Hv 1 - 2.7 herha pv/wg/ow en nieuw lv

Grammatica 2.7 en 3.7
Herhaling zinsontleding
- Werkwoordelijk gezegde
- Onderwerp
- Lijdend voorwerp
Nieuw: Naamwoordelijk gezegde


1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Grammatica 2.7 en 3.7
Herhaling zinsontleding
- Werkwoordelijk gezegde
- Onderwerp
- Lijdend voorwerp
Nieuw: Naamwoordelijk gezegde


Slide 1 - Tekstslide

Les en doelen
  • We gaan eerst herhalen/oefenen met grammatica (pv, wg en ow, lv)
  • Daarna uitleg over het naamwoordelijk gezegde.

Slide 2 - Tekstslide

Doel:
Aan het einde van de les kun je de pv, het ow, het lv en het wg/ng benoemen.

Waarom leren we dit eigenlijk????????

Slide 3 - Tekstslide

PV
Hoe vind je de pv?

Slide 4 - Tekstslide

stap 1: de persoonsvorm (pv)
De pv is een werkwoord. Je vindt de pv door:
de zin van tijd te veranderen
de zin van getal te veranderen
de zin vragend te maken.

Emiel en Dave fietsen elke dag naar school.

Slide 5 - Tekstslide

Wg
Wat is het wg ook alweer?

Slide 6 - Tekstslide

stap 2: het gezegde/ het werkwoordelijk gezegde

Het werkwoordelijk gezegde: je noteert de pv en alle andere werkwoorden in de zin.


De clubleiding wil de vernielzuchtige supporters hun lidmaatschap ontnemen.

Slide 7 - Tekstslide

De clubleiding wil de vernielzuchtige supporters hun lidmaatschap ontnemen. Wat is het wg?

Slide 8 - Woordweb

Volgende week donderdag haalt de taxichauffeur de reizigers om zes uur op. Wat is het wg?

Slide 9 - Woordweb

ow
Hoe vind je het ow?

Slide 10 - Tekstslide

stap 3: het onderwerp (ow)
Om het onderwerp te vinden stel je de volgende vraag:
Wie/wat + het gezegde?

Emiel en Dave fietsen elke dag naar school.
Wie of wat fietsen? 
Het antwoord op deze vraag is het onderwerp.

Slide 11 - Tekstslide

De clubleiding wil de vernielzuchtige supporters hun lidmaatschap ontnemen. Wat is het onderwerp?
A
De clubleiding
B
de vernielzuchtige supporters
C
hun lidmaatschap
D
zit er niet in

Slide 12 - Quizvraag

Volgende week donderdag haalt de taxichauffeur de reizigers om zes uur op. Wat is het onderwerp?
A
Volgende week donderdag
B
de taxichauffeur
C
de reizigers
D
om zes uur

Slide 13 - Quizvraag

Noteer de pv, wg en het ow van de volgende zin: De leerlingen van B1H hebben de hele les gelezen.

Slide 14 - Open vraag

Wat weet jij nog over het lijdend voorwerp?

Slide 15 - Woordweb

Stap 4: het lijdendvoorwerp (LV)
Je stelt de vraag: wie/wat + wg + ow?
Het antwoord is het lijdend voorwerp.

Let op: het lijdend voorwerp begint 
NOOIT met een voorzetsel!

Slide 16 - Tekstslide

Wie moeten opdracht A maken?​

Wat is het lijdend voorwerp?
A
opdracht A
B
wie
C
moeten maken
D
zit er niet in

Slide 17 - Quizvraag

Gisteren heeft mijn moeder alle shirts van ons elftal gewassen.
Wat is 'alle shirts van ons elftal'?
A
wg
B
ow
C
lv

Slide 18 - Quizvraag

Dus: hoe vind je
het lijdend voorwerp?

Slide 19 - Woordweb

 Lesstof 3.7
Naamwoordelijk gezegde


Slide 20 - Tekstslide

En nu oefenen!
3.7 Gramatica
Lees de theorie
Maken 
opdr. 4 ( behalve e)  5, 6, 7

Slide 21 - Tekstslide

En nu checken!

Slide 22 - Tekstslide

Hij is gelukkig geworden
ow, ng/wg, lv?

Slide 23 - Open vraag

Het elftal werd gisteren helaas weer verslagen

A
wg
B
ng

Slide 24 - Quizvraag