H1: nakijken 1 - 6 (Sp. H1), uitleg spelling vdw, maken 7 t/m 10 + dictee

- Check + nakijken huiswerk (1 t/m 6 Sp. H1)
- Uitleg spelling voltooid deelwoord
- Hw: 7 t/m 10 (incl. dictee) van Sp. H1

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

- Check + nakijken huiswerk (1 t/m 6 Sp. H1)
- Uitleg spelling voltooid deelwoord
- Hw: 7 t/m 10 (incl. dictee) van Sp. H1

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen

Spelling:

Je beheerst de werkwoordspelling van de Nederlandse taal. 

Je weet wat een voltooid deelwoord is en hoe je die moet spellen.

Je kent een aantal nieuwe dicteewoorden.



Slide 2 - Tekstslide

Check huiswerk
- Spelling H1: 1 t/m 6

Slide 3 - Tekstslide

Nakijken opdr. 1 (blz. 26)
  • 1 Bedenk drie werkwoorden waarbij de ik-vorm gelijk is aan de stam:
  • werken - fietsen 
  • 2 Bedenk drie werkwoorden waarbij de ik-vorm en de stam niet gelijk zijn:
  • maken - pakken

Slide 4 - Tekstslide

Nakijken opdr. 2 (blz. 27)

Slide 5 - Tekstslide

Nakijken opdr. 3 (blz. 26)
  • 1 Maak met elk van de onderstaande werkwoorden een goede zin in de tegenwoordige tijd. Gebruik enkelvoud en meervoud (zie volgende dia)


Slide 6 - Tekstslide

Maak met elk van de onderstaande werkwoorden een goede zin in de tegenwoordige tijd. Gebruik enkelvoud en meervoud.
beleven - gebeuren - vergeten - trouwen - verkleden

Slide 7 - Open vraag

Nakijken opdr. 4 (blz. 27)
  • 1 haal (je)
  • 2 draagt (je zus = zij)
  • 3 word (je)
  • 4 drink (je)
  • 5 houdt (je opa = hij)
  • 6 vraagt (je docent = hij/zij)

Slide 8 - Tekstslide

Nakijken opdr. 5 (blz. 28)

Slide 9 - Tekstslide

Nakijken opdr. 6 (blz. 29)

Slide 10 - Tekstslide

Waaraan kun je
het voltooid deelwoord
herkennen?

Slide 11 - Woordweb

Hoe zat het ook alweer?
- Voltooid deelwoord (vdw): begint met ge-, be- of ver-, staat vaak achterin de zin en heeft een pv van hebben, zijn of worden

De club contracteert de speler als hij medisch wordt goedgekeurd.

Slide 12 - Tekstslide

Vandaag heb ik een flesje water………………………….. (drinken).

Slide 13 - Open vraag

Waarom heb je dat flesje water niet ....... (vullen)?

Slide 14 - Open vraag

Spelling voltooid deelwoord
Vandaag heb ik een flesje water gedronken.
Waarom heb jij dat flesje water niet gevuld.


Wat is het verschil tussen 'gedronken' en 'gevuld'?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord
Kenmerken van een voltooid deelwoord
- Staat vaak aan het einde van een zin
- Begint met ge-, be- of ver- (of dit staat middenin het woord)
- Er zijn twee vormen: 
         - voltooid deelwoorden die eindigen op -d of -t
         - voltooid deelwoorden die eindigen op -en

Klas 4 heeft uitleg over de meerdaagse excursie gekregen.
In de Ardennen hebben we de safaritenten alvast opgewarmd.
Meneer Biesheuvel heeft een dansje op de dansvloer gewaagd.

Slide 17 - Tekstslide

Spelling van het volt. dw.
- Voltooid deelwoord van een klankveranderend (sterk) ww:
schrijf op zoals je het hoort
gebracht - gekocht - gestolen - vergeten

- Voltooid deelwoord van een klankvast (zwak) ww:
eindigt op een -d of een -t
Tip 1: maak het woord langer om te horen hoe je het spelt
Tip 2: gebruik het kofschip-x
gespeel... - gespeelde - dus gespeeld            of      spelen - spel - gespeeld

Slide 18 - Tekstslide

Huiswerk
- Maken Spelling H1: 7 t/m 10
- Leesboek meenemen

Slide 19 - Tekstslide

Antwoorden dictee (opdr. 10)
1 De school bij ons op de hoek heeft een christelijke identiteit.
2 In de puberteit word je soms opzettelijk boos.
3 De twee geliefden gingen voor een romantisch uitje naar een gezellig restaurant.
4 Mijn kritische vrienden vragen zich af of een baan als schoonheidsspecialiste bij me past.
5 De directeur is afwezig, u kunt hem later telefonisch bereiken.

Slide 20 - Tekstslide

Antwoorden dictee (opdr. 10)
6 Het is dramatisch gesteld met onze gezondheid, volgens het Voedingscentrum.
7 Het aantal mensen met een beetje muzikaliteit, is nog altijd in de minderheid.
8 De majesteit was erg hartelijk naar het volk op Koningsdag.
9 Ik vond de toets aardig moeilijk, ondanks mijn grondige voorbereiding.
10 Welke activiteit we volgende week gaan doen, is nog altijd een onzekerheid.



Slide 21 - Tekstslide