S4.1 Crossing Borders + S4.2 Listening

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Today's Lesson
  1. New Unit
  2. Recap previous lesson
  3. Weektaak + 1Blik Agenda
  4. Introducution
  5. Prep Time.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Self-study
- Weektaak: wk 6  af
  • mk S4.1 Crossing borders: 
  • mk S4.2  Listening
  • L: studybox  pg 169-170
-Weektaak wk 7: mk 4.3
- grammatica herhalen 



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesson 1
  • Introduction to Canada
  • Read: pg 138/139
  • Do pg 138  
  • Pg pg 139
  • Check

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesson 2
  • Introduction to Canada
  • Read: pg 140
  • Do pg 140  
  • Pg pg 141-143
  • Check

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tag questions
Een tag question vraagt extra bevestiging aan het eind van de zin.
Als een zin positief is, is de tag question negatief en andersom. 
Je gebruikt het persoonlijk voornaamwoord voor het onderwerp en de persoonsvorm. Als de persoonsvorm niet het werkwoord to be of to have is, dan vervang je het werkwoord met to do.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

May/ might be
(Question) Tags 
Hoe gebruik je het?

Herhaal:  de vorm van to be OF hulpwerkwoorden OF 'do'


                               persoonlijke voornaamwoorden
+

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tag Questions

Om een tag question te maken heb je het volgende nodig:
(Persoonsvorm/onderwerp + vorm van 'to be' of 'Have Got' )-> ,  'to be' of Have Got +Persoonsvorm/onderwerp
Heb je geen vorm van To Be of Have Got dan gebruik je de Do of Does net als in gewone vragen.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                                                   Vorm van 'to be': am / are / is

Als hoofdzin positief is, wordt de question tag negatief 
> You are a runner, aren't you?


Als hoofdzin negatief is wordt de question tag positief 
> She isn't happy, is she?
QUESTION TAGS - 'to be'

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tag questions
Geen vorm van to be of een hulpwerkwoord? Dan gebruik je do, does of did in de tag question.
 

He got there early, didn't he?
You remember tag questions, don't you?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesson 2
  • Introduction to Canada
  • Read: pg 140
  • Do pg 140  
  • Pg pg 141-143
  • Check

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Question Tags
Waarom gebruiken de Engelsen een Question Tag?
A
Daarmee stel je een vraag.
B
Om de vraag nogmaals kort te herhalen.
C
Om om bevestiging te vragen.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Question tags:
Als de zin [...] is,
dan is de tag [...]
A
bevestigend, bevestigend
B
ontkennend, bevestigend
C
bevestigend, ontkennend
D
ontkennend, ontkennend

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Question tags.
She is 35, .............. ?
A
is she
B
isn't she
C
does she
D
doesn't she

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt de question tag?
She was late,..........?
A
was she
B
wasn't she

Slide 17 - Quizvraag

Het werkwoord in de zin ( gedeelte voor de komma) staat zonder not. Dan moet dit werkwoord in tag met not.
Wat wordt de question tag?
Pete is sick,............?
A
is he
B
isn't he
C
is Pete
D
isn't Pete

Slide 18 - Quizvraag

Het werkwoord in de zin ( gedeelte voor de komma) staat zonder not. Dan moet dit werkwoord in tag met not.

Pete is een naam en die mag niet in de tag voorkomen. Pete is een he.
Question Tags
Welke zin is correct?
A
Tom is very strong, is he?
B
Tom is very strong, isn't he?

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Question tags
Welke zin is correct?
A
Andrew and Jim aren't happy, are he?
B
Andrew and Jim aren't happy, aren't we?
C
Andrew and Jim aren't happy, are they?
D
Andrew and Jim aren't happy, is he?

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je een Question Tag?
A
Het ww in de zin maak je in de QT positief of negatief
B
Het ww in de zin maak je altijd negatief in de Question Tag,
C
Het ww in de zin maak je altijd positief in de Question Tag.
D
Je schrijft altijd ed in een Question Tag.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies