Les 4: Vorm

VORM
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
TekenenMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

VORM

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat gaan we doen?
Je hebt in het filmpje veel verschillende begrippen gehoord, die begrippen moet je allemaal kennen, dus die gaan we toelichten.  We gaan het hebben over:
  • Verschillende vormsoorten
  • Vormcontrasten

Slide 3 - Tekstslide

Oké, vorm dus...
Je hebt dus verschillende vormen. 
  • Organisch en geometrisch
  • Ruimtelijk en plat
  • Figuratief, abstract of geabstraheerd
Al deze termen moet je kennen...

Slide 4 - Tekstslide

Ruimtelijk (3D) of plat (2D)
Een beeld is ruimtelijk: het heeft volume, staat in een ruimte (of buiten), je kunt er omheen lopen en elke kant heeft dan een ander aanzicht en het heeft een hoogte, breedte en diepte maat

Een schilderij of tekening is plat: het heeft 1 aanzicht, het hangt aan een muur of ligt op een ondergrond en het heeft alleen een hoogte en breedte maat

Slide 5 - Tekstslide

Organisch en geometrisch
Organische vormen: Vormen die (soms letterlijk, maar niet altijd) uit de natuur komen. De lijnen zijn gebogen, krom, niet meetbaar

Geometrische vormen: Vormen die uit de meetkunde komen. De lijnen en vormen zijn meetbaar.

Slide 6 - Tekstslide

Organisch
Geometrisch

Slide 7 - Tekstslide

Figuratief, geabstraheerd of abstract?
Je hebt ze net al gehoord in het filmpje en deze 3 woorden worden ook heel regelmatig gebruikt in de kunst, maar wat is het nou en wat is nou het verschil?

Slide 8 - Tekstslide

Figuratief
Je ziet hier een vrouwfiguur met realistische vormen. Oké, het is geen foto, maar het is wel duidelijk herkenbaar.

Dus, herkenbaar en realistisch

Slide 9 - Tekstslide

Geabstraheerd
Je ziet wel dat het een vrouw figuur moet voorstellen, maar zeg nou zelf, zo ziet een mens er natuurlijk niet uit.

Dus wel herkenbaar, maar niet realistisch

Slide 10 - Tekstslide

Abstract
En hier is een beeld van een vrouw die zo goed als niet meer herkenbaar is. 

Dus, niet meer herkenbaar

Voor abstract en geabstraheerd gebruiken ze ook nog wel eens het woord:   GESTILEERD

Slide 11 - Tekstslide

Dus...
Organisch:   met natuurlijke, gebogen lijnen en vormen
Geometrisch:  met meetkundige en meetbare lijnen en vormen
Abstract: Geen herkenbare voorstelling (mens, dier of voorwerp)
Geabstraheerd: Wel herkenbaar, maar geen realistische weergave
Figuratief: Een herkenbare en realistische weergave van een mens, dier of voorwerp
Open: Een vorm waar je doorheen kunt kijken
Gesloten: Een vorm die een massief volume heeft, waar je dus niet doorheen kunt kijken

Slide 12 - Tekstslide

Even kijken of dat is blijven hangen...
Geef bij de volgende afbeeldingen aan of het Abstract, Geabstraheerd of figuratief is

Slide 13 - Tekstslide

figuratief
geometrisch
geabstraheerd
open
abstract

Slide 14 - Sleepvraag


A
Abstract
B
Geabstraheerd
C
Figuratief

Slide 15 - Quizvraag


A
Abstract
B
Geabstraheerd
C
Figuratief

Slide 16 - Quizvraag


A
Abstract
B
Geabstraheerd
C
Figuratief

Slide 17 - Quizvraag


A
Abstract
B
Geabstraheerd
C
Figuratief

Slide 18 - Quizvraag


A
Abstract
B
Geabstraheerd
C
Figuratief

Slide 19 - Quizvraag


A
Abstract
B
Geabstraheerd
C
Figuratief

Slide 20 - Quizvraag

De vormen hiernaast zijn ...
A
Organisch
B
Geometrisch
C
Beide

Slide 21 - Quizvraag

De vormen hiernaast zijn ...
A
Organisch
B
Geometrisch
C
Beide

Slide 22 - Quizvraag

De vormen hiernaast zijn ...
A
Organisch
B
Geometrisch
C
Beide

Slide 23 - Quizvraag

De vormen hiernaast zijn ...
A
Organisch
B
Geometrisch
C
Beide

Slide 24 - Quizvraag

Vormcontrast
Om een werk spannender te maken, kan een kunstenaar ervoor kiezen om verschillende vormen naast elkaar te gebruiken, zoals je hiernaast in het werk van M.C. Escher ziet. Hij gebruikt geometrische vormen én organische vormen.

Dit noem je een vormcontrast.

Slide 25 - Tekstslide

Samengevat
Er zijn dus heel veel verschillende soorten vormen. De kunst is om ze zo bij elkaar te zetten dat het een interessant geheel wordt. Een vormcontrast kan daar bij helpen.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Welke vormsoorten ken je?

Slide 28 - Woordweb

Je maakt een beeld van een paard en je maakt het zo realistisch mogelijk. Je maakt dan een ... vorm

Slide 29 - Open vraag

Je hebt een schilderij gemaakt, maar het is niet herkenbaar.
Het is een ... vorm

Slide 30 - Open vraag

Je ziet ronde vormen uit de natuur.
Dit zijn ... vormen

Slide 31 - Open vraag

De Eiffeltoren is opgebouwd uit
... vormen

Slide 32 - Open vraag

Dit is een ... vorm

Slide 33 - Open vraag

Dit is een ... vorm

Slide 34 - Open vraag

Deze vorm is ...
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Ruimtelijk
B
Plat
C
Open
D
Gesloten

Slide 35 - Quizvraag

Deze vorm is ...
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Ruimtelijk
B
Plat
C
Open
D
Gesloten

Slide 36 - Quizvraag

Deze vorm is ...
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Ruimtelijk
B
Plat
C
Organisch
D
Geometrisch

Slide 37 - Quizvraag

Deze vorm is ...
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Ruimtelijk
B
Plat
C
Organisch
D
Geometrisch

Slide 38 - Quizvraag

En ook deze uitleg zit er op, hopelijk snappen jullie het vormgebruik nu ietsje beter...
En nu terug naar de PPT 
En ook deze uitleg zit er op, hopelijk snappen jullie de verschillende vormsoorten nu ietsje beter...
En nu terug naar de PPT voor de verdere uitleg en de opdrachten

Slide 39 - Tekstslide