Les 5 Hoofdstuk 6

Nog een keer stappen de ABC formule





Zorg dat je je RM bij de hand hebt.
x=​2a​​−b+√​D​​​​​∨x=​2a​​−b−√​D​​​​​
D=b​2​​−4ac
a=...,b=...,c=..
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Nog een keer stappen de ABC formule





Zorg dat je je RM bij de hand hebt.
x=​2a​​−b+√​D​​​​​∨x=​2a​​−b−√​D​​​​​
D=b​2​​−4ac
a=...,b=...,c=..

Slide 1 - Tekstslide

Werkschema abc formule

Slide 2 - Tekstslide

Los op. Alleen antwoorden geven.

5x​2​​−3x−3=0
timer
6:00

Slide 3 - Open vraag

Uitleg
5x​2​​−3x−3=0
a=5,b=−3,c=−3
D=b​2​​−4ac=(−3)​2​​−4⋅5⋅−3=69
x=​2a​​−b+√​D​​​​​=​2⋅5​​3+√​69​​​​​≈1,13
x=​2a​​−b−√​D​​​​​=​2⋅5​​3−√​69​​​​​≈−0,53

Slide 4 - Tekstslide

Discriminant: 
  • Voor de D heb je 3 mogelijkheden:
  • D>0, betekent dat je twee oplossingen hebt. Wortel bestaat.
  • D=0, betekent dat je één oplossing hebt. Wortel is 0.
  • D<0, betekent dat je geen oplossingen hebt. Wortel bestaat niet.
D=b​2​​−4ac

Slide 5 - Tekstslide

Los op


Dus geen oplossingen.
x​2​​+3x+4=0
a=1,b=3,c=4
D=b​2​​−4ac=3​2​​−4⋅1⋅4=9−16=−5

Slide 6 - Tekstslide

Ligging parabool ten opzichte van de x-as
  • Kijk eerst wat voor parabool het is:
  • a>0: dalparabool
  • a<0: bergparabool
  • Kijk dan naar de discriminant:
  • D>0, betekent twee snijpunten met de x-as
  • D=0, betekent dat je één snijpunt(raakpunt)
  • D<0, betekent geen oplossingen snijpunten met de x-as.

Slide 7 - Tekstslide

Ligging dalparabool ten opzichte van x-as

Slide 8 - Tekstslide

Ligging bergparabool ten opzichte van x-as

Slide 9 - Tekstslide

Geef in een schets de ligging van de parabool:
 
 

Teken een x-as en schets de grafiek
y=6x​2​​+5x−6
a=6,b=5,c=−6
D=5​2​​−4⋅6⋅−6=25+144=169
a>0:dalparabool

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Welke schets hoort bij de parabool:

f(x)=5x​2​​+3x+2
A
B
C
D

Slide 12 - Quizvraag

Stappenplan schetsen parabool ten opzichte van de x-as
  1. Schrijf op wat de a,b en c zijn.
  2. Schrijf op of het een dal(a>0) of bergparabool(a<0) is.
  3. Bereken de discriminant en kijk hoeveel snijpunten?
  4. D>0: 2 snijpunten, D=0: 1 snijpunt, D<0: geen snijpunten.
  5. Teken een x-as met een geodriehoek
  6. Schets de parabool.

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk vrijdag
22 t/m 28

Slide 14 - Tekstslide