Lesson 21: Trappen van vergelijking + 2.4 reading

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Silent reading
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesson aims:
- I have practised my reading skills
- I know how to use comparison and superlatives
- I have finished 2.5 writing, exercise 5 and 2.4 reading 1 til 11

Slide 3 - Tekstslide

Degrees of Comparison

Slide 4 - Tekstslide

Basisregel

- Vergrotende trap: woord +  -er
- Overtreffende trap: woord + -est
old
older
oldest

Slide 5 - Tekstslide

Trappen van vergelijking
Words with 3 or more syllables
(Woorden van 3 lettergrepen of meer):
- Vergrotende trap: more 
- Overtreffende trap: most 
expensive
 more expensive than
the most expensive

Slide 6 - Tekstslide

-er / -est
Bij woorden van één lettergreep gaan de trappen als volgt:
big - bigger than - the biggest
tall - taller than - the tallest
white - whiter than - the whitest

Bij woorden die eindigen op -y:
Happy - happier than - the happiest
Busy - busier than - the busiest


Slide 7 - Tekstslide

more / most
Bij woorden van drie of meer lettergrepen gaan de trappen als volgt:

beautiful / more beautiful than / the  most beautiful
interesting / more interesting than / the most interesting
stunning / more stunning than / the most stunning

Slide 8 - Tekstslide

Net als = As ......As
As good as
Not as tall as

Slide 9 - Tekstslide

Uitzonderingen
Goed - beter - best                                 Good - better - best
Slecht - slechter - slechtst                 Bad - worse - worst 
Weinig - minder -  minst                       Little - less - least

Slide 10 - Tekstslide

Spot
Brownie

Slide 11 - Tekstslide

Comparative Form
Superlative Forms
cheaper than
more often than
the shortest
the most sociable
the friendliest
more dangerous than

Slide 12 - Sleepvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
easy?
A
easier - easiest
B
more easy - most easy
C
easyer - easyest
D
easyr - easyst

Slide 13 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
bad?
A
badder - baddest
B
worse - worst
C
bader - badest
D
more bad- most bad

Slide 14 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
good?
A
gooder - goodest
B
beter - best
C
better - best
D
more good - most good

Slide 15 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
big?
A
bigger - biggest
B
more big - most big
C
biger - bigest
D
bigier - bigiest

Slide 16 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
Tall?
A
taller-tallst
B
taller-tallest
C
more tall-most tall
D
tallier-talliest

Slide 17 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
famous?
A
famouser- famousest
B
more famous- most famous
C
famousser - famoussest
D
more famouser - most famousest

Slide 18 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
important?
A
importanter -importantest
B
more important - most important
C
more importanter - most importantest
D
importantly - importantliest

Slide 19 - Quizvraag

Wat gebruik je bij de trappen van vergelijking van woorden van drie lettergrepen of langer?
A
er/est
B
more/most

Slide 20 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
little?
A
littler - littlest
B
more littler - most littlest
C
more little -most little
D
less - least

Slide 21 - Quizvraag

Give the degrees of comparison for
: small

Slide 22 - Open vraag

Give degrees of comparison for
: serious

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Tekstslide

Please make Unit 2.4 reading in your student book.
What?
Please make exercises 1 to 11, HK: 12. You are allowed talk with your neighbour. 
How?
You make these exercises alone!
Finished?
-  Learn the study box the words in your student book.
- Learn the irregular verbs.

timer
20:00

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Link

Slide 27 - Tekstslide