Contacten- les 2 -10-14 feb

Lesweek 2: 10-14 februari 
Docent: M. Eshuis 
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Lesweek 2: 10-14 februari 
Docent: M. Eshuis 

Slide 1 - Tekstslide

Programma vandaag:

- Welkom, AWR

- Theorie 'sociaal netwerk' 
- Theorie 'netwerkgericht werken'
-  Kort filmpje sociaal netwerk 
-  Test- check 'sociaal netwerk' en 'netwerkgericht werken'
-  Analyse van netwerk en hulpmiddelen 

- Afsluiting 

Slide 2 - Tekstslide

Sociaal netwerk 
Sociaal netwerk: Contacten die iemand heeft met vrienden, kennissen en andere privé contacten. 

- Een van je taken als persoonlijk begeleider is het versterken, uitbreiden en activeren van het sociale netwerk van de client 
- Clienten met een goed sociaal netwerk hebben minder begeleiding nodig. 
- Clienten zonder een sociaal netwerk zijn vaak eenzaam en leven geisoleerd ook vermindert de zelfstandigheid 

- Bij de begeleiding van clienten kijk je altijd naar de sociale context, ofwel sociale omgeving. Goede relaties geven een gevoel van veiligheid, doordat ze opvang bieden bij moeilijkheden 

Slide 3 - Tekstslide

Waarom een sociaal netwerk?
- Affectieve behoeften 
- Materiele behoeften 
- Behoefte aan aansluiting 
- Behoefte aan sociale zekerheid 

Vragen hierbij:
- Geeft het netwerk voldoende waardering en erkenning?
- Biedt het voldoende materiele steun? 
- Het gevoel erbij te horen? 
- Geeft het netwerk via afspraken en regelingen voldoende zekerheid aan contact? 

Slide 4 - Tekstslide

Sociaal netwerk 
Clienten kunnen kwaliteit van hun netwerk vergroten door het leggen van nieuwe contacten, maar ook in het investeren van relaties. 

Methodiek netwerkgericht werken is opgericht omdat het sociaal netwerk belangrijker is dan alle zorg die een mens kan krijgen 

Hulpvragen die gericht zijn voor een sociaal netwerk: 
- Sociale steun (samen koffie drinken) 
- Emotionele steun (troost bieden, een arm om iemand heen slaan)
- Cognitieve steun ( meedenken en stimuleren)
- Praktische steun (boodschappen doen, een formulier invullen) 

Slide 5 - Tekstslide

Netwerkgericht werken 
Niet voor iedereen is dit haalbaar;
- Mensen met een vluchtelingenstatus spreken niet altijd goed de Nederlandse taal 
- Clienten met een zeer laag IQ missen vaak sociale vaardigheden 
- Clienten met wisselende emoties en agressief gedrag zijn vaak niet in staat tot het opbouwen van een sociaal netwerk 

Slide 6 - Tekstslide

Methodiek: Netwerkgericht werken 
Stap 1:  Netwerk onderzoeken 
Leg allereerst duidelijk uit wat het begrip scoiaal netwerk inhoudt. Laat de client vertellen wie hij allemaal kent binnen zijn/haar sociale netwerk. Dit kun je doen door vragen te stellen als:
- Aan wie vertelt u dat u iets leuks heeft meegemaakt? 
- Wie biedt welke ondersteuning? 
- Wie heeft u deze week allemaal gesproken?
Maak een grosslijst voor de client. Vervolgens kan je een ecogram of genogram maken. 

Stap 2: Netwerk uitbreiden 
Probeer verbindingen te leggen tussen de client en zijn omgeving. Denk aan gezin, familie, vrienden. Zoek mogelijkheden om banden te verstevigen. Vraag naar de wensen van de client. 

Slide 7 - Tekstslide

Methodiek: Netwerkgericht werken 
Stap 3:  Netwerk activeren  
Stimuleer en motiveer de client om deel te nemen aan het netwerk. Wat kan de client zelf doen voor een ander of terugdoen voor iemand die hem heeft geholpen? 

Stap 2: nieuwe activiteiten stimuleren
Bij deze stap werk je toe naar maatschappelijk activiteiten buitenshuis. 
Denk aan hobby's, cursus etc. 

LET OP: PBGZ niet alles is bij elke client mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan meervoudige beperking. Het netwerk zal zich dan vooral richten op het bestaande netwerk. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Wat is een sociaal netwerk?

Slide 10 - Open vraag

Wat is het nut van een goed sociaal netwerk?

Slide 11 - Open vraag

Onder welke steun valt boodschappen doen?
A
Emotionele steun
B
Cognitieve steun
C
Praktische steun

Slide 12 - Quizvraag

De methodiek Netwerkgericht werken werkt voor iedereen?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Stappen sociaal netwerk 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Genogram in stappen 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Netwerkschema-4 Categorieën 

Slide 18 - Tekstslide

Invullen van netwerkschema:

Slide 19 - Tekstslide

Analyse - genogram + netwerkschema 

Slide 20 - Tekstslide

Hoe vul je de analyse in? 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Kwalitatieve analyse- na genogram en netwerkschema

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

In duo's werken
Breng nu het netwerk van je klasgenoot in kaart. 
Doe alle 5 de stappen

Slide 27 - Tekstslide

Volgende week: 
- Sociaal netwerk 

Slide 28 - Tekstslide