Deel 1: Wat is een debat + start onderwerp en stelling

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Agenda
Introductie Debat
Welkom in de mavo-4 sprint klas
Wat is een debat?
Wat gaan wij doen? 
Over welk onderwerp?
Nodig: laptop + pen + papier 


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen Les
Een overzicht krijgen van wat we met Nederlands doen bij Nederlands

Leren wat de kenmerken van een debat zijn en hoe je jezelf kunt presenteren in een debat

Je ontdekt wat er van jullie wordt verwacht en wanneer
Je leert wat een goed argument is 

Maken we een begin met het onderwerp: minimumleeftijd voor sociale media



Slide 3 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
PTO-1 week 13-17 okt
Maatschappelijk mondeling: debat 
Debat over een door ons gegeven onderwerp, dat jij vooraf gaat onderzoeken en voorbereiden
Lessonups
Instructies op Teams
Lees- en schrijfvaardigheid 
Proefwerk van 120 minuten 
Kern hst

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PTO-2 week 24 nov-5 dec
Kijk- en luistertoets
Luistertoets aan de hand van video's
Lessonups
Instructies op Teams
Instructies in Woots
Lees- en schrijfvaardigheid 
Proefwerk van 120 minuten 
Kern hst

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een debat?
Een discussie met regels tussen twee teams over een stelling

Vaak is er een jury: een persoon die (1) het debat leidt, (2) de uitslag van het debat bepaalt en (3) feedback
geeft op het debat

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil met een discussie
1. Aan het einde van een debat is er een winnaar en een
verliezer (bij ons niet) Je zoekt dus geen middenweg met zijn tweeën/twee teams, maar je probeert een derde persoon, de jury, ervan te overtuigen dat jouw standpunt het beste is. 

2. Bij een debat praat je niet over je eigen mening. Je kunt zowel argumenten tegen of voor de stelling inbrengen (maar jullie mogen niet zelf kiezen)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Debat 
Komende lessen voorbereiden
Zowel in les als thuis
Je bereidt zelf voor (groepen staan niet vooraf vast) 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Debat = maatschappelijk mondeling
In groepen van 4 (2x4: een team 'voor' en team 'tegen')
Max. 15 minuten debat
Voorbereiding: artikelen lezen, argumenten opstellen

Welk standpunt jij verdedigt, wordt pas aan begin van het debat toegewezen.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie 
Komt op 
Teams en in SomToday

“Er moet een minimumleeftijd voor sociale media, zoals TikTok, Snapchat en Instagram, komen van zestien jaar.”  

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Argumenten
In een debat ondersteunen mensen hun standpunt met argumenten. 
Een argument is een uitleg waarom iemand iets vindt.
Argumenten worden vaak aangegeven met één van deze woorden (signaalwoorden):

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hulpmiddel = AUB
Een argument wordt sterker als je het goed kunt uitleggen.

A (argument) + U (uitleg) + B (bijvoorbeeld)


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld AUB
Stelling: Iedere school moet een politieagent krijgen.

A: ‘Want een agent op school zorgt voor meer veiligheid.’
U: ‘Een agent kan gelijk ingrijpen als er iets op school gebeurt. Ook zullen leerlingen minder snel strafbare dingen doen, omdat ze weten dat ze betrapt kunnen worden. Dat is goed, want het is belangrijk dat school veilig is zodat iedereen zich prettig voelt en goed kan leren.’
B: ‘Als er op school een telefoon gestolen wordt, kan een agent gelijk uitzoeken wie dit heeft gedaan. Dan gaat niet iedereen elkaar vals beschuldigen. Dat helpt om te zorgen voor een veilige sfeer op school.'

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is een argument een sterk argument?

Argumenten zijn feitelijk
Je kunt bronnen noemen 
Ze zijn lastig te weerleggen 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is een argument een zwak argument?

Argumenten zijn niet-feitelijk (gevoel, mening etc.)
Je kunt geen bronnen of ander bewijs geven
Ze zijn heel makkelijk te weerleggen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sterk/zwak argument?
Ik moet een andere jas, want deze is uit de mode
A
Sterk
B
Zwak
C
Redelijk

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sterk/zwak argument?
Mode verandert, maar soms komt iets terug. Kijk maar naar de broekspijpen uit de jaren '70, toen droegen mensen ook veel bell bottoms of flared jeans.
A
Sterk
B
Zwak
C
Redelijk

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sterk/zwak argument?
Ik moet meer geld krijgen van de overheid, want ik ben zielig.
A
Sterk
B
Zwak
C
Redelijk

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sterk/zwak argument?
Met goede cijfers kan ik een betere studie doen en meer betekenen voor de samenleving, daarom moet ik meer geld krijgen dan leerlingen die geen goede cijfers halen.
A
Sterk
B
Zwak
C
Redelijk

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Omschrijf in je eigen woorden: wat is een debat? (denk aan wat je eerder geleerd hebt)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vragen heb je over het debat?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Introductie onderwerp
>> 1 video

Leeftijdsgrens voor sociale media

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een paar vragen..
Houd je werkblad erbij 
(of maak aantekeningen)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Met welk standpunt ben je het (nu) eens?
A
Een minimumleeftijd voor sociale media is een goed idee
B
Een minimumleeftijd voor sociale media is geen goed idee

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf dit op je werkblad 
Houd je werkblad erbij 
(of maak aantekeningen)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn sociale media nuttig of niet?

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Lezen tekst (bewaar de tekst)
Beantwoord de volgende vragen in je schrift en bewaar:
- Waar gaat de tekst over? M.a.w. wat is het onderwerp?
- Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?
- Welke mensen geven hier hun mening?
- Wat is die mening?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het onderwerp van deze tekst?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek zelf een artikel (geschreven of video) over leeftijdsgrenzen bij sociale media?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als het goed is..
...heb je geleerd wat de kenmerken van een debat zijn en hoe je jezelf kunt presenteren in een debat


... hebben we een begin gemaakt met het onderwerp: minimumleeftijd voor sociale media


Slide 33 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.