Woordenschat 1: Juf Angela zegt tegen Fleur: ‘Een microscoop is een instrument dat een dokter gebruikt. Hij kan daarmee kleine bacteriën en virussen uitvergroot zien.’ Welke woordleerstrategie wordt hier gebruikt?
A
labelen
B
categoriseren
C
netwerkopbouw
Slide 17 - Quizvraag
3 De mogelijkheden van een woord om met andere woorden gecombineerd te woorden binnen een zinsdeel of zin is de ... van een woord.
A
morfologische identiteit
B
syntactische identiteit
C
fonologische identiteit
D
semantische identiteit
Slide 18 - Quizvraag
4 Het aantal woorden dat iemand zelf actief gebruikt, valt onder de...
A
receptieve woordenschat
B
passieve woordenschat
C
productieve woordenschat
D
contextuele woordenschat
Slide 19 - Quizvraag
5 Kinderen ontwikkelen een steeds diepere woordkennis. Die loopt van de ... naar de ... naar de ... van woorden.
A
abstracte - concrete - contextuele betekenis
B
concrete - abstracte - contextuele betekenis
C
contextuele - abstracte - concrete betekenis
D
contextuele - concrete - abstracte betekenis
Slide 20 - Quizvraag
4 Kinderen verwerven eerst de fonologische en ... van woorden.
A
morfologische identiteit
B
syntactische identiteit
C
orthografische
D
semantische identiteit
Slide 21 - Quizvraag
Laag 1 Dagelijks Algemeen Taalgebruik
Laag 2 Cognitief Academisch Taalgebruik
Laag 3 Vakspecifieke context
de haiku
de verjaardag
hoogstens
winnen
zowel...als
de bio-industrie
Slide 22 - Sleepvraag
Meike ontdekt tijdens het avondeten dat je een mes, een vork en een lepel ook bestek kunt noemen.
A
labelen en woordrelatie
B
netwerkopbouw en woordrelatie
C
categoriseren en woordrelatie
D
categoriseren en vormrelatie
Slide 23 - Quizvraag
Milas ziet op het sinterklaasjournaal een soort van auto's met 2 hele grote en wat kleinere wielen. Dat zijn trekkers. Daar wil hij wel meer over weten!
A
labelen en vormrelatie
B
labelen en woordrelatie
C
categoriseren en vormrelatie
D
netwerkopbouw en woordrelatie
Slide 24 - Quizvraag
Bente en Suus doen een spelletje; ze zeggen om de beurt een woord: zak- pak - dak - bak - wak - gak - tak