Freud (Goed voorbeeld van interactieve les)

Wie is de mens?
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wie is de mens?

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen

  • Je kunt uitleggen welke invloed deze Freud heeft gehad op de hedendaagse psychiatrie.
  • Je kunt uitleggen wat de persoonlijkheidstheorie inhoudt.


Slide 2 - Tekstslide

Geef een omschrijving van degene die naast je zit

Slide 3 - Open vraag

Op basis waarvan kan je iets over iemands karakter of persoonlijkheid zeggen?
Mensen zagen gedrag en persoonlijkheid vaak als iets dat gestuurd werd door goden of geesten. Als iemand “vreemd” deed, dacht men dat er een geest in zat of dat de goden boos waren.

Oudheid (Grieken): Filosofen zoals Hippocrates ideeën over de ziel. Hippocrates dacht bijvoorbeeld dat je persoonlijkheid en gezondheid bepaald werden door vier sappen in je lichaam (bloed, slijm, zwarte gal en gele gal).  Niet in balans = typerende eigenschappen.

Slide 4 - Tekstslide

Lichaamssappen 
Bloed: vrolijk, sociaal, enthousiast

Slijm: rustig, geduldig, weinig emotioneel

Gele gal: energiek, fel, snel boos

Zwarte gal: serieus, teruggetrokken, somber

Goede balans = lichamelijk gezond en evenwichtig karakter
Verstoring balans sappen 

Slide 5 - Tekstslide

Persoonlijkheidstheorie

Slide 6 - Tekstslide

Je vindt een portemonnee met 1000 euro op straat, er is niemand in de buurt. Wat doe je?

Slide 7 - Tekstslide

Je kan iets stelen uit een winkel zonder dat iemand erachter komt. Doe je het?

Slide 8 - Tekstslide

Je vrienden maken een grap die kwetsend is. Doe je mee of stop je het?

Slide 9 - Tekstslide

Je krijgt per ongeluk te veel wisselgeld terug bij de supermarkt. Laat je het zitten of geef je het terug?

Slide 10 - Tekstslide

Sigismond Schlomo Freud (1856-1936)
Geboren op 6 mei 1856 in Tsjechië.
arm, Joods gezin van 7 kinderen. 
Op zijn 4e verhuisde hij naar Wenen.
Na zijn studie geneeskunde specialiseerde hij zich als neuroloog in de behandeling van ziekten van het zenuwstelsel. 

Slide 11 - Tekstslide

De psychoanalyse
Lichaam en menselijke geest als twee-eenheid. 
Wordt gestuurd door diepe, onbewuste drijfveren (Triebe)
Levensdrift (Eros)

Volwassenen persoonlijkheid ontwikkelt zich uit een kind. Wisselwerking met de sociale omgeving. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

De psychoanalyse
- De menselijke geest en zijn lichaam is een twee-eenheid.
- De mens als gestuurd door bewuste en onbewuste krachten, verlangens en innerlijke conflicten.
- Menselijke drijfveer is levensdrift (Eros) die bestuurt het gedrag.
- Wil om te leven overheerst
- Seksuele lust
- De ontwikkeling is een voortdurende wisselwerking met de sociale omgeving, vooral opvoeding een belangrijke rol



Slide 14 - Tekstslide

Persoonlijkheidstheorie

Slide 15 - Tekstslide

Id (onbewuste)
Impulsen vanaf de geboorte:
seksuele energie, agressie, levensdrift

 "Krachten ons denken en doen, zonder dat we daar bewust van zijn"

Slide 16 - Tekstslide

Ego (bewuste ik)
Door wisselwerking met de omgeving, begint het kind te beseffen dat het iemand is. De drijveren van het Es botsen met de realiteit van de omgeving. 

"Gedrag aanpassen aan de eisen van de omgeving"

Slide 17 - Tekstslide

Superego (het geweten)
Vanaf derde levensjaar ontwikkeld een kind een geweten, het kind leert goed en kwaad onderscheiden
Geweten ontwikkelen


Slide 18 - Tekstslide

Es: “Pak die taart!”
Über-Ich: “Nee, dat is niet van jou.”
Ich: “Ik vraag of ik een stukje mag.”

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Hoe zou Freud de daad/ schietpartij verklaren?

Slide 22 - Tekstslide

Opdrachten
1. Leg in je eigen woorden uit wat het superego (geweten) volgens Freud inhoudt.
2. Noem twee voorbeelden uit het dagelijks leven waarin je geweten een rol speelt bij het maken van een keuze.


Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Doel van het onbewuste:
  • Verdrongen herinneringen,  emoties en verlangens opslaan.

  • D.m.v de droom                                  (en de vrije associatie tijdens een therapeutische sessie)                           kan deze onbewuste inhoud geduid worden.                                            
  

Slide 25 - Tekstslide

De theorie van het onbewuste.
Het persoonlijk bewustzijn verzamelt alleen persoonlijke beelden, gedachten en belevenissen 

Het onbewuste bestaat uit  het 'gewone onbewuste’ en een  onbewust deel dat ‘verdrongen’ wordt.  

Slide 26 - Tekstslide

Neuroses
  •  worden veroorzaakt door:
        het weigeren om deze         
       processen toe te laten. 

  • De onderdrukte seksualiteit en woede is de belangrijkste kracht die zorgt voor geestesziekten.

Slide 27 - Tekstslide

Wat gebeurt er met een herinnering die onderdrukt is?
A
het verdwijnt
B
het blijft bewust, maar de persoon probeert er niet aan te denken
C
het blijft in het onderbewuste
D
het achtervolgt je in je dromen

Slide 28 - Quizvraag

Oedipus / Electracomplex

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

      Maak met de paardensprong uit het schaakspel een   
      woord van acht letters. 
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal.&nbsp;<br /><div><br /></div><div>Er ontstaat bij een paardensprong altijd een <b>L-vorm</b>.</div>
u
E
i
s
p
N
l
m

Slide 31 - Sleepvraag

Godsdienst als dwangneurose
  • Godsdienstige rituelen vertonen overeenkomst met de dwanghandelingen van zijn neurotische patiënten.

Slide 32 - Tekstslide

Godsdienst als dwangneurose

  • Godsdienst is in de grond een verwrongen vorm van dwangneurose. 

Slide 33 - Tekstslide

God als  projectie van de mens.
  • Godsdienst ontstaat door innerlijke psychologische druk.               

  • Freud ziet een evolutie van de mensheid vanaf zijn onrijpe godsdienstige kinderjaren tot aan zijn rijpe atheïstische staat.

Slide 34 - Tekstslide

Volgens Freud heeft de mens een god naar zijn beeld gemaakt.
A
waar
B
niet waar

Slide 35 - Quizvraag

    Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord  
    van acht letters. 
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal.&nbsp;<br /><div><br /></div><div>Er ontstaat bij een paardensprong altijd een <b>L-vorm</b>.</div>
T
T
A
S
A
H
O
N

Slide 36 - Sleepvraag

Zijn de leerdoelen behaald?
  • Je kunt uitleggen welke invloed deze Freud heeft gehad op de hedendaagse psychiatrie.
  • Je kunt uitleggen wat 
1. de persoonlijkheidstheorie inhoudt.
2. het oedipoescomplex inhoudt.
3. zijn visie is op religie.

Slide 37 - Tekstslide