Examentraining quiz

Examentraining quiz
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Examentraining quiz

Slide 1 - Tekstslide

Wat is de formule van het nitraat-ion?
A
NO3 -
B
SO4 2-
C
PO4 3-
D
OH-

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een eigenschap van een zure stof?
A
Het neemt OH- op.
B
Het staat OH- af.
C
Het neemt H+ op.
D
Het staat H+ af.

Slide 3 - Quizvraag

Hoe heet dit?
A
Bekerglas
B
Maatcilinder
C
Erlenmeyer
D
Pipet

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de formule van chloorgas.
A
Cl-
B
Cl
C
Cl2
D
HCl

Slide 5 - Quizvraag

Waarvan worden polymeren gemaakt?
A
Monomeren
B
Plastics
C
Brandstof
D
Kunststoffen

Slide 6 - Quizvraag

Wat zijn dit? (klik)
A
Buret
B
(vol)pipet
C
Erlenmeyer
D
Maatcilinder

Slide 7 - Quizvraag

Rook is een mengsel van...
A
Een gas in een vaste stof
B
Een vaste stof in een gas
C
Een vloeistof in een gas
D
Een gas in een vloeistof

Slide 8 - Quizvraag

MnO2 bestaat uit...
A
Moleculen
B
Metalen
C
Atomen
D
Ionen

Slide 9 - Quizvraag

Wat is het negatieve ion in azijnzuur?
A
NO3 -
B
Cl-
C
Ac-
D
SO4 2-

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de juiste triviale naam van P2O4
A
(II)Fosfor(IV)oxide
B
Di-fosfor-penta-oxide
C
Fosfor(IV)oxide
D
Forforoxide

Slide 11 - Quizvraag

Welke vergelijking geeft het sublimeren van water weer?
A
H2O (l) --> H2O (g)
B
H2O (g) --> H2O (s)
C
H2O (g) --> H2O (l)
D
H2O (s) --> H2O (g)

Slide 12 - Quizvraag

Welk element staat in periode 4, groep 7(klik)
A
Mn
B
Mg
C
Cu
D
Au

Slide 13 - Quizvraag

Sulfaat is...
A
S 2-
B
SO4 2-
C
S
D
S8

Slide 14 - Quizvraag

Wat wordt veroorzaakt door zwaveldioxide?
A
Versterkt broeikaseffect
B
Milieuvergiftiging
C
Gat in de ozonlaag
D
Zure regen

Slide 15 - Quizvraag

Wat wordt veroorzaakt door koolstofdioxide?
A
Versterkt broeikaseffect
B
Milieuvergiftiging
C
Gat in de ozonlaag
D
Zure regen

Slide 16 - Quizvraag

Dit is...
A
Erlenmeyer
B
Pipet
C
Bekerglas
D
Maatcilinder

Slide 17 - Quizvraag

Je eerste ingeving moet je nooit veranderen.
A
Klopt, je eerste antwoord is altijd goed
B
Klopt niet, je moet je antwoord veranderen als je het niet helemaal vertrouwt.
C
Klopt niet, je moet je antwoord alleen veranderen als je een goede reden hebt.
D
Anders, namelijk...

Slide 18 - Quizvraag

Gokken op een examen is dom...
A
Ja, want...
B
Nee, want...

Slide 19 - Quizvraag

Ik weet niet goed hoe ik een rekenvraag moet beginnen. De beste optie is...
A
Een '?' opschrijven
B
Willekeurig wat delen en vermenigvuldigen
C
Probeer een verhoudingstabel te maken
D
Dan nog maar een jaartje overdoen

Slide 20 - Quizvraag