Opbouw van een tekst K4

De indeling van een tekst
Hoofdstuk 1, Lezen, blz. 12 t/m 17
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

De indeling van een tekst
Hoofdstuk 1, Lezen, blz. 12 t/m 17

Slide 1 - Tekstslide

Doel 
Je herkent de opbouw (structuur) van een tekst en je vindt snel je weg in een tekst.
Je kunt de inleiding, het middenstuk en het slot herkennen.
Je kunt onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken.
Je kunt de bedoeling van delen van de teksten herkennen.

Slide 2 - Tekstslide

Indeling teksten
(Titel)
Inleiding 
Middenstuk
Slot

Slide 3 - Tekstslide

Titel: haar
Inleiding: hoofd


Kern: lijf


Slot: benen / voeten

Slide 4 - Tekstslide

Doel van de titel?

Slide 5 - Woordweb

Titel

De titel verraadt al veel.
Het trekt de aandacht; ga je de tekst lezen of niet?
De titel noemt vaak al het onderwerp.

Slide 6 - Tekstslide

Opbouw
Titel: trekt de aandacht
Inleiding: onderwerp wordt duidelijk: introductie/voorbeeld
Middenstuk: verschillende kanten van het onderwerp worden besproken.
Slot: samenvatting, conclusie, verwijzing naar begin tekst. 


Slide 7 - Tekstslide

Indeling tekst: Inleiding
-introductie van het onderwerp. 
- de aanleiding voor het schrijven van de tekst wordt genoemd.
-de schrijver trekt de aandacht met een voorbeeld, anekdote, belangrijke vraag, mening, samenvatting, opbouw.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Wat is volgens jou het onderwerp van dit artikel?

Slide 10 - Woordweb

Hoe krijg je de aandacht? 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Hoe is een goede tekst opgebouwd?
A
Inleiding en middenstuk
B
Inleiding, middenstuk en slot
C
Middenstuk en slot
D
Inleiding en slot

Slide 16 - Quizvraag

Wat is waar?
A
In de inleiding staat de conclusie
B
In de inleiding geef je aan waar het over gaat
C
De inleiding begint altijd met een vraag

Slide 17 - Quizvraag


Middenstuk
Verschillende kanten 
van het onderwerp. Vaak meerdere alinea's 
en ook tussenkopjes (deelonderwerpen)



Slide 18 - Tekstslide

Indeling tekst: middenstuk
  • De verschillende kanten van een onderwerp komen aan de orde
  • Dit gebeurt met behulp van deelonderwerpen
  • Bijvoorbeeld: een tekst over phishing
  • Deelonderwerpen kunnen dan zijn: gevaarlijke e-mails, criminaliteit, financiële schade, aangifte doen bij de politie, etc.

Slide 19 - Tekstslide

Indeling tekst: Slot
Laatste alinea in de tekst 
Belangrijkste wordt nog eens herhaald of er komt een conclusie. 
Dus: 
1. samenvatting
2. conclusie 
- Soms een terugverwijzing naar het voorbeeld of de anekdote uit het begin van de tekst.

Slide 20 - Tekstslide

Slot vervolg


  • Activeren --> de schrijver wil dat een lezer iets gaat doen, bijvoorbeeld een product kopen
  • Advies --> de schrijver geeft de lezer advies
  • Oplossing --> de schrijver geeft een oplossing voor het probleem dat in de tekst is beschreven


Let op signaalwoorden in het slot: dus, al met al 


Slide 21 - Tekstslide

Wat staat er in het slot
A
conclusie
B
uitleg
C
onderwerp

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde van een tekstindeling?
A
Inleiding, middenstuk met tussenkopjes, slot
B
Inleiding, slot, middenstuk
C
Inleiding, middenstuk met eventueel tussenkopjes, slot
D
Titel, inleiding, middenstuk met eventueel tussenkopjes, slot

Slide 23 - Quizvraag

In welk deel van de tekst maak je kennis met het onderwerp?
A
Inleiding
B
Middenstuk
C
Slot

Slide 24 - Quizvraag

Opbouw
Titel: bevat onderwerp of trekt de aandacht
Inleiding: onderwerp wordt duidelijk: introductie/voorbeeld
Middenstuk: verschillende kanten van het onderwerp worden besproken.
Slot: samenvatting, conclusie, verwijzing naar begin tekst. 


Slide 25 - Tekstslide

Aan de slag
Maak opdracht 1 en 2 op blz. 12 t/m 15
Lees goed!

Slide 26 - Tekstslide

Huiswerk
Lezen, hoofdstuk 1, blz. 12 t/m 17.
Leer de theorie op blz. 12.
Maak opdracht 1 en 2 op blz. 12 t/m 15.
Lees goed!

Slide 27 - Tekstslide

Opbouw
Titel: bevat onderwerp of trekt de aandacht
Inleiding: onderwerp wordt duidelijk: introductie/voorbeeld
Middenstuk: verschillende kanten van het onderwerp worden besproken.
Slot: samenvatting, conclusie, verwijzing naar begin tekst. 


Slide 28 - Tekstslide

Inleiding

Een schrijver kan een tekst op meerdere manieren inleiden:

  • Beschrijven van de aanleiding --> de schrijver beschrijft een gebeurtenis die aanleiding was om de tekst te schrijven
  • Vragen stellen --> de schrijver stelt vragen die hij in de tekst gaat beantwoorden
  • Situatieschets --> de schrijver beschrijft een situatie die voor de lezer herkenbaar of interessant is
  • Omschrijving van een probleem --> de schrijver beschrijft een probleem dat in de tekst centraal staat.
  • Combinatie van  elementen (voorbeeld, anekdote, belangrijke vraag, mening, samenvatting, opbouw)


Slide 29 - Tekstslide

Huiswerk was
Lezen, hoofdstuk 1, blz. 12 t/m 17.
Leer de theorie op blz. 12.
Maak opdracht 1 en 2 op blz. 12 t/m 15.
Lees goed!

Slide 30 - Tekstslide

Vandaag
Lezen, hoofdstuk 1, blz. 12 t/m 17.
Controleer opdracht 1 en 2 op blz. 12 t/m 15.
Ga dan verder met de opdrachten 3 t/m 5.
Lees goed, alle antwoorden staan in de teksten!
Klaar: vraag het antwoordboekje, controleer en verbeter je antwoorden. 

Slide 31 - Tekstslide