.
5. Een tropische orkaan wordt in de VS een hurricane genoemd.
4. Het centrum van een orkaan waar het windstil is, noem je een slurf.
3. Een tornado is goed voorspelbaar en ontstaat boven land.
2. De schade van een tornado vindt altijd plaats op lokale schaal.
1. Tornado's worden altijd aangeduid met een naam.

Slide 8 - Sleepvraag


Een tornado heeft ook een oog
A
nee een tornado heeft alleen een slurf
B
ja, in de slurf maar die is kleiner dan van een orkaan
C
ik heb geen flauw idee, ik gok
D
ja, in de slurf maar die is groter dan van een orkaan

Slide 9 - Quizvraag

Verschillen orkaan en tornado
Orkaan
  • boven zee 
  • doorsnede: 500-1500 km 
  • duur: 5-10 dagen 
  • oog: groot 
  • zuidoosten VS 
  • goed te voorspellen 
Tornado
  • boven land
  • doorsnede max 1 km
  • duur: ong. 10 minuten
  • oog: klein
  • midden VS (= "Tornado Alley")
  • moeilijk te voorspellen   

Slide 10 - Tekstslide

Hazard Management
Hazard Management: Het beleid om schade bij natuurrampen te voorkomen. (Nederlands = rampenbestrijding)

Bestaat uit 3 onderdelen
  1. Aanleg van waarschuwingssystemen
  2. Bouwtechnische maatregelen
  3. Opstellen van rampenplannen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Lees bron 16.
Over bron 16 worden twee uitspraken gedaan.
Uitspraak 1: het uitroepen van de noodtoestand in Florida is een
onderdeel van hazard management.
Uitspraak 2: het wel of niet opvolgen van het evacuatie-advies is een
voorbeeld van risicoperceptie.
A
1= juist, 2= onjuist
B
1= onjuist 2= onjuist
C
1= juist 2= juist
D
1= juist 2= onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Hazard management is het beleid om
A
Natuurrampen als geheel te voorkomen
B
Natuurrampen te voorspellen
C
Schade van natuurrampen te voorkomen
D
Schade van natuurrampen te herstellen

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link