ONderdeel B: Helpen bij mondverzorging

Onderdeel C: Het woonzorgcentrum
Wat gaan we doen:

Lesdoel:
Aan het einde van deze les weet jij:
-De verschijnselen van vaak voorkomende ziekten en kunt deze benoemen 
-Theorie en praktijk: Hoe je moet helpen bij mondverzorging (gebitsverzorging/ gebit)


1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Onderdeel C: Het woonzorgcentrum
Wat gaan we doen:

Lesdoel:
Aan het einde van deze les weet jij:
-De verschijnselen van vaak voorkomende ziekten en kunt deze benoemen 
-Theorie en praktijk: Hoe je moet helpen bij mondverzorging (gebitsverzorging/ gebit)


Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Soorten ziekten
Ziekten zij op verschillende manieren onder te verdelen.
Hoe uit zich een ziekte?
1. Lichamelijk: Je hebt bv: griep of een blindedarmontsteking (dit noem je somatisch
2. Geestelijk: Je bent depressief of overspannen (dit wordt ook wel psychisch genoemd.)
3. Sociaal: Je bent eenzaam of je hebt vaak ruzie

Slide 3 - Tekstslide

De soorten ziekten beïnvloeden elkaar

Slide 4 - Tekstslide

Leg uit dat als je bijvoorbeeld je been gebroken hebt je je ook sociaal en geestelijk minder goed voelt?

Slide 5 - Open vraag

Welke "soorten" beïnvloeden elkaar: wanneer iemand Acne heeft?

Slide 6 - Open vraag

Welke "soorten" beïnvloeden elkaar: als iemand veel problemen of spanningen heeft?

Slide 7 - Open vraag

Psychosomatische aandoening

Dat is een lichamelijke aandoening die ontstaat door een geestelijke oorzaak.
Voorbeeld: Als jij stress hebt en hierdoor buikpijn krijgt of je krijgt kale plekken (haaruitval) is dit een psychosomatische aandoening.

Slide 8 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
Hoe komt het dat we ziek worden?
Wie van jullie kan redenen geven waardoor ons dit overkomt?

Slide 9 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
Hoe komt het dat we ziek worden?
Wie van jullie kan redenen geven waardoor ons dit overkomt?

Slide 10 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
1. je kunt ziek worden door een ziektekiem (virus, bacterie of schimmel)

Slide 11 - Tekstslide

Een leefstijlziekte is een ziekte die je krijgt omdat je op een bepaalde manier leeft. Kun jij nóg een voorbeeld noemen?

Slide 12 - Woordweb

Wat zijn oorzaken van ziektes
2.Sommige ziektes of aandoeningen zijn erfelijk. Dit wordt via de genen doorgegeven.
Voorbeeld: sommige vormen van doofheid

Slide 13 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
2. Sommige ziektes of aandoeningen zijn erfelijk. Dit wordt via de genen doorgegeven.
Voorbeeld: sommige vormen van doofheid

Slide 14 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
3. Ziektes die ontstaan door een ongezonde leefstijl!!

z.v.s

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
4. Ziektes die ontstaan door ouderdom

Dementie, artrose (slijtage van gewrichten)

Slide 17 - Tekstslide

Wat zijn oorzaken van ziektes
1. Je kunt ziek worden door een ziektekiem (een virus, bacterie, schimmel).
Bijvoorbeeld: verkoudheid, griep, waterpokken.

2. Sommige ziektes of aandoeningen zijn erfelijk. Je krijgt de ziekte omdat deze in de familie van een van je ouders voorkomt en doorgegeven wordt via de genen van ouder op kind.
Bijvoorbeeld: sommige vormen van doofheid zijn erfelijk.

3. Sommige ziektes ontstaan door een ongezonde leefwijze.
Bijvoorbeeld: door niet genoeg te bewegen en slecht te eten kun je bijvoorbeeld hart- en vaatziekten krijgen, door roken kun je longkanker krijgen.

4. Sommige ziektes ontstaan door ouderdom.
Bijvoorbeeld: dementie, artrose (slijtage van gewrichten).

Slide 18 - Tekstslide

Duur van een ziekte
Er zijn kort- en langdurende ziektes

Slide 19 - Tekstslide

Kortdurende ziektes
Dit noem je een Acute ziekte 
Bijvoorbeeld: Griep

Slide 20 - Tekstslide

Een langdurende ziektes
Dit noem je een chronische ziekte 
Bijvoorbeeld: Astma of Diabetes
De ziekte duurt lang. Soms wordt je niet helemaal meer begter en moet je met de ziekte leren leven.

Slide 21 - Tekstslide

MS Multiple Sclerose
Als je meer weet over de ziekte, kun je je beter inleven in je cliënten.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Les 2Helpen bij goede mondverzorging
Mondverzorging is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse verzorging van de cliënten in woongroep Hortensia. Meneer Jager heeft een kunstgebit en mevrouw Klein heeft extra zorg nodig. Jij helpt mevrouw Klein bij het poetsen van haar gebit en meneer Jager bij het reinigen van zijn kunstgebit.

Slide 24 - Tekstslide

Helpen bij goede mondverzorging
Mondverzorging is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse verzorging van de cliënten in woongroep Hortensia. Meneer Jager heeft een kunstgebit en mevrouw Klein heeft extra zorg nodig. Jij helpt mevrouw Klein bij het poetsen van haar gebit en meneer Jager bij het reinigen van zijn kunstgebit.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Het gebit
Het gebit is opgebouwd uit kaken, tanden en kiezen. De tanden en kiezen zitten met een wortel vast in de kaak. Om je tanden zit een laagje tandglazuur. Dit beschermt je tanden. Daaronder zit je tandbeen. In het tandbeen zitten bloedvaten en zenuwen. 

Slide 27 - Tekstslide

Het gebit
Als kind heb je een melkgebit. Dat bestaat uit 20 tanden en kiezen. Je melktanden ga je wisselen als je ongeveer 6 jaar bent. Je melkkiezen wissel je wat later. Je krijgt dan een 'volwassen gebit'. Dat bestaat uit 32 tanden en kiezen.

Slide 28 - Tekstslide

Hoe oud ben je ongeveer als je begint met je melktanden wisselen?
A
5 jaar
B
7 jaar
C
6 jaar
D
8 jaar

Slide 29 - Quizvraag

Uit hoeveel tanden bestaat je volwassen gebit?
A
38
B
36
C
34
D
32

Slide 30 - Quizvraag

Tandenpoetsen
Op je tanden en tussen je tanden zit tandplak. Tandplak is slecht voor je tanden. Daarom is het belangrijk om dit weg te poetsen. Anders krijg je gaatjes of ontstekingen.

Slide 31 - Tekstslide

Hoe heet dat spul wat op en tussen je tanden gaat zitten?
A
Tandplak
B
Tandgruis
C
Tandsteen
D
Etensresten

Slide 32 - Quizvraag

Tandenpoetsen
Je poetst je tanden tenminste 2 keer per dag. Je poetst 2 minuten per keer. Dit doe je met tandenborstel en tandpasta.
Zorg dat je al je tanden en kiezen goed poets. Dus denk ook aan de binnenkant van je tanden en kiezen. 
Met een gewone tandenborstel is het lastig overal bij te komen. Met een elektrische tandenborstel is het makkelijker. Omdat de elektrische tandenborstel voor je poetst, poets je grondiger.

Slide 33 - Tekstslide

Hoe vaak per dag moet je minstens je tanden poetsen?
A
3
B
1
C
2
D
4

Slide 34 - Quizvraag

Hoe lang per poetsbeurt moet je poetsen?
A
2 minuten
B
20 seconden
C
3 minuten
D
1 minuut

Slide 35 - Quizvraag

Waarom is poetsen met een elektrische tanden borstel beter?

Slide 36 - Open vraag

Tandenborstels
 Er zijn verschillende ronde borstels, rechthoekige borstels, borstels voor gevoelige tanden, borstels om wittere tanden te krijgen en borstels waarvan de borstelharen scheef staan zodat het apparaat geen enkele hoek van de tand overslaat.

Slide 37 - Tekstslide

Stoken en flossen
Poetsen alleen is niet genoeg. Je moet ook de ruimte tussen je tanden schoonhouden. Door te stoken en te flossen. Hierdoor krijg je ook minder snel gaatjes tussen je tanden. Je zorgt er ook voor dat je adem frisser ruikt.

Slide 38 - Tekstslide

Moet je stoken en flossen voor of na het tandenpoetsen doen?
A
voor
B
na

Slide 39 - Quizvraag

Tandpasta
Een goede tandpasta verwijdert: tandplaque en vuil
De belangrijkste stoffen in tandpasta zijn:
Polijstmiddel - wasactieve stof

Polijsten= gladmaken (gemalen krijgt)
Wasactieve stof= helpt bij het verwijderen van vuil.
Toegevoegde stoffen:
-Fluoride = maakt het tandglazuur harder en helpt daardoor gaatjes te voorkomen.
-Enzymen = helpen het speeksel om tandbederf tegen te gaan

Slide 40 - Tekstslide

Helpen bij goede mondverzorging
Praktijkopdracht 9:
Meneer Jager heeft een kunstgebit. Ook zijn gebit moet worden schoongemaakt.

1. Bekijk het filmpje
2. Maak opdracht 9.1

3. Poets nu de gebitsprothese van Meneer Jager.

Slide 41 - Tekstslide